BESLUIT.
Reading edition
Hiermee is dan de taak, die ik mij met „Kennisleer contra Materie-realisme” als Bijdrage tot „Kritiek” en Kant-begrip gesteld heb, ten einde gebracht en heb ik de beloften van de Voorrede naar vermogen vervuld.
En wanneer ik nu zie, welke nooit-vermoede zeer- en hooggeleerde, wel- en zeer-eerwaarde misvattingen een kristalhelder denker en schrijver als Heymans nog te verduren krijgt, dan moet ik wel zonder valse bescheidenheid meer blaam of lof dan begrip verwachten en de meeste voldoening zoeken in die stille dank of ondank, die mij deels in ’t geheel niet, deels uit de feitelike resultaten zal blijken, uit wat de toekomst ten onzent in philosophicis zal opleveren, uit wat er voortaan zal worden gedacht en gedrukt en inzonderheid.… niet meer gedrukt. Daaraan zal ik merken, of mij de kritiese oriëntering van mijn lezers, zoals ik mij die blijkens de Voorrede heb voorgesteld, al dan niet, meer of minder gelukt is. Want één ding zal wel voor ieder gebleken zijn: de kritiek laat niet „alles beim alten” (Messer, Stumpf)—zij schept een Umwertung der Werte van filosofen en filosofemen. „Dass sie, als blosse Speculation, mehr dazu dient, Irrthümer abzuhalten, als Erkenntniss zu erweitern, thut ihrem Werthe keinen Abbruch, sondern gibt ihr vielmehr Würde und Ansehen durch das Censoramt, welches die allgemeine Ordnung und Eintracht, ja den Wohlstand des wissenschaftlichen gemeinen Wesens sichert” zegt Kant’s idealisme terecht (K. d. r. V. p. 641).
Zo is dan de „Kritiek” en haar dogmadodende, dogmavrije methode, door Oudheid noch Middeleeuwen noch, zover wij weten, door Oosterse Wijsheid bereikt, grond en glorie van de nieuwe wijsbegeerte—en behoort haar overwinning van het dogmatisme als zodanig en van het materie-realisme in ’t biezonder, tot de hoogste intellektuele zegeningen, die een mens deelachtig kan worden. Dies zij mijn besluit, wat heel dit werk getuigen moge: Wilt gij waarheid en klaarheid, zoek eerst de kennisleer en haar kritiek—en al het andere zal u toegeworpen worden.
Einde.