← Table of contents
Kennisleer contra Materie-Realisme

INHOUD.

Reading edition

Hoofdst. Bladz.

Voorrede XI–XVI

I. Inleiding. De betekenis van het probleem der kennisleer: Hoe zijn synthetiese oordelen a priori mogelik? en het vergezicht van Kant’s „copernicaans” antwoord 1–24

II. De dogmatiese verdubbeling van de gewaarwordingsinhoud 25–52

§ 1. Het subject van individueel bewustzijn 25–29

§ 2. De „secundaire” en de „primaire” eigenschappen hebben gelijke subjectieve oorsprong en zijn gelijkelik objectief 29–38

§ 3. De objecten als „phaenomena”, afhankelik van het subject der natuur, zijn als zodanig „immanent” en reiken niet tot het „An-sich”, zijn niet oorzaken, maar derivaten van gewaarwording 38–44

§ 4. Het transobjectieve („An-sich”) als oorzaak van gewaarwording kan niet gekend, maar moet als werkelikheid gedacht worden 44–52

III. De dogmatiese verdubbeling van de gewaarwordingsvorm 53–68

§ 1. De ruimte als „vorm” van de bewegingszin (Heymans)—en vergelijking met de „vorm” van toongewaarwordingen 53–62

§ 2. Kant als geestelik Copernicus: „vorm” niet „phaenomenal” maar „ideal”, dus uitsluitend subjectief-, niet transcendent-bepaald. Trendelenburg’s „derde mogelikheid” onmogelik 62–68

IV. Het Transobjectieve („An-sich”) in zijn tweeledige kennistheoretiese functie: substraat der phaenomena en gewaarwordingsoorzaak. 69–92

§ 1. Kant’s tweeërlei „An-sich”: de tijd als „vorm” van bewustzijn 69–75

§ 2. Het reale of substratum der natuur en de causaliteit. Het psychiese en de ruimte 75–81

§ 3. Het An-sich-loos immanent „idealisme” als terugval in realisties physicisme. De goede Berkeley, hallucinaties en na-Kantiaanse „ongerijmdheid” 81–92

V. Kant’s waarnemingsleer en haar moderne realisties-dogmatiese misvatting 93–162

§ 1. Één ruimte, één tijd, één „Erfahrung” 93–96

§ 2. Kant’s ruimteleer en Hartmann’s (benevens Külpe’s en Bolland’s) misverstand 96–141

§ 3. Dogmatiese Kantverhegeling 141–162

VI. Resultaten. De verhouding van geest en natuur, lichaam en ziel 163–246

§ 1. Zeg mij hoe gij waarneemt en ik zal u zeggen wie gij zijt. Dogmaties realisme van pragmatismen en „idealismen” 163–182

§ 2. De strijd tussen dualisme en materialisme—een hopeloos dilemma 182–197

§ 3. De verlossing. De ware krities-monistiese „heterogeneïteit” en „identiteit”, waardoor de leer van overgang (causalisme, „Wechselwirkung”) vervallen is en de leer van denkbeeldige samengang (ideëel parallelisme) zegeviert. Besluit 197–246

Opmerkingen tot toelichting en bevestiging 247–429

Naamregister 431–434

N.B.

In citaten duidt spatiëring authentieke, cursivering mijn onderstreping aan, terwijl tussenvoegsels binnen ( ) authentiek, binnen [ ] van mij zijn.

De vetgedrukte sijfers verwijzen naar de „Opmerkingen”.

Al heb ik een Litteratuurlijst ten slotte toch maar achterwege gelaten, daar de tekst zelf omtrent de verwerkte, behandelde en te vergelijken litteratuur voldoende oriënteert, de verkorte boekaanduidingen hier en daar vindt men in het verloop van het werk wel verklaard; Heymans’ C. = „Schets eener critische geschiedenis van het Causaliteitsbegrip in de nieuwere wijsbegeerte”.

Verzoeke vooraf te corrigeren:

p. 72 r. 14 v. b. staat: het 2°. lees: 2°.

p.,, 108 r.,, 6 v.,, b.,, staat:,, dat lees:,, om dat

p.,, 110 r.,, 12 v.,, o. staat:,, matter lees:,, matters

p.,, 114 r.,, 1 v.,, o.,, staat:,, was lees:,, wat

p.,, 174 r.,, 11 v.,, b. staat:,, i.c. lees:,, i.e.

p.,, 217 r.,, 15 v.,, o. staat:,, to lees:,, tot

p.,, 236 r.,, 1 v.,, o.,, staat:,, 57. lees:,, 57

Naamregister.

Bellaar Spruyt XV wordt XVI

Berkeley XII V. wordt,, XIII

Hume XII wordt,, XIII

Vauvenargues XIV wordt,, XV

AAN MIJN OUDERS IN DIEPE VERERING EN TOT DANK VOOR HET VOORRECHT VAN „VRIJE STUDIE”.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings