← Table of contents
Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps

Verklaaring van den Commandant van Okotsk.

Reading edition

De Heer de Lesseps is den 25 April (5 Maij) 1788 te Okotsk, zeer vermoeid en ongesteld van zijne reis aangekomen; zijn voorneemen was echter om dadelijk weer te vertrekken, en van de nog overige tijd waar in de sledevaart kon geschieden, gebruik te maaken tot aan het kruis van Yudoma, van waar hij bij de ontdooijing der rivier Yudoma, dezelve te water kon afzakken; Ik wendde alle poogingen aan om hem daar in de behulpzaame hand te bieden; de honden en alles wat hij voor de reis nodig had was in gereedheid, dog het slegte weder hield ons te rug: het zelve was door een hevige dooij die niet ophield, en die in weinig dagen de wegen onbruikbaar maakte, veroorzaakt; Ik hoopte, niettegenstaande dit toeval, dat de vorst nog eenige nagten zou aanhouden, en dat hij daar van gebruik kon maaken, het welk in dit jaargetij zeer dikwils gebeurt; deeze had geen plaats, en het was voor de Heer de Lesseps onmogelijk om te vertrekken; zelfs ondernam hij om zich op weg te begeeven, dog hij was, gelijk ik wel verwacht had, genoodzaakt te rug te keeren, hebbende de wegen en rivieren verschriklijk en met water overdekt gevonden; wij bedagten toen een ander middel, dog hier meede moest gewagt worden tot dat de rivieren ontdooijt waaren, en de sneeuw eenige plaatzen op de velden ontbloot had, ten einde een weinig voedzel voor de paarden te kunnen bekomen; dit was het eenigste middel, waar van hij gebruik kon maaken wanneer hij op den 25 Junij vertrok, terwijl hij zich echter blootstelde om een gedeelte zijner paarden door gebrek te zullen verliezen; hij stemde geenzints vrijwillig onder geen voorwendzel hoe genaamd, om zo veel tijds hier te verblijven, en ik besloot om de beste of om beter te zeggen de minst slegtste paarden te doen opzoeken en uitkiezen, en om hem op het eerste gunstige tijdstip te laaten vertrekken, namelijk wanneer het meeste water zou afgeloopen zijn; Ik was over den spoed van zijnen togt zedert het Ostrog van Poustaretsk verbaasd, alwaar hij de Heer Kasloff verliet die nog niet aangekomen is, het zij dat die door de wegen of het jaargetij opgehouden word, of dat de middelen om zijn reis te volbrengen, hem ontbreeken; het besluit dat de Heer de Lesseps genomen had om hem te verlaaten, was het verstandigste en het beste, hij zou die weg nog in korter tijd afgelegt hebben; indien de stormwinden hem geduurende tien agtereenvolgende dagen zulks niet belet hadden.

Ik heb deeze verklaaring, op verzoek van den Heer de Lesseps getekend en afgegeeven, om ten bewijze te dienen zo van de noodzaaklijkheid zijns verblijf in deeze stad; als van de onmogelijkheid om met meerder spoed in dit land vooral in dit jaargetij, te kunnen reizen.

Gedaan te Okotsk, den zes en twintigsten Maij (5 Junij) van den jaare duizend zeven honderd agt en tagtig. Geteekend als het Bevelhebberschap waarneemende, Johan Kokh, Bijzitter.

Einde van het Tweede en laatste Deel.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings