AFSCHRIFT
Reading edition
Der Verklaaring mij van den Heer Kasloff Ougrenin, Colonel en Bevelhebber van Okotsk en Kamschatka gegeven.
Ik verklaar dat de Heer de Lesseps, vice Consul van Frankrijk te Cronstadt, genoodzaakt is geweest van zich in verscheidene plaatzen optehouden, en wel om de volgende redenen.
1. Te Bolcheretsk den 7/18 October 1787 aangekomen zijnde, heeft hij daar dien tijd waar in de sleedevaart kon begonnen worden afgewacht, buiten welke ’er geen mogelijkheid is om de reis van Kamschatka naar Okotsk over land te onderneemen; de sleedevaart en het bevriezen der rivieren is op het einde van November begonnen.
2. Hij zou vertrokken zijn, indien ik daartoe mogelijkheid had gezien, dog de geduurige en geweldige stormwinden, die van het begin van November tot aan het einde van December geheerscht hebben, zijn hem daar in hinderlijk geweest; daar zijn zeldzaam te Bolcheretsk twee dagen voorbij geloopen, of wij ondervonden ’er zulke heftige buijen, dat het gezicht zich naauwlijks zes of agt treden ver uitstrekken kon; de Kamschatters zelfs kunnen geduurende dezelve hunne reizen niet vervolgen, maar zijn somtijds verplicht van in het open veld stil te moeten houden.
Ik oordeelde het van mijn plicht om de Heer de Lesseps te waarschuuwen van het gevaar het welk daar in gelegen was, om voor en aleer dat dit aanhoudende slegte wêer voorbij was, eene gevaarlijke en in zich zelfs moeijelijke reis te onderneemen, en daar door misschien de brieven te verliezen, waar meede hij voor het hof van Frankrijk gelast is; daar en boven heb ik hem verzekerd, dat dewijl ik zelfs verplicht was om zo dra mogelijk naar Okotsk terug te keeren, ik hem als dan onder mijne bescherming meede zou neemen, en dat wij ons niet zouden ophouden dan volstrekt onvermijdelijk was.
3. In die tusschentijd, is de Heer de Lesseps van eene zeer hevige buikloop aangevallen, deszelfs ziekte heeft negen weeken geduurd en heeft hem zeer verzwakt.
4. De hongersnood die onder de honden op de westkust van Kamschatka geregeerd had, heeft ons genoodzaakt om verscheide omwegen te nemen, en eenen langen tijd de oostkust te moeten volgen.
5. Wij wierden genoodzaakt om in een dorp of Ostrog genaamt Poustaretsk, en zeshonderd wersten van de stad Ingiga afgelegen, stil te houden; wij kwamen daar den 26 Februarij; Ik maakte van alle mogelijke middelen gebruik om spoedig van daar te vertrekken, dog de honden, de leevensvoorraad en de verdere onderstand die ik wachtende was, niet komende opdagen, besloot ik de Heer de Lesseps op den 7/18 Maart met kleine sleeden in dat land in gebruik, te laaten vertrekken. Ik wierd hier toe in de mogelijkheid gesteld, door dat hij met weinig reisgoed bezwaard was, en door het aanspoelen van een walvisch aan den zee oever, waar van ik stukken deed afsnijden om zijne honden te voeden; en ten einde hij geene beletzelen in het ostrog van Kaminoï door Koriaken bewoond, op welken wij juist niet veel vertrouwen kunnen stellen, zoude ontmoeten, heb ik de Heer Capitein Smaleff bewoogen om hem derwaards te vergezellen; Ik heb hem aan alle de plaatzen waar hij doortrekken moest aanbevolen, en hem zo veel hulp als in mijn vermogen was toegebragt om zeker en spoedig voorttereizen; dog terzelver tijd heb ik niet kunnen afzijn van hem te waarschuwen, dat hij zich veel zwaarigheden en vermoeijenissen tot op zijn komst te Okotsk moest voorstellen; Ik heb hem daar en boven verzekerd, dat hij het einde van dit jaargetij zou moeten afwachten; eer hij zich van Okotsk naar Yakoutsk zou kunnen begeeven, dewijl de wegen tusschen deeze twee steeden volstrekt onbruikbaar, of ten minsten ten uitersten gevaarlijk geduurende de winter zijn, uit hoofde van de zeer groote meenigte sneeuw waar meede dezelve overdekt zijn.
In kennisse daar van heb ik deeze getekend, met het keizerlijk zegel van mijn departement gezegeld, en meede door de Heer Smaleff, Capitein Inspecteur van Kamschatka doen ondertekenen.
Gedaan in het Ostrog van Poustaretsk den 12/23 Maart van den jaare duizend zeven honderd en agt en tagtig.
Het bovenstaande geschrift voorgelezen en goedgekeurd, en aan den Heer Smaleff vertolkt. Getekend Grégoire Kasloff Ougrenin, Colonel en Bevelhebber van Okotsk en Kamschatka.
Hier is in het Russisch gescbreeven, Vassili Smaleff, capitan ispravnik.