NABERICHT VAN DEN NEDERDUITSCHEN VERTAALER.
Reading edition
Wij hebben gemeent den Nederduitschen leezer geen ondienst te zullen doen met kortelijk optegeeven de berichten, die men tot hier toe van den Graaf de la Perouse ontfangen heeft.
Het was den 17 October 1788, dat de Schrijver van dit werk de eerste tijding van den togt des voorn. Graafs te Versailles overbragt, zijnde gen. Graaf de la Perouse benevens den Burggraaf de Langle met de schepen la Boussole en l’Astrolabe op den 1 Augustus 1785 van de rhee van Brest vertrokken, om ontdekkingen te doen. Na de eilanden Madera en Teneriffe, ten einde zich aldaar van nog wat wijn te voorzien, die van Martinvas en la Trinité, om derzelver aardmeetkundigen stand te bepaalen, en dat van St. Katherina van Brezil, om ’er eenige ververschingen in te neemen, aangedaan te hebben, deed de Graaf de la Perouze eenige navorschingen in de Zuidzee, voer den 25 Januarij 1786, zijnde 69 dagen na zijn vertrek, de straat la Maire door, en bereikte den 9 Februarij den grooten Oceaan, gemeenlijk de zuid of de stille zee geheeten; den 24 dier maand wierp hij het anker in de baaij van la Conception, (een Stad in Chili) en vertrok van daar den 19. Maart. Den 8 April ontdekte hij het Paasch-eiland, waar hij aan land stapte; den 28 Maij kwam hij onder het Eiland Othahijtie, een der Sandwichsche Eilanden, waar Capitein Coock zo ongelukkig het leeven liet; de Graaf de la Perouse lag zich voornamelijk toe, om die Eilanden op te neemen, welke de beroemde Engelsche Zee-reiziger niet heeft kunnen bezichtigen. Hij verliet de Sandwich 1 Junij, zette koers naar Noord-Amerika, en bereikte aldaar den 23 dier maand de hoogte van Mont Saint-Elie, op 60 graden breedte; van de plaats, alwaar hij lande, tot aan de haven van Monterey, op 36 graaden en 2 minuuten breedte, nam hij de kust op; het geen Capt. Coock, door tegenwinden belemmerd, slegts gedeeltelijk en van afstand tot afstand had kunnen doen, zijnde niet verder geweest dan 43 graaden; Hij vertrok uit de haven van Montereij den 24 September, stak den grooten Oceaan over naar het vaste land van Asia, en ontdekte op deezen Togt eenige onbewoonde Eilanden.
Den 15 December raakte hij in het gezigt van Assonsong, een der Eilanden onder de kust van China, en wierp den 3 Januarij 1787 het anker voor Macao; van daar vertrok hij 6 Februarij, en liep den 28 in de baaij van Manille, voor Cavita, om zich van eenige ververschingen en leevensmiddelen voor zijn laatsten Togt te voorzien; hij verliet de Manille den 9 April, en, ten oosten Formosa voorbij zeilende, zette hij kours tusschen door de Eilanden Japan en Korea, bezag de oostkust van dat schier-eiland, en voer tot op 52 graaden breedte, door een vrij enge straat, bij de zeevaarders onbekend, en gevormd, van de eene zijde door de oostelijke kusten van Tartarijen, en van den anderen kant, door twee groote Eilanden, waar hij aan land stapte, en dezelve gedeeltelijk bezigtigde; het noordelijk einde deezer zee-engte door banken bezet vindende, welken den doortogt ondoenlijk maakten, wendde hij te rug naar het zuiden, en zijne naspooringen voortzettende, ontdekte hij, op 46 graaden breedte, een straat, die hem in de zee bragt, gelegen ten oosten der Kurillische Eilanden, tusschen welken hij eenen weg vond, waar door hij naar de haven van Avatska in Kamschatka gelegen kon zeilen: aldaar wierp hij den 6 September het anker.
Deeze scheepstogt van 5 maanden in eene onbekende zee, onder bijna onophoudelijke zwaare nevels, was inderdaad niet min gevaarlijk dan moeijelijk: dezelve kan egter niet weinig ter opheldering dienen van een voornaam punt der aardmeetkunde; zullende, gevoegd bij de ontdekkingen, die de Russen in dit noordelijk deel des aardkloots gedaan hebben, ons naauwkeurig kennis doen verkrijgen aan een uitgestrekt land, welks bestaan tot nog toe betwist wierd; de volken, die de eilanden bewoonen, door den Graaf de la Perouse bezogt, hadden geene kennis aan de Europeaanen, zo min als aan de overige bewooners van het groote vaste land; zij zijn vriendelijk en gastvrij, dog hun grond levert geene voortbrengzels op, welken de handeldrijvende natien derwaarts kunnen lokken; den 30. September verliet de Graaf de la Perouse de baaij van Avatschka, om de nog overblijvende naspooringen in het zuidlijk Halfrond te doen.
Zedert vernam men in het begin des voorleden jaars door den Heer Fournier, Capitein van een Koninglijke Paketboot, dat de Heer de la Perouse, die reeds van zijnen togt rondom den Aardkloot in den Jaare 1789 in Frankrijk te rug verwacht was, door een Spaansch Fregat, van de Manilla op den 21. Februarij 1789 vertrokken, op deszelfs thuisreize was gepreid.
Vervolgens heeft men het gerucht verspreid, dat de Graaf de la Perouse zich den 20 Maij 1789 te Batavia bevond, en bezig was met zijne twee Fregatten aldaar te laaten repareeren, met oogmerk om in de maand Julij daar aan volgende van daar naar Frankrijk te vertrekken, en dat de Heer d’Angelet, Astronomist en lid van de Fransche Akademie der wetenschappen, op die reize overleeden was.
En eindelijk heeft de Nationaale Vergadering in Frankrijk, uit hoofde van de onzekerheid, waar deeze doorluchtige Reiziger en zijne togtgenooten zich thans bevinden, op den 9 Februarij van dit jaar deswegens het volgende besluit genomen:
„De Nationaale Vergadering decreteert, dat de Koning zal verzogt worden, om aan alle de Ambassadeurs, Residenten, Consuls en Agenten van de Natie bij de resp. Mogendheden, de noodige bevelen te geeven, ten einde zij bij de Souvereinen, alwaar zij resideeren, in den naam der Menschlievendheid en van de Kunsten en Wetenschappen tragten te bewerken, dat dezelven aan alle de zeevaarenden, welken tot hunne onderdaanen behooren, en aan alle derzelver Agenten, hoe ook genaamd, en waar die zich ook mogen bevinden, dog voornaamelijk in het Zuidelijk Halfrond en de Zuidzee, gelieven te gelasten, om alle onderzoek te doen naar de twee Fransche Fregatten, la Boussole en l’Astrolabe, onder bevel staande van den Heer de la Perouse en derzelver manschappen, als meede alle naspooringen in het werk te stellen, waar door het nog in weezen zijn, of de schipbreuk der gem. Fregatten, zou kunnen beweezen worden; ten einde, dat wanneer de Heer de la Perouse en zijne togtgenooten, waar het ook zijn mogt, gevonden of ontmoet zouden worden, aan hem de noodige hulp gegeeven, en alle de middelen bezorgt worden, waar door zij in hun Vaderland konden te rug keeren, en derwaarts al wat nog in derzelver bezit was met zich voeren; terwijl de Nationaale Vergadering zich verbind, om elk en een iegelijk, die aan deeze zeevaarenden hulp zal verleenen, tijdingen van dezelve bezorgen, of maar zouden kunnen gelegenheid geeven, dat de papieren en zaaken, van welken aart ook, die tot derzelver Togt zouden behooren of kunnen behoord hebben, aan Frankrijk wierden terug bezorgd, naar maate van de beweezene diensten, schadeloos te zullen stellen, en zelfs te beloonen. Decreteert wijders, dat de Koning zal verzogt worden om één of meer vaartuigen te doen uitrusten, waar op eenige Geleerden, Natuurkundigen en Tekenaars zullen ingescheept worden, en om aan den Bevelhebber van den Togt den tweevoudigen last te geeven, van den Heer de la Perouse optezoeken, volgens de stukken, onderrichtingen en beveelen, die aan hen zullen worden gegeeven, en tevens ter gelijker tijd naspooringen, betrekkelijk de Wetenschappen en den Koophandel te doen; met alle de noodige maatregelen te neemen, om deezen togt, afgezonderd van het oogmerk om den Heer de la Perouse opte spooren, of zelfs, na hem ontdekt, of tijdingen van hem bekomen te hebben, nuttig voor de Aardrijkskunde, den Koophandel en de Kunsten en Wetenschappen te doen zijn. Decreteert eindelijk, dat de Minister van de Zee-zaaken onverwijld aan de Nationaale Vergadering een staat van de uitrusting, welke de Koning zal nodig geoordeeld hebben te beveelen, zal overgeeven, ten einde de noodige sommen ter bekostiging van deezen Togt kunnen vastgesteld worden.”
HISTORISCH DAGVERHAAL DER REIZE VAN DEN HEER DE LESSEPS,
Zedert het verlaten van den Heer Graaf de la Perouse en zijne togtgenooten in de haven van St. Pieter & Paulus op Kamschat- ka, tot op zijne komst in Frank- rijk, den 17. October 1788.
Naar het Fransch.