Onverwachte overrompeling en het loon der verraders.
Reading edition
Charly keek hen vroolijk na.
„Een prachtigen sprong maakte de kerel uit angst voor onze revolvers,” sprak hij lachend.
Lister had zijn miniatuurwapen weer weggeborgen en krabde zich achter het oor.
„Ik vind de zaak eigenlijk minder amusant, Charly,” antwoordde hij.
„De beide zeer edele heeren zullen ongetwijfeld nu den Roghi tegen ons ophitsen en het zoo mogelijk doen voorkomen, alsof wij hun plan hadden opgemaakt. Men weet niet, wat daaruit voort kan vloeien.
„Wij hebben nu vrijwel alles tegen ons. Het is een geluk, dat tenminste onze lieden van de Meteor in de nabijheid zijn.
„Wees zoo goed, Charly, voorzichtig naar hen toe te gaan, het voorvertrek scheidt ons alleen van hen. Zij moeten op alles voorbereid zijn, om dadelijk te kunnen handelen, als zij een fluitsignaal hooren. Mochten zij worden aangevallen, dan moet bootsman Canning fluiten, dan zullen wij hem te hulp komen.”
„Houd je dan den toestand voor zoo gevaarlijk?” vroeg Charly verbaasd.
„Ik dacht, dat wij goed op weg waren om onzen zin te krijgen!”
„Dat waren wij ook. Het is mogelijk, dat ik mij vergis, maar die edele heeren Marokkanen vertrouw ik niet!
„Zij zullen ons zooveel mogelijk zwart maken en het is de vraag, of Bu Hamara hen doorziet.—Daarom voorzichtig en snel naar de matrozen!”
„Als het zóó staat!… Natuurlijk zal ik hun de grootst mogelijke voorzichtigheid inprenten!”
Bij die woorden was Charly snel achter de portière verdwenen.
Lister liep onrustig in het ruime vertrek heen en weer. Hij wierp een teederen blik op het slapende kind en nam zich voor, den mooien knaap zoo goed mogelijk te verdedigen.
Maar wat vermocht hij, zelfs geholpen door zijn weinige mannen, als de Roghi zijn vijand was en zijn macht wilde misbruiken!
Een gevecht was even nutteloos als een vlucht in dit vijandige bergland, dat bovendien nog in oproer was tegen de Spanjaarden!
Lister pijnigde zijn hersens om een uitweg te vinden.
Plotseling luisterde hij scherp.
Hij meende, lichte schreden gehoord te hebben. Met gespannen aandacht luisterde hij, beide handen om de revolvers in zijn zakken geklemd.
Hij had zich niet vergist.
De roode portière werd teruggeschoven en tot zijn hoogste verbazing zag Lord Edward een gesluierde vrouw op den drempel.
Het was dezelfde, die bij zijn gesprek met den Roghi zijn partij had gekozen.
Ook nu was haar gelaat door een sluier verborgen. Zij wenkte met de hand, als wilde zij tot voorzichtigheid en tot zwijgen aansporen.
Daarop trad zij nader.
Toen zij den sluimerenden knaap zag, die in zijn slaap glimlachte, vouwde zij de handen over de borst en knielde neer om naar hem te kijken. Een zucht kwam van haar lippen en zacht fluisterde zij:
„Arme knaap, hoe heerlijk sluimer je! En toch zal men je weldra moeten wekken, want de vervolgers naderen reeds! Maar jij bent in de hoede van een edel man! God zal hem helpen om je te redden en gelukkig naar het vaderland terug te brengen!”
Lister vertrouwde zijn ooren niet, toen hij de vermeende Marokkaansche deze woorden in het zuiverste Engelsch hoorde uiten.
Maar reeds was zij opgestaan en trad naar hem toe.
„Vraag mij niets, mijnheer! Red uzelf en den knaap, want Bu Hamara, de Roghi, zal dadelijk met zijn lieden hier zijn. De Spanjaarden hebben u verraden en de Mahksenlieden hebben u bij hem aangeklaagd.
„Vraag niet, maar handel, eer het te laat is!—Bu Ismail, de Marabout, zal u buiten wachten en veilig geleiden. Ik zelf zal uw gids zijn.”
„O, mijn landsvrouw, hoe zal ik u danken? Door welk wonder bevindt gij u hier, om als een engel te verschijnen en ons te redden?”
„Er is geen minuut te verliezen, mijnheer,” antwoordde de gesluierde haastig. „Alle vragen later. Wek den knaap, roep uw lieden en volg mij!”
In een oogenblik had Lister zijn wapens en den tropenhelm bij elkaar gezocht en ging naar Jack.
Opeens werden in de aangrenzende kamer schoten gehoord, waarop een geheel salvo volgde.
Een onbeschrijfelijk alarm volgde, vermengd met Engelsche vloeken, maar ook menig Spaansch en Moorsch woord werd vernomen.
Lister bleef een oogenblik staan, daarop echter had hij zijn tegenwoordigheid van geest teruggekregen.
„Te laat!” mompelde de gesluierde vrouw. „Groote hemel, de knaap, de knaap! Wat moet ik doen? Wat geeft het mij en u, als Bu Hamara mij hier treft en in zijn woede doodt of gevangen zet?”
Met een droeven blik op den knaap, die zich, door de schoten gewekt, verbaasd van zijn rustplaats oprichtte, en met een wanhopige handbeweging vluchtte zij uit het vertrek en was verdwenen.
Maar reeds was Lister van plan met een revolver in elke hand door het roode gordijn in de voorzaal te snellen om zijn overrompelde getrouwen ter hulp te komen, toen met verwarde haren en verscheurde kleeren Charly achteruitloopende bij de portière verscheen, herhaaldelijk achteruitvurende op zijn vervolgers.
Oogenblikkelijk was Lister aan zijn zijde en nu zag hij door de deuropening bijna de geheele zaal gevuld met Rifkabylen, die alleen in toom werden gehouden door Charly’s uitstekende revolvers.
Toen twee der vermetelste kerels met hun lange messen naderslopen, werden beide door Lister’s revolverkogels in den arm getroffen, zoodat zij hun messen moesten laten vallen.
Daar schreeuwde plotseling de knaap achter hem luidkeels en toen Lister schielijk omkeek om hem zoo noodig ter hulp te snellen, was het reeds te laat.
Hij zoowel als Charly werden ruggelings door vele sterke armen aangegrepen en hun revolvers hun ontnomen.
Hun armen en beenen werden met stevige touwen gebonden en toen Lister met moeite zijn hoofd omdraaide, zag hij tot zijn leedwezen, dat ook de arme, dappere knaap reeds hetzelfde lot ten deel was gevallen.
Over hen heen echter boog zich hoonlachend de Spaansche sergeant Ramiro en riep:
„Oog om oog, Señor Lordo!
„Dat is de groet van generaal Marina, dien ik u moet overbrengen!”
Onmiddellijk daarop echter stelde hij zich in postuur met de hand aan de witte kepi.
„Dappere Roghi, hier ziet gij uw vijanden geboeid in uw macht, waaraan ook wij dapper hebben meegeholpen. Mag ik uwe genade nu verzoeken ons volgens uwe belofte, het ons toegezegde loon te geven en ons onder veilig geleide naar Melilla, naar generaal Marina, terug te zenden?!”
Lister hoorde, hoe de Roghi die binnengekomen was, met luide stem in het Spaansch zei:
„Mijn belofte zal ik houden! Uw wapens hebt gij al weer terug! Hassan, hebt gij den buidel?—Welaan, geef elk der Spanjaarden een goudstuk en den capitano drie!”
„O, veelmaals dank, edele Emir!” antwoordde Ramiro verheugd.
„Ben je gereed, Hassan?” vroeg Bu Hamara vol ongeduld.
„Ja, heer!”
„Welnu, heeren Spanjaarden!” vervolgde de Roghi, „ook mijn derde belofte zal ik houden.—Hola, Riflieden! Neemt deze Spaansche onderdrukkers op, die zoozeer verlangen, onze bergen met hun erts en verborgen schatten te bezitten, die ons ons vaderland willen ontnemen, dat wij liefhebben, ik beveel u, neemt hun hun geld en wapenen weer af!”
Ramiro ging een schrede achteruit.
„Was dat de bedoeling, trouwelooze Kabyle! Zoo zie dan, hoe Castiliaansche mannen weten te sterven. Lieden, revolvers te voorschijn! Caramba! Legt aan!—vuur!”
De elf revolvers der Spanjaarden werden gelost. Maar de Rifbewoners en Bu Hamara zelf wisten zich te redden, doordat zij zich op den grond lieten vallen.
Een tweede maal konden de ongelukkige Spanjaarden echter niet vuren. Uit de andere kamer waren talrijke Marokkanen naar binnen geslopen. Op een wenk van den Roghi hadden achter elken Spanjaard twee er van plaats genomen en onverhoeds werden hun de wapens ontrukt.
Ondanks hun dapperen tegenstand werden de Spanjaarden door de overmacht overweldigd en evenzoo gebonden als zooeven Lister en de lieden van de Meteor, benevens Charly en Jack.
Ondanks zijn onbehagelijken toestand kon Lister niet nalaten, den sergeant toe te roepen:
„Er bestaat een Engelsch spreekwoord, edele Hidalgo van den Manzanares, dat luidt: „Wie een ander een put graaf, valt er zelf in.”
„Zeg maar niets, Señor!” antwoordde de Spanjaard op schuldbewusten toon, „ik zie in, dat ik nog dommer ben dan de ezel van Sancho Pancha.”
„Zoo, dappere Señores!” hernam de Roghi, „nu zal ik ook mijn derde belofte houden. De Spanjaarden worden morgen vroeg op het plein van mijn kasbah doodgeschoten, hun lijken echter zullen onder veilig geleide naar Melilla worden gevoerd. Niemand echter kan zeggen, dat Bu Hamara niet tot in de kleinste bijzonderheden zijn belofte heeft gehouden.—Nu echter—weg met de gevangenen naar de rotskelders!”
Men maakte een begin met de Spanjaarden en twee aan twee werden de geboeiden uit het vertrek gedragen.
Nu wendde de Roghi zich tot Lord Lister, die voor hem op den vloer lag uitgestrekt.
„Nu gij, mijn vriend van gene zijde van den oceaan! Uw edelmoedigheid was te groot, dan dat ik er geloof aan kon slaan. Nu is de waarheid aan het licht gekomen.
„Niet ter wille van Sidi Lupton en diens familie kwaamt gij in onze bergen, maar met het doel om mijn krijgsschat en het laatst verworven millioen te stelen.
„Het helpt u niets, te ontkennen. Het is bewezen.
„Goedhartig als ik ben, wil ik zelfs u gelegenheid geven om uw plan ten uitvoer te brengen!”
Lister luisterde vol belangstelling en zelfs Charly kon een uitroep van verbazing niet weerhouden.
„Uw lieden, en deze, uw vrienden, zullen zich verkwikken in mijn onderaardsche kelders, om koel en frisch morgenochtend in onze buksmondingen te kijken.
„Gij echter, mijn speciale vriend, zult geboeid, zooals gij zijt, den nacht doorbrengen in mijn schatkamer.
„Gelukt het u, den krijgsschat te stelen, zooals uw plan was, dan zal die van u zijn. Gelukt het u echter niet, ondanks al mijn tegemoetkoming, dan kan ik u verder niet helpen. Dan zult gij met al uw aanhangers morgenochtend te zamen met de Spanjaarden op het plein van mijn kasbah gefusilleerd worden.—Nu, hoe denkt gij over mijn voorstel, hoogedele heer?”
„Drommels, Lister!” fluisterde Charly verbaasd.
„Ik was tot dusverre niet van plan, uw schat te stelen, Roghi. Maar ik neem uw voorstel, dat gij mij hoonend doet, in allen ernst aan. Ik roep alle aanwezigen aan als getuigen, dat mij de schat zal toebehooren, als het mij gelukt hem te stelen.—Ik zal u dus vóór morgenochtend den schat ontstelen, Roghi, wees daar verzekerd van!”
Bu Hamara barstte bij het hooren van die vermeende grootspraak in zulk een hartelijk lachen uit, dat hij alle Kabylen, die tot de tanden gewapend de geboeide Engelschen omringden, aanstak.
Plotseling echter wenkte hij met de hand en al zijn haat en woede tegen Lord Lister lag weer op zijn gelaat te lezen.
„Als mijn schutters u en uw makkers morgen tot schietschijf nemen, zal de lust om grappen te verkoopen u wel vergaan, mijn geestige, Amerikaansche vriend,” riep hij vol woede. „Kom, werpt de Gjaurs in de rotskelders! Dezen echter moet gij in mijn schatkamer neerleggen. Ik houd altijd mijn woord!”
Toen de Kabylen zich gereed maakten om het bevel van den Roghi op te volgen, werd op angstigen toon: „Halt! Halt!” geroepen.
Bu Hamara keerde zich boos om. Maar hij schrok, want achter hem stond op den drempel de gesluierde vrouw.
„Halt—halt!” riep zij op opgewonden toon. „Waarheen laat gij hen brengen, Roghi?—Gij zijt misleid! Geloof mij! Doe niets, wat u zal berouwen! Gij benadeelt slechts uzelf! Deze heer is een Amerikaan van grooten invloed, die u van meer nut kan zijn dan gij denkt. En deze knaap—wat heeft hij misdaan?”
De gesluierde knielde voor hem neer en hief de armen op.
„Ik smeek u, Roghi!—Laat den knaap vrij, geef hem aan mij! verhoor mijn bede en als gij mij een genoegen wilt doen, zendt deze menschen dan ongedeerd naar de kust.”
De Roghi scheen zeldzaam bewogen. Hij beet zich op de lippen en staarde voor zich uit. Daarop hief hij de knielende op.
„Genade voor al deze menschen, overgave aan u van den knaap, een vrijgeleide en alles wat gij wenscht, sta ik toe, op de voorwaarde, die gij kent. Maar het inwilligen van die voorwaarde is onomstootelijk!”
„Het is niet edel, Roghi, dwang te willen uitoefenen op een vrouw. Uw eisch kan ik niet bewilligen.
„Waartoe te herhalen, wat ik u reeds zeide? Maar ik heb een betere meening over u. Gij zijt niet onedel. Gij zult mijn verzoek niet weigeren, want ook ik ben een Engelsche en behoor tot hun stam!”
De Roghi balde de vuisten en zijn oogen gloeiden van hartstocht:
„Dat zal ik niet doen, bij den baard des profeten! Ik heb er genoeg van, mij door u voor den gek te laten houden. Er zijn nog andere dwangmiddelen, mijn duifje! Gij zijt in mijn macht en ik zal mij niet langer door mijn geweten in bedwang laten houden. Onthoud dat, schoone Engelsche!”
„Wilt gij mij met dreigementen bang maken, Bu Hamara? Op die manier is geen vrouw te winnen! Bij ons te lande weten de vrouwen eerder te sterven dan zich tegen haar zin te laten dwingen! Wanneer deze gevangenen worden gekweld of gedood, dan—Bu Hamara, zijn wij voor eeuwig gescheiden!”
Met een teederen blik op Jack, den ouderloozen knaap, die wel bleek was geworden, maar zich toch dapper hield, met een afwerende handbeweging tegen den Roghi, verliet zij met fieren tred de kamer.—
De Roghi stampte woedend op den vloer.
„Waarom aarzelt gij? Waarom zijn de gevangenen nog niet weggebracht? Moet ik u beenen leeren maken, luiaards?” schreeuwde de Emir tot de Kabylen.
„Waarheen heer, naar de schatkamer?”
„Heb ik het nog niet duidelijk genoeg gezegd, domkoppen?” riep hij uit. „Allen bij de Spanjaarden in de rotskamers beneden. Dezen echter alleen naar de schatkamer. Daar mag hij bersten van nijd bij den aanblik mijner schatten! Dat zal mijn wraak zijn! Steel ze, als ge kunt! Ik houd mijn woord!”
„Ik zal mijn uiterste best doen!” riep Lister, toen men hem wegdroeg.
Zijn hart klopte sneller en ondanks zijn wanhopigen toestand, was hij vaster dan ooit in zijn leven van plan om te zegevieren, toen hij den hoonlach hoorde, waarmee de Roghi hem nakeek.