In de rotskasbah van den Roghi.
Reading edition
Het inwendige van de kasbah vormde een ruim plein met een reusachtige fontein in het midden.
Dat plein werd omgeven door vijf verschillende huizen met getraliede vensters, elk met een Moorschen ingang.
De vertegenwoordiger van den Roghi, een oude Kabyle met langgolvenden, grijzen aartsvaderlijken baard, opende de met ijzer beslagen poort van het eerste gebouw en liet de drie Engelschen binnentreden, terwijl men de Spanjaarden wegleidde naar een der gebouwen op den achtergrond.
De Marabout sloot zich aan bij Lord Lister en diens vrienden.
Door een soort voorkamer, waar een misschien nog uit den tijd der Romeinen stammende olielamp van de zoldering af haar spaarzaam licht verspreidde, en waar geen andere meubelen stonden dan een breede divan langs de muren en eenige lage Arabische tafeltjes, kwamen zij in een op dezelfde wijze ingericht tweede vertrek, dat de Kabyle hun als verblijf aanwees.
De drie vrienden vielen met een zucht van verlichting na dezen zwaren dag op de vrij harde kussens neer en Lister had juist een zijner fijne sigaretten opgestoken, toen een zwarte slaaf van den Roghi met vier kleine kopjes mokka en een andere met drie reusachtige waterpijpen binnentrad.
Lister wist, dat het een onbeleefdheid zou zijn, de nargileh te weigeren. Hij wierp den zwarte zijn sigaret toe, welke deze met de behendigheid van een gedresseerden aap opving, waarna hij van genoegen zijn breeden mond tot een nog breeder lach vertrok.
Daar de jonge Engelschman het mondstuk van de nargilehpijp vol afschuw wilde afwijzen, sprak Lister:
„Het helpt je niet, Jack, een enkel trekje moet je in elk geval doen, om onzen gastheer niet te beleedigen daarna kun je de pijp teruggeven.”
Jack zette een wanhopig gezicht, daar hij niet kon rooken en kreeg een heftige hoestbui, toen de scherpe rook hem uit mond en neus kwam.
Met veel genoegen gaf hij den neger het barnsteenen mondstuk terug, die het op een wenk van den Marabout zorgvuldig afveegde en het dezen aangaf. De Marabout zat er reeds met gekruiste beenen op den divan op te wachten.
Lister en Charly echter vonden de waterpijp zeer aangenaam en de tabak uitstekend, al beviel hun de vreemde bijsmaak ook minder, welken de rook op zijn weg door het met rozenolie geparfumeerde water van het bassin had aangenomen.
De voortreffelijke, zeer sterke koffie in de fijne bruine kopjes werkte opwekkend.
Intusschen had men ook Listers proviand en bagage gebracht, waaraan ook niet het minste mankeerde.
Lister opende een der pakken en nam er een fonkelnieuw browningpistool benevens de daarbij behoorende ammunitie uit. Hij verzocht den Marabout, dit kleine geschenk met een verrekijker den Roghi bij diens aankomst te overhandigen, daar het te voorzien was, dat Bu Ismail den troonpretendent het eerst verslag zou moeten uitbrengen.
De Marabout beloofde het en was ondanks zijn heiligheid zeer gelukkig, toen Lister ook hem een revolver ten geschenke gaf.
Al werd hij ook in zijn eenzame kubbah het best beschermd door den godsdienst en het bijgeloof van deze natuurmenschen, toch was in sommige gevallen het bezit van een pistool, dat men zeven keer achtereen kon afschieten, niet te versmaden.
Daar Lister verder wel wist, hoezeer kunstjes en onverklaarbare dingen het aanzien van den kluizenaar in de oogen van het bijgeloovige, domme volk verhoogen, nam hij nog een pakje, dat hij voor dat doel had meegebracht en opende het gedeeltelijk.
Hij schudde er een beetje poeder uit op den steenen vloer van het vertrek en streek een lucifer aan.
Al spoedig verspreidde zich in het spaarzaam verlichte vertrek een groene rook, zoodat de juist met een presenteerblad binnenkomende neger bijna het geheele maal, dat hij kwam brengen, had laten vallen van schrik.
Dit pakje met Bengaalsch poeder, dat Lister hem gaf, verschafte den Marabout bijna nog meer vreugde dan het wapen en hij legde met schitterende oogen en een veelzeggend gebaar de rechterhand op het hart en liet het kostbare pakket in zijn burnous verdwijnen.
Intusschen had de neger zich van den schrik hersteld en het groote blad neergezet. Hij zette voor elk der gasten een der kleine achthoekige tafeltjes neer en plaatste daarop een groot aantal schalen met schapenvleesch, rijst, dadels en zoet gebak.
Ondanks de vreemde toebereiding en samenstelling der spijzen smaakte hun allen het krachtige maal en toen Lister opnieuw de nargileh had aangestoken, voelde hij zich volkomen verkwikt.
Hij was juist een gesprek begonnen met den Marabout over den besten weg naar Tetuan of Ceuta, toen plotseling buiten een geweersalvo weerklonk, dat door een tweede werd beantwoord, zoodat een oningewijde moest denken, dat de Kasbah door vijandelijke troepen werd aangevallen.
De Marabout echter legde zijn hand op Lister’s arm en sprak:
„De Roghi komt thuis!”
Inderdaad weerklonken vreugdekreten en levendige begroetingen en op het plein werd hoefgetrappel vernomen.
Na eenige minuten reeds kwam de neger weer binnen en fluisterde den Marabout onverstaanbare woorden toe.
Bu Ismail stond op, gaf den Engelschen een wenk en verdween achter den neger door een deur, die blijkbaar naar de binnenvertrekken leidde.
Het gewichtige oogenblik, waarvan het welslagen of het mislukken der onderneming afhing, was genaderd.
Lister wierp de slang der pijp op den divan en sprong op. Met snelle schreden liep hij het ruime vertrek op en neer, terwijl Charly en Jack met gespannen aandacht al zijn bewegingen volgden.
Ongeveer tien minuten later trad de Marabout glimlachend weer binnen.
„Alles gaat goed, mijn vriend!” fluisterde hij, „de Roghi was zeer ingenomen met uw geschenken, zoowel met het pistool als met het tooverglas, dat de menschen en zelfs de bergen dichtbij het oog brengt. De Roghi is verrukt, want het zal hem helpen, morgen de Spanjaarden, evenals vandaag, te overwinnen.
„Kom, mijn vriend, Bu Hamara wil u persoonlijk zijn dank uitdrukken. Gij moet hem zelf nader onderricht geven in het gebruik der beide kunstig samengestelde voorwerpen!”
Toen Lister de zaal binnentrad, waar hij den beroemden troonpretendent zou spreken, die reeds den vroegeren sultan Abd el Asis een zware nederlaag had toegebracht en die tot vlak voor de poort van Fez was gedrongen en in wiens macht hij zich bevond, voelde hij zich geen oogenblik bevreesd of onzeker.
De Marabout vouwde de handen over de borst en boog het hoofd.
„Emirel Muminin! (vorst der geloovigen). Hier is de vreemdeling, die vol vertrouwen op uw rechtvaardigheid het heeft gewaagd, den gevaarlijken en moeilijken weg naar u te ondernemen.
„Hij behoort niet tot onze aartsvijanden, de wreede Spanjaarden, die eenmaal met hun machtig leger onze broeders uit het heerlijke Granada verdreven en den laatsten Emir der Mooren Boabdil bij het scheiden van Alhambra’s heerlijkheid het hart braken en zoovele duizenden van onze bloedverwanten, de Morisko’s, vermoordden en verbrandden.
„Van gene zijde van den Oceaan komt hij, een telg van hen, die altijd en overal vijandelijk stonden tegenover onzen vijand en die dikwijls hun schepen op de wereldzeeën hebben vernield en doen zinken.
„Gij, trotsche Roghi en Emir, gij kent de macht van Amerika, tot wiens grooten en voornamen deze vreemdeling behoort, die u met kostbare geschenken huldigt!”
Bu Hamara, de Roghi, zat met gekruiste beenen op een kussen en luisterde met welgevallen naar de woorden van den Marabout, terwijl hij rookwolken uit zijn huka blies en niet zonder ingenomenheid naar de rijzige, slanke gestalte van Lord Lister keek, die den blik zijner scherpe oogen vol kalme waardigheid doorstond.
Lister maakte een toestemmende handbeweging bij de woorden van den kluizenaar, maar sprak opzettelijk nog niet, om den Roghi eerst gelegenheid te geven om het woord te nemen.
„Welnu, vreemdeling uit het verre Westen! Ik heet u welkom! Uw wonderlijke geschenken hebben mij veel genoegen gedaan, want zij zijn bij mijn volk niet bekend en wel in staat om mijn macht en aanzien te vergrooten! Heb dank en vertel mij onbevreesd de reden van uw komst! Als gij niet te veel verlangt, denk ik wel, dat ik uw wensch kan bevredigen!”
„Dappere Roghi en Emir,” antwoordde Lister, terwijl hij als een Muzelman de handen over de borst kruiste, „het is een onvergetelijk oogenblik voor mij, den beroemden krijgsman te zien, die zelfs de Marokkaansche legers en de beste troepen van den sultan versloeg, die binnen korten tijd, na de Spanjaarden overwonnen te hebben, evengoed Fez als Rabat en Marrakesch zal binnentrekken en die alleenheerscher zal zijn in Marokko, zooals nu in het Rifgebied!
„Dat mijn geringe gaven u genoegen doen, verheugt mij!
„Maar niet daarom, doch van uw beroemde rechtvaardigheid en wijsheid hoop ik datgene te verkrijgen, waarvoor ik heden tot u kwam!”
Het scherpe, gebruinde gelaat van den Roghi, welks waardigheid verhoogd werd door een vollen zwarten baard, verried duidelijk de groote tevredenheid over Listers woorden.
Hij stak zijn hand uit en knikte met een bij hem zeldzame welwillendheid.
„Welaan, vreemdeling, spreek zonder schroom uw verlangens uit!”
„Ik maak van uw toestemming gebruik, edele Emir, en zal kort zijn! Niet voor mijzelf ben ik gekomen, noch om aardsche belangen. De rechtvaardigheid leidt mij hierheen; schandelijke beschuldigingen wil ik met uw hulp te niet doen.
„In den strijd met uwe lieden werd aan het eind van den ijzeren weg met vele zijner arbeiders vermoord de bouwmeester van dezen weg, een Engelschman, die zijn werk beter verstaat dan een Spanjaard dat zou kunnen.
„Of hij u de concessie betaalde, welke gij van hem eischtet, dat weet ik niet. Maar het geld is verdwenen.
„De zoon van den vermoorde kon gelukkig naar Melilla, naar generaal Marina vluchten!”
Lister zweeg even, want bij de deur aan zijn rechterhand meende hij een gesmoorden kreet te hooren.
De Roghi had onmiddellijk zijn barnsteenpijp op het kussen laten vallen en was opgesprongen.
Met snelle schreden had hij den uitgang bereikt en snel trok hij het roode gordijn weg.
Maar er was niemand te zien.
Hij bleef een oogenblik luisteren, daarop trok hij het gordijn weer toe en nam zijn oude plaats weer in.
„Ik heb mij zeker vergist!” mompelde hij. „Ga door, vreemdeling, want uw verhaal boeit mij!”
„De gouverneur stoorde er zich niet aan, dat de arme knaap door den dood zijner ouders een wees was geworden, dien hij verplicht was te beschermen. Hij vroeg alleen naar het millioen, dat de vader onder zijn berusting had gehad.
„Hij beschimpte den Engelschen bouwmeester nog na diens dood, hij sprak van ontrouw en diefstal, beschuldigde den knaap zelfs van leugens en dreigde hem te zullen laten geeselen.
„Ik overviel den Spaanschen veldheer, uw vijand, generaal Marina, ik bevrijdde den knaap en dwong den generaal, den jongen in diens eer te herstellen en om mij te helpen, een vredelievenden tocht in uw land te ondernemen!”
„Met welk doel hebt gij dien tocht ondernomen?” viel Bu Hamara hem op scherpen toon in de rede.
„Ik kom nu met dit doel, dappere Roghi! Ik verzoek u, de eer mijner landgenooten te herstellen, ik bid u, den jeugdigen zoon van den spoorwegingenieur, Mr. Lupton, een bewijs te geven, dat zijn ouders bij den overval zijn vermoord om zoodoende de leugenaars tegen te spreken, die zeggen, dat de ingenieur met zijn vrouw is gevlucht om zich het millioen toe te eigenen, dat hij u moest uitbetalen!”
„En wanneer ik dat weiger?”
Een listige blik van den Roghi viel op Lord Lister.
Deze was juist van plan om te antwoorden, toen de deur, waardoor de troonpretendent zooeven naar buiten had gekeken, geopend werd en een diepgesluierde vrouwengestalte op den drempel stond.
Zij strekte haar arm uit onder het wijde gewaad en riep:
„Dat zult gij niet doen, Bu Hamara! Gij zult dezen edelen man de verlangde verklaring geven en er je naam onder zetten. Eén onrechtvaardigheid is voldoende en gij weet, dat gij die begaan hebt!”
De Roghi was opgesprongen.
„Onrechtvaardigheid zeg je?” mompelde hij. „Ga terug naar de vrouwenvertrekken! Het past niet, dat een vrouw onder mannen verschijnt en meespreekt! Ik zal overwegen, wat ik moet doen! Misschien bewillig ik het verzoek van dezen man!”
„Belooft gij het mij, Emir der geloovigen? Bedenk, dat Allah u macht en zegen heeft gegeven. Gij zult echter niet in Fez en Marrakesch binnentrekken, als gij uw onrechtvaardige daad niet eerst goedmaakt! Want gij hebt den spoorwegbouwer de beloften slechts voorgespiegeld.
„Toen gij het millioen in handen hadt, geschiedde die onrechtvaardige overval, Roghi, die den ingenieur het leven kostte, u van uw verplichtingen ontsloeg en het millioen in uw krijgskas bracht!
„Is dat soms rechtvaardig?”
„Zwijg, vrouw en ga terug naar het vrouwenvertrek, zooals het behoort!”
„Ik ga,” sprak de vrouw, „maar ik zou gaarne de oude achting weer willen koesteren voor den dapperen Roghi als toen Sidi Lupton nog niet vermoord en het millioen peseta’s nog niet als buit in Bu Hamara’s kas was gevloeid.”
De Roghi strekte bevelend zijn hand uit en de gesluierde vrouw verdween, zooals zij was gekomen.
Lister was verbaasd, want zij sprak wel goed en vloeiend Arabisch, maar met een Engelsch accent.
De troonpretendent staarde peinzend voor zich uit.
Eindelijk richtte hij zijn somberen blik op Lister.
„Ga nu heen, Amerikaan en laat mij alleen! Ik zal over uw verzoek nadenken! Krijgslist is geen onrechtvaardigheid, zooals die vrouw beweert. Om echter ook niet den schijn van ongerechtigheid op mij te laden, denk ik wel, dat ik u de gewenschte verklaring zal geven.”
Lister kruiste de handen over de borst, boog en antwoordde:
„Moge Allah den Emir tot een edel besluit brengen. Ook al wilde de Emir den dood niet van Sidi Lupton, toch droeg hij schuld aan diens ongelukkig einde.
„De Emir zal niet willen, dat een braaf man door zijn schuld nog na zijn dood onrechtmatig beloond wordt!”
Bu Hamara knikte en sprak:
„Ik zal er over nadenken! Ik geloof niet, dat ik tot een weigering zal beslissen!—Ik zal u laten roepen!”