De strijd om Melilla.
Reading edition
De cavalcade beklom op muildieren de steile zijpaden, zoodra zij de vlakte achter den rug had.
De dag was reeds aangebroken, toen het kleine gezelschap voor de bescheiden Kubbah el Ismail stilhield, waar Lister en de jonge Jack van hun muildieren stegen.
Reeds had het hoefgetrappel den Marabout naar buiten getrokken.
Zijn vreugde was groot, toen hij den knaap terug zag, maar hij deed zijn best om in gebroken Spaansch Lister en zijn beschermeling het idee om verder in het Rifgebied door te dringen, uit het hoofd te praten, vooral echter, den Roghi niet op te zoeken.
Maar Lister zette den waardigen kluizenaar, wiens hooge gestalte was gehuld in een wijden witten burnous, zijn beweegredenen zoo duidelijk uiteen, dat de wakkere Moslem ondanks alle bedenkingen, die bij hem opkwamen, toch eindelijk toestemmend knikte.
Lister verklaarde, dat de tocht naar den Roghi onvermijdelijk was, om zoowel Jack als diens ouders te rechtvaardigen.
Bu Hamara, wiens rotskasbah zich in de buurt moest bevinden, zou stellig het billijke verzoek van den Amerikaan, om den dood der ouders en den roof van het geld te bevestigen, niet weigeren.
Eindelijk hield de Marabout het voor mogelijk, daar Bu Hamara’s haat tegen de Spanjaarden den Amerikanen misschien zeer te stade zou komen.
Na rijp beraad besloot de heilige man en dat was voor Lord Lister en zijn beschermeling de hoofdzaak—hen langs geheime paden naar de Kasbah van den Roghi te brengen en een poging te wagen om den Roghi gunstig te stemmen.
Lister bemerkte alras het voordeel om een geleider te hebben, die de streek zooveel beter kende dan de Spaansche gidsen.
Met groote behendigheid wist hij de kleine dorpen der Rifbewoners, die meestal op de toppen van de bergen of heuvels lagen, te ontwijken en langs geheime wegen, die soms zeer moeilijk begaanbaar waren voor de muildieren, langs de steile hellingen, tusschen de pijnboomen, eiken en esschen door, langzaam den top van het gebergte te bereiken, om zonder gevaar aan de bergkasbah van den Roghi te komen.
Plotseling echter maakte de Marabout, die met Lister vooraan reed, een handbeweging, om de hen volgende cavalcade halt te gebieden.
Hij gleed van zijn muildier af en drong in gebukte houding door het struikgewas en de stekelige cactussen.
Lister was hem onmiddellijk gevolgd.
Hij zag, hoe de Marabout op handen en voeten verder kroop. Dadelijk deed hij hetzelfde en—luisterde plotseling verbaasd. Zijn geoefend oor had wel is waar nog ver verwijderd, maar toch zeer duidelijk een geweersalvo waargenomen, waarop onmiddellijk een tweede volgde, terwijl hierop een gekraak en geknetter, een onregelmatig, maar duidelijk te herkennen geweervuur volgde.
Lister kroop snel achter den Marabout aan en had hem weldra bereikt. Deze lag op den rand van een rots en keek in de diepte.
Lister kon de witte liniën van Spaansch voetvolk onderscheiden en zag van alle bergen en heuvels beneden, hen scharen Rifbewoners neerdalen, die met hun lange geweren en buksen van uit hun schuilhoeken in de bergen de aanvallende Spanjaarden met kogels beschoten.
„De strijd om het Spaansche duivelswerk, om den ijzeren weg met den betooverden wagen heeft een aanvang genomen!” mompelde de Marabout. „Uw vriend, Don Marina, zou vandaag wel eens een lesje kunnen krijgen, om niet zoo spoedig meer te vergeten!”
Meer en meer lieden der expeditie, die het alarm van den strijd vernomen hadden, waren naderbij gekomen en ook gaan liggen om het aangrijpende schouwspel mede aan te zien en natuurlijk waren het voornamelijk de Spanjaarden, welke levendig belang stelden in den strijd en het lot hunner landslieden.
Al spoedig was de geheele karavaan aan den bergrand saamgekomen en de Spanjaarden opperden luide hunne vrees.
Tevergeefs geboden Lister en de Marabout stilte.
De Spanjaarden waren, nu hun landslieden dermate bedreigd werden, met hun Zuidelijk temperament niet in staat om te zwijgen.
Het was begrijpelijk, dat niemand meer op zijn weg op de inderhaast aan boomen bevestigde muildieren en op het meegenomen proviand had gelet.
Plotseling echter vernamen zij een dreigende stem achter zich, en toen zij omkeken, was het reeds te laat.
Zij waren aan alle kanten omsingeld en ongeveer een vijftigtal Rifkrijgers in hun eigenaardige bruine mantels van geitenhaar, welke zij khit noemen en met de witte of bonte mutsen, de zoogenaamde rezaas op, hielden hun buksen gereed.
Een andere schaar had zich meester gemaakt van de muildieren en het proviand. Tegelijkertijd echter trokken in lange rijen ontelbare bergbewoners, tot de tanden gewapend, naar beneden naar het dal, om in den daar woedenden strijd mee te vechten tegen de Spanjaarden.
En aan wapenen scheen het hun inderdaad niet te ontbreken.
Want in de breede leeren gordels, die meer dan een voet breed zijn, is een waar arsenaal van pistolen, dolken, messen, laadstokken en patronen verborgen en behalve het moderne repeteergeweer, dragen zij ook nog een sabel.
Lister had bliksemsnel den ongunstigen toestand, waarin zij zich bevonden, overzien en riep in het Spaansch, bezorgd voor het hartstochtelijk temperament van zijn Spaansche lieden:
„Kalmte en geen tegenstand!”
Uit zijn zak echter haalde hij een witten zakdoek en wenkte daarmede de Rifbewoners toe, door wie zij waren ingesloten. Daarop haalde hij nog de kleine Amerikaansche vlag te voorschijn, de sterren en strepen, welke hij zich door kapitein Wheeler had laten geven, en zwaaide deze eveneens voor de oogen der hen bedreigende lieden heen en weer.
Reeds had ook de Marabout met levendige bewegingen op Listers vlagsignaal gewezen en doen begrijpen, dat het Europeesche gezelschap vredelievende bedoelingen had.
Toen hij langs Lister voorbijkwam, had hij dezen toegefluisterd:
„De Roghi in eigen persoon!—Dat treft uitstekend! Ik zal zien, wat ik kan doen!”
Daarop was hij op de krijgers toegesneld, die eerbiedig plaats voor hem maakten en hem doorlieten.
Deze Mohammedaansche kluizenaars worden door het volk zeer geacht, dat hen beschouwt als door Allah begenadigden en als wonderdoeners, daar zij dikwijls wonderlijke kunststukken kunnen verrichten, welke het volk niet begrijpt, wat inderdaad niets anders zijn dan zakkenrollerstrucs en handigheden.
Ook de Roghi, die eigenlijk Dschilaliben Drisz heet, is beroemd geworden als Marabout en staat bekend onder zijn maraboutnaam Bu Hamara.
Het was dus te voorzien, dat de Roghi, die den invloed dezer heiligen het beste kent, dezen half-collega van hem voorkomend zou behandelen.
Toen de rijen der krijgers zich openden en de Marabout naar een statigen man met grooten baard toeschreed, die gekleed was in een witten burnous en groenen tulband, en die ongeveer 45 jaren telde, zag Lister voor den eersten keer in zijn leven den Roghi, want het kon niemand anders zijn dan deze, die door den kluizenaar werd begroet met de Marokkaansche woorden:
„Allah ibarek f’amr Sidi!” (Allah zegene het leven van onzen heer!)
Het gesprek tusschen den Roghi en den Marabout duurde niet lang, want eerstgenoemde had het druk. Hij wilde met zijn beste krijgers zoo spoedig mogelijk deelnemen aan het gevecht.
Lister zag, hoe hij vriendelijk en toestemmend knikte en daarop snel met zijn onderbevelhebbers de andere scharen langs den verborgen weg naar beneden volgde.
De Marabout wendde zich tot den aanvoerder der lieden, die het Europeesche gezelschap hadden ingesloten en deze lieten mopperend hun geweren zakken.
De helft van hen volgde snel Bu Hamara en verdween. De anderen echter bleven, waar zij waren. Slechts drie hunner naderden met den Marabout den Spanjaard en lieten hen alle wapens afgeven.
De kluizenaar sprak echter tot de Engelschen:
„Morahba bikum, galkum Sidi!” (Weest welkom, roept mijn heer u toe!) En als verklaring vervolgde hij:
„Wij zullen nu onmiddellijk vooruitgaan naar de rotskasbah van den Roghi, die op eenigen afstand van hier is. Als de Roghi vanavond terugkeert nadat hij de Spanjaarden heeft overwonnen, zult gij aan hem worden voorgesteld. De Spanjaarden uit uw gevolg zullen echter, de vijandelijkheden in aanmerking genomen, als gevangenen worden beschouwd.
„Ik geloof nu, na dit gelukkig toeval, dat het niet onmogelijk is, dat uw onderneming u zal gelukken.”
De Engelschen werden niet eens ontwapend, maar kregen zelfs hun muildieren terug. Eveneens werd hun proviand teruggegeven, waarmede de Spaansche dragers, wien hun wapens en andere eigendommen waren afgenomen, werden belast.
Den anderen Spanjaarden werden de handen op den rug gebonden en een touw om den hals geslingerd, welks eind door Rifkrijgers werd vastgehouden.
Eenige andere Rifkrijgers in hun eigenaardige kleederdracht, met de vreemde, bruine mutsjes van geitenhaar op het kaalgeschoren hoofd, reden op vlugge, onvermoeide muildieren vooruit, terwijl een groep van ongeveer vijftig anderen, met hun buksen over den schouder, naast of achter hen liepen of naar boven klauterden.
Al naar de weg het toeliet, reden Lister, Charly en de kleine Jack naast of achter elkaar en met hen de Marabout Bu Ismail.
Na een korte rust in de schaduw van pijnboomen en eiken, gedurende welke Lister het meegenomen proviand door den algemeen geachten kluizenaar liet verdeelen, en waarbij zich ook de drie Engelschen flink te goed deden, ging het weer verder naar boven en Lister maakte de opmerking, dat de weg nu met kronkelingen opwaarts ging.
Bu Ismail, de Marabout, verzekerde, dat men de kasbah van den Roghi meer en meer naderde, de rotsvesting, die zelfs door de Spanjaarden, die hun geschut moeilijk naar boven konden krijgen, niet in te nemen was, de veilige woonplaats van den vermetelen troonpretendent.
Maar reeds brak de avond aan met zijn op deze breedte zoo korte schemering en Lister kon, hoe scherp hij ook keek, nog steeds niets ontdekken van Bu Hamara’s vesting, die hem zooveel belang inboezemde.
Plotseling vuurden alle Rifbewoners, die ter bescherming of ter bewaking der Europeanen medetrokken, hun buksen af in de lucht en op eenigen afstand werd deze eigenaardige aankondiging door een zwakker salvo begroet.
Toen men een plateau van lagere rotsblokken was voorbijgegaan, lag vlak voor hen een door ruw over elkaar gelegde rotsblokken gevormde muur met schietgaten, waarachter, als een vervallen ruïne van een Duitschen of Engelschen burcht uit de middeleeuwen, een groote ronde toren opdook, waaraan zich ter rechter en linker zijde grijze gebouwen zonder vensters, doch alleen van schietgaten voorzien, aansloten.
Nogmaals weerklonk een geweersalvo der naderende Rifkrijgers.
Daar rinkelden zware, roestige kettingen en Lister verbeeldde zich bijna weer terug te zijn in de middeleeuwen, in de tijden zijner heldhaftige voorvaderen, de Lords en ridders von Lister, wanneer niet rondom hem heen de Rifbewoners in hun blauwe djellebas en khits, met hun arsenalen van wapenen in de breede gordels, hem aan de werkelijkheid hadden herinnerd:
Want op middeleeuwsche manier werd een zware ophaalbrug, gebouwd van dikke eiken stammen met ijzer beslagen, neergelaten op den uitgehouwen rotsbodem.
Ginds echter in den toren werd de zwarte opening van een Moorsche boogpoort zichtbaar.
De gids wenkte met zijn lang geweer, ook Bu Ismail keerde zich om en knikte den Europeanen toe met een „Salem aleikum.”
Een oogenblik later dreunden de hoeven der muildieren over de ophaalbrug.
Zij waren in de kasbah van den Roghi aangekomen.