HOE JOHN RAFFLES RECHT DEED.
Reading edition
Raffles was bij den districtschef in de kamer gegaan.
„Wat wilt gij hier?” vroeg de graaf hem op barschen toon.
„Ge zult mij zeker wel veroorloven, dat ik plaats neem?” vroeg Raffles op hoffelijken toon.
„In gegoede kringen is het de gewoonte niet, den gast te laten staan, vooral niet als men zelf zit!”
Een blik van vlammenden haat schoot uit de oogen van den graaf.
„Gij zijt mijn gast niet! Ge zijt een indringer,” brulde Barjatinsk. „Vertrek onmiddellijk!”
„Een oogenblik, graaf! Ik heb slechts een kleine aangelegenheid met u in het reine te brengen!”
„Maar ik heb geen lust om met u te redeneeren!”
„Dat spijt me!”
„Waarom?”
„Omdat ik graag zou willen, dat ge mij eenige opheldering gaaft!”
„Opheldering?”
„Ja!”
„Ik aan u?”
„Ja, gij aan mij!”
„En als ik weiger?”
„Dan zal ik mij tot een ander wenden!”
„Doet dat!”
„Uitstekend!”
„En tot wien zoudt ge u dan wel wenden?”
„Stelt ge er belang in, dat te weten?”
„Misschien!”
„Tot uw secretaris Pawlow zou ik mij wenden, graaf!”
De graaf schrikte en kromp in elkander.
Wat?
Hoe kwam die vreemde er bij juist dezen naam te noemen?
Wist hij misschien meer dan goed was?
Raffles was al bij de deur.
„Hebt ge mij nog iets te zeggen?” vroeg toen de graaf plotseling.
„Neem nog een oogenblik plaats.”
Lord Cruzon draaide zich langzaam om.
Toen gaf hij gevolg aan de uitnoodiging.
„Ik heb”, begon hij, „een paar dagen in hotel „Sint Petersburg” gelogeerd.”
De graaf verbleekte.
Hotel „Sint Petersburg?”
Wat had hij daar gedaan?
„Ik weet niet, of het u bekend is, graaf, dat dieven, oplichters, moordenaars, ontrouwe ambtenaren en dergelijke bij voorkeur in hotels logeeren om daar hun duistere zaakjes af te handelen. Dat is, om zoo te zeggen, onpartijdig terrein”.
De graaf werd nog bleeker.
„Ge ziet wat bleek, graaf; zijt ge misschien wat ongesteld?”
„Inderdaad, ik gevoel mij in de laatste dagen wat overspannen!”
„Het innen der belastingen vooral moet wel zeer vermoeiend zijn, graaf!”
Dezen brak het angstzweet uit.
Hij gevoelde, dat hij in het nauw werd gedreven.
„Raffles—”, begon lord Lister.
„Wat heb ik met dien Raffles te maken! Hij interesseert mij niet!”
„Misschien toch wel! Ik logeerde dan in Hotel Sint Petersburg om den meesterdief op het spoor te komen.”
„Op zekeren dag vergiste ik mij in het nummer der kamer.
„Ik wilde namelijk den spitsboef vanaf het balkon bespieden— — —”
„—Vanaf het balkon!”
„Ja. Dat was een fameus idee van mij, nietwaar! En ik zag wonderlijke dingen!”
Graaf Barjatinsk had de oogen wijd opengesperd.
Nu begreep hij, waarop lord Cruzon doelde.
Maar de graaf deinsde, als zijn veiligheid op het spel stond, voor geen tweeden moord terug.
Lord Cruzon vervolgde:
„Ik klauterde dan het dak af, totdat ik het balkon meende te hebben bereikt, waar ik Raffles kon bespieden. En ik werd getuige van een moord — —”.
„Een moord?”
„Ja, graaf. Een moord om geld. En den moordenaar heb ik herkend.”
Lord Lister was opgesprongen.
Maar ook de graaf had zich van zijn zitplaats verheven en, den papiersnijder krampachtig vastgeklemd, stormde hij op den detective los.
„Sterf ellendeling!” siste hij op heeschen toon.
„Niet verder graaf!”
En Raffles duwde hem zijn revolver onder den neus.
Dat hielp.
„Gooi dat mes weg, graaf!”
Barjatinsk deed het.
„Ik klaag u aan, graaf Barjatinsk, wegens het plegen van een moord, als ge weigert, in te gaan op mijn voorstellen”.
„En die zijn?”
„Ze zijn heel aannemelijk. Ge moet slechts afstand doen van het geld, dat ge de boeren hebt afgeperst. Zijt ge daar toe bereid?”
„Ja!”
„Goed. Leg het dan hier op tafel. De gouverneur zal het meenemen.”
„De gouverneur? Die?”
„Laat dat aan mij over. Wilt ge het geld geven of niet?”
„Ja!”
Met bevende handen sloot de graaf de brandkast open en haalde het gestolen goud te voorschijn, waarvoor hij Pawlow had neergeschoten.
„Is dat alles, wat ge gestolen hebt, graaf?”
„Alles!”
Raffles riep thans den gouverneur.
Deze was niet weinig verbaasd dat hij moest komen.
Raffles sprak:
„Graaf Barjatinsk heeft zich vergist. Hij geeft u bij dezen het ontbrekende geld. Ge kunt het nemen.”
De baron deed het.
„Wij zullen in „hotel de Londres” logeeren, als ge het goed vindt, mijnheer de gouverneur. Ge reist zeker morgen met den avondsneltrein naar Krasnojarsk. Ik zal u met uw geld naar den trein brengen voor alle zekerheid.”
In het hotel was Charly dol van vreugde, dat hij zijn vriend heelhuids terug zag.
Maar ook de gouverneur was in zijn nopjes, dat hij op zoo onverwachte wijze in het bezit van een schat was gekomen.
Hij haalde diep adem, toen den volgenden avond de sneltrein zich in beweging zette.
„En wat doen we nu?” vroeg Brand.
„Je moet een telegram wegsturen, Charly! Ik zelf ga liever niet in het telegraafkantoor, de beambte zou mij eens kunnen herkennen!”
Charly keek verbaasd, toen hij las, aan wien het telegram gericht was.
„Is dat den starost, wien je den geheimen brief hebt gegeven?”
„Precies.”
„En mag ik nu eindelijk eens weten, wat dat schrijven behelsde?”
„Ja, dat mag je!”
Charly luisterde aandachtig.
„Er stond in den brief,” vertelde Raffles, „dat ik den starost nog den juisten tijd zou berichten, wanneer de gouverneur met de afgeperste belastingpenningen door die streek zou reizen. De boeren zullen dan, natuurlijk gemaskerd, den trein tot stilstand brengen en den schurk zijn buit weer afnemen! Een brief, dien zij den uitbuiter van mij overhandigen, zal beletten, dat de booswicht de zaak aan de groote klok hangt”.
„Je bent een dolleman!”
„Zoo, Charly! Dat doet me plezier! En ga nu mee een stukje eten!”
Zooals Raffles had gezegd, gebeurde.
Gewapende en gemaskerde mannen brachten omstreeks middernacht den trein tot stilstand; zij lieten al de passagiers ongemoeid, behalve den generaal, wien zij den geldschat afnamen. Voordat zij echter weer in den duisteren nacht verdwenen, reikten zij den gouverneur een brief van den volgenden inhoud:
„Generaal! De boeren handelen op mijn bevel. Zij zullen slechts nemen, wat gij en uwe medeplichtige graaf Barjatinsk hun hebt ontstolen. Als ge iets van deze zaak ruchtbaar maakt, zal ik niet schromen, uw aandeel in deze afpersing en uw moord op Pawlow de regeering mede te deelen.
John Raffles, alias lord Cruzon, voorheen Grootvorst Peter Andrejew.”
De volgende aflevering (No. 5) bevat:
De Gemaskerde in het Boudoir.
Belooning: 1000 pond sterling.
Wie kent hem? Wie heeft hem gezien?

Dat vraagt men in Scotland Yard! Dat vraagt heel Londen!
Lord Lister genaamd John C. Raffles, de geniaalste aller dieven
brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt en behoeftigen ondersteunt.
Man van eer in alle opzichten
spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:
Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.
Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, Lord Lister, genaamd John C. Raffles, den geniaalsten aller dieven, te vatten!
WARRANT OF ARREST. Vertaling: Bevel tot aanhouding.
Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension of the man described as under: Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:
DESCRIPTION: Name: Lord Edward Lister, alias John C. Raffles. Age: 32 to 35 years. Height: 5 feet nine inches. Weight: 176 pounds. Figure: Tall. Complexion: Dark. Hair: Black. Beard: A slight moustache. Eyes: Black. Language: English, French, German, Russian, etc. Beschrijving: Naam: Lord Edward Lister, genaamd John C. Raffles. Leeftijd: 32–35 jaar. Lengte: ongeveer 1,76 meter. Gewicht: 80 kilo. Gestalte: slank. Gelaatskleur: donker. Haar: zwart. Baardgroei: kleine snor. Oogen: zwart. Spreekt Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.
Special notes: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown. Bijzondere kenteekenen: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam onbekend.
Charged with robbery. A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man. Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 pond sterling.
Headquarters—Scotland Yard. London, 1st October 1908. Police Inspector, Horny. Het Hoofdbureau van Politie Scotland-Yard. Londen, 1. Oktober 1908. Inspecteur van Politie (get.) Horny.
Roman-Boekhandel voorheen A. Eichler
Singel 236—Amsterdam.