HET GEHEIM VAN TWEE SCHURKEN.
Reading edition
Hoofdschuddend was Charly Brand zijn vriend gevolgd.
Hij geloofde geen oogenblik, dat het mogelijk was, de kamers zoo gauw te verlaten als Raffles had beweerd.
Maar lord Lister was een beter menschenkenner dan zijn secretaris.
Geen tien minuten waren verloopen, toen werden reeds de koffers en kleeren van een gast naar een andere kamer gebracht en de beide vrienden hadden hun doel bereikt.
Lord Lister sloot de kamerdeur en luisterde toen aan den muur, die nummer 39 van nummer 38 scheidde.
Zooals dat in hotels gebruikelijk is, bevond zich een deur tusschen de beide kamers, die natuurlijk afgesloten was.
Brand kon zijn ongeduld niet langer bedwingen.
Ook hij ging aan de deur luisteren.
„Pst,” fluisterde Raffles. „Laat dat! Jij kunt niet luisteren, Charly, en verstaat toch niets!”
„Jij wel?”
„O, ja!”
„Is er iets belangrijks?”
„En of!”
„Wat is het toch, Edward, vertel het mij!”
„Hm! Kun je zwijgen, Charly? Ernstig zwijgen?”
„Dacht je misschien, dat ik je zou verraden?”
„Neen! Verraad vrees ik niet!”
„Wat dan wel?”
„Je tong. Ik verwacht geen waarschuwingen!”
„Edward!”
„Al goed, Charly! Ik ken je! Ik weet, dat je het goed meent!”
„Ik doe immers alles uit louter vriendschap!”
„Juist, m’n jongen! En dat is ook je eenige verontschuldiging.”
„Vertel me dan toch eindelijk wat je met die beide lieden voor hebt!”
„Nu goed! Ik zal het je vertellen. Maar je moet mij beloven, dat je niet zult probeeren, mij van mijn plan af te brengen. Je zoudt me maar boos maken en verder kom je er toch niet mee!”
„Ik beloof het, Edward!”
„Hoor dan!”
„Die gouverneur Ortschkoff met zijn gouden tressen en zijn borst vol ridderorden is een gemeene ploert. Hij perst het geld, dat hij verbrast, van de allerarmsten. Aan al die schandelijk verdiende kopeken kleven bloed en tranen.”
Charly Brand stond verbluft.
Raffles had alle koelbloedigheid verloren.
Hij vervolgde:
„De man, die bij den generaal is, is zijn districtschef graaf Barjatinsk, die de belastingen voor hem int. De beide schurken hebben goede zaken gemaakt, doordat zij pas de belastingen hebben verdubbeld.
„Ortschkoff is er nu op uit om het voor hem gestolen geld naar Sint Petersburg te brengen.”
„Heb je dat allemaal in de eetzaal gehoord?”
„Alles! Je weet, dat ik een buitengewoon scherp gehoor heb!”
„Dat heeft je ook al heel wat diensten bewezen, Edward!”
„Om nu vooral nergens eenig opzien te baren, is de generaal op een sluw denkbeeld gekomen. Hij heeft Von Barjatinsk alles in een doodkist laten pakken, die oogenschijnlijk het stoffelijk overschot van zijn oom bevat. Het lijk van den militair zal nu onder sterk militair geleide in een aparten goederenwagen naar Sint Petersburg worden gebracht. Je begrijpt, Charly, dat niemand zich aan een lijk zal vergrijpen, zelfs als—er iets gebeurde.”
„Wat bedoel je, Edward?”
„Hm! Wil je beslist alles weten?”
„Ja, je moet mij de heele zaak vertellen!”
„Nu dan, de trein rijdt door groote vlakten, waarin de arme bevolking woont, die als een citroen is uitgeknepen.
„De lui hebben niets te verliezen en hun hart is vervuld van wraak, toorn en bitterheid. Het zou niet de eerste keer zijn, als de trein werd overrompeld.”
„En wat wil jij nu doen?”
„Kun je dat nu inderdaad niet denken, Charly?”
„Neen! Je weet, dat ik jouw overmoedigen gedachtengang niet kan volgen!”
Raffles knikte.
„En toch is het de natuurlijkste zaak van de wereld!”
Brand werd ongeduldig.
„Je stelt mij wel héél erg op de proef, Edward. Plaag mij nu niet langer. Wat is in jouw oogen de natuurlijkste zaak van de wereld?”
„Dat ik den generaal zijn schat ontroof, voordat de Siberiërs het doen!”
Charly Brand was sprakeloos.
Hij keek Raffles aan, alsof deze een spookverschijning was.
Den schat rooven?
Uit de doodkist, die door vele soldaten bewaakt werd?
Hoe wilde hij dat doen?
Dat was immers onmogelijk!
„Charly, ik heb je hulp noodig,” viel Raffles plotseling in, nadat hij weer een oogenblik aan de deur had geluisterd.
„Bij de uitvoering van dat waanzinnige plan misschien?”
Lord Lister glimlachte.
„Ja en neen! Bij de uitvoering zelf kan ik je niet gebruiken, want de haren zouden je te berge rijzen. Maar bij de voorbereidingen Charly, heb ik je noodig!”
„Goed. Zeg maar, wat ik te doen heb!”
„Ga nu maar eens naar het station om te informeeren wanneer de trein weggaat, die het lijk van den generaal vervoert, en in welken waggon het ligt.”
„Hoe moet ik dat gewaar worden?”
„Doodeenvoudig. De doodkist zal wel door een eerewacht bewaakt worden!”
„Ik vlieg al,” antwoordde Brand, blij, dat hij van dienst kon zijn. „Ik kom gauw terug.”
„Zorg, dat je alles precies weet, Charly, en bestel in den slaapwagen, die het dichtst bij de doodkist is, voor ons twee bedden!”
Charly keek Raffles aan.
Hij begreep er niets van.
En hoofdschuddend vertrok de secretaris.