← Table of contents
Jacob Cats

JACOB CATS

Reading edition

KEUR UIT ZIJN VERHALENDE GEDICHTEN

UITGEGEVEN EN INGELEID

DOOR

JOH. VORRINK

¤ ¤ ¤

04_logo2.jpg
04_logo2.jpg

UITGEGEVEN DOOR J. M. MEULENHOFF

TE AMSTERDAM IN HET JAAR MCMXX

¤ INHOUD ¤

Inleiding 7

Uit: Mengeldichten

1. Van den leeuw en muys 21

2. Van de muys en kickvors 24

3. Van een pompoen en eycke 26

4. Van het riet en eycken-boom 28

Uit: Houwelick

5. Celadon en Galathee 29

6. De wolfsjongen 32

Uit: Spiegel van den Ouden ende Nieuwen Tijt

7. Men noot geen esel 37

8. Die wel eer te hooge vlogen 39

9. Wat is van groot, of trots, of hoogh? 40

10. Krepel wil altyt voordansen 42

Uit: Trou-Ringh

11. Soet verdragh van Philetas en Psyche 44

12. Gebreck genesen, om een houwelick te vorderen 47

13. Het Spaens Heydinnetje 54

14. Hollants Trou-bedrogh 104

Uit: Ouderdom en Buytenleven

15. Turani 110

16. De smaragd 112

¤ ILLUSTRATIES ¤

Jacob Cats bij pagina titelplaat

Brief van Jacob Cats aan Huygens bij 14

Uit: Van een pompoen en eycke 26

Titelblad van het "Houwelick" 34

Krepel wil altijd voordansen 42

Selsaem Traugeval tusschen een spaens Edelman en een heydinne 54

¤ INLEIDING ¤

Dit boekje wil vooral trachten, Jacob Cats als dichterlijk verteller te doen kennen. Dit is een van de twee typische eigenschappen van dien zeventiende-eeuwer: hij kon zijn publiek een leuk, boeiend verhaal opdisschen en hij kon het ook gemoedelijk, begrijpelijk betuttelen. En dat was juist voor een Hollandsch publiek van die tijden, wat het verlangde. Het had geen kranten, het had geen salons, het hield geen vergaderingen; het had enkel zijn Bijbel en zijn dominees. En als de gedachten van het kerkelijk leven en het leven-hiernamaals eens wilden wegdwalen, dan lag daar Vader Cats, en die gaf een spreuk, of een les, of een middel tegen buikpijn, of een goeie-raad-voor-op-reis, of een waarschuwend woord voor een vrijster; maar .... jonge-jonge, hij gaf ook veel verhalen, uit ouwe tijden, van verre volken, over vreemde landen, onbekende oorden; of, de oolijkerd, die hij was, hij had iets gehoord, dat in Den Haag of Amsterdam was voorgevallen, nog niet zoo lang geleden ... en daar was al over gefluisterd. Maar 't ware wisten de goeie menschen niet. Was het pikant, was het om te lachen, of om te huilen? Nee maar, Cats zou 't ze wel 's eventjes aan den neus hangen! Och, ons land was toch zoo klein in die dagen: zoo'n echte, gezellige, huiselijke kring met 'n heeleboel kinderen. En daar waren stoute bengels en nesten van meiskens bij. Ja, die durfden wel 's wat! Zoo'n bengel schaakte wel 's 'n meisken, of hij deed net, alsof ie zich ging verdrinken, omdat ze 'm had afgewezen, en dan nam ze 'm toch!

Cats was ontzettend belezen, en hij had, voor een zeventiende-eeuwer, nog al aardig wat van de wereld gezien. Geen wonder, dat hij volstrekt niet met den mond vol tanden stond, als hij iets ging vertellen; o neen! Hij maakte het zelfs wel eens wat lang van nat. Hij kon zijn onderwerp wel 's uitputten, wel 's drie keer doorzagen en dan inzouten!

Maar dat komt ons allemaal zoo voor. Geloof toch niet, dat Cats' tijdgenooten dat ook vonden! Die menschen leefden in lang zoo'n razende snelheid niet als wij tegenwoordig. Wij stappen in Amsterdam of den Haag op den trein en reizen naar Groningen of Arnhem of Breda, doen daar de zaken af en keeren nog op denzelfden dag naar huis terug. En onderwijl is ons halve vaderland onder onze voeten weggerold, en hebben we boomen en huizen, en wegen en dorpen en steden aan onze kijkglazen zien voorbij rennen; Ja, 't duurt niet lang, of je vliegt letterlijk eventjes van Amsterdam naar Londen heen en weer op één dag. En als we willen, schrijven we in drie uur tijds naar de uithoeken van de wereld en spreken we met onze Fransche of Duitsche of Engelsche naburen. Wij menschen van de twintigste eeuw beleven in één maand evenveel als die van de zeventiende eeuw in tien jaren! Op een dergelijke wijze ongeveer moeten we redeneeren, als we een figuur als Cats en andere mannen van zijn tijd willen begrijpen. Dat hebben Potgieter en Busken Huet niet gedaan en daarom kon hun oordeel over hem zoo hardvochtig wezen. Werkelijk, zij zagen en voelden de zeventiende eeuw anders: Potgieter vooral -- zie maar zijn Rijks-Museum -- zag ons volk als het hard-werkende, hoog-strevende, ver-reikende koopmansvolk, dat zijn eigen land-en-zand had gemaakt tot een republiek van steen en staal, met kerels als Frederik Hendrik en Johan de Witt en Michiel de Ruyter ... En Busken Huet vond, dat Cats al te zeer een doodgewone praatvaâr was, die pret had in gesmoezel en platte jok ....

Cats, die zoo ontzaglijk knap en geleerd was, die zoo vele talen kende, die zoo'n duivelsch-handige advocaat was, die zoo goed de fortuin bij haar slippen kon grijpen -- hij verdiende veel geld met inpolderen -- Cats wist, dat hij het oor van zijn volk alleen zou hebben, indien hij in de taal van dat volk zou spreken; hij kon net zoo goed wel als Vondel of Hooft of Huygens of wie dan ook draven op den Latijnsch-klassieken trant, maar hij verkoos de eenvoudige manier van zeggen, "deselve meest overal ghelyck makende met onse dagelickse manier van spreken."

Wij kennen Cats' leven vooral uit zijn autobiografie, die hij schreef op hoogen leeftijd: het gedicht "Twee en tachtigh-jarigh leven, van zijn geboorte af tot zijn dood toe, aen desselfs veertien kints-kinderen, dienende tot naricht van dezelve," een goeie drie duizend alexandrijnen. Na een moraliseerenden aanhef volgen dan mededeelingen over zijn geboorteplaats:

Daer is een Zeeusche stadt, men noemtse Brouwershaven, Daer heeft een vrouwen borst my eerst bestaen te laven.

Een standbeeld heeft men er te zijner eer opgericht. Maar lang is Cats er niet gebleven, want zijn moeder stierf weinig jaren na zijn geboorte -- 10 November 1577 -- en zoo kwamen de kinderen in huis bij een oom te Zieriksee. Het onderwijs beteekende niet veel:

Ons meester was een man gantsch kluchtigh in manieren.

Maar door eigen vlijt en met hulp van zijn flinke tante kwam hij er toch wel; ja zelfs hield hij nog wat tijd over voor poëzie:

Ick was oock even toen tot dichter seer genegen.

Maar ... het liefst schreef Cats Latijnsche poëzie, totdat "een eerbaer jongelingh", uit Brabant afkomstig, hem er op wees, liever zijn eigen taal te gebruiken, welken raad Cats trouw ter harte heeft genomen. Op zijn vijftiende of zestiende jaar trekt hij nu als student naar Leiden, waar hij in de rechten ging. En nadat hij daar van zijn "doen veel preuven had gegeven" ging hij op reis en promoveerde te Orleans:

Ick ginck tot Orliëns my eerst ter neder setten, Daer ick meest besigh was ontrent de Roomsche wetten, Tot dat ick brieven kreegh daer meed' ick wierd vereert, Als die in 't Keyser recht nu scheen te zijn volleert.

Daar in Frankrijk heeft Cats zijn vloeiend Fransch spreken geleerd, dat hem later zoo te pas zou komen als diplomaat.

Drie groote perioden zijn er nu in zijn leven te noemen: die van practiseerend advocaat, van gelukkig inpolderaar-en-landbouwer en van plooibaar staatsman. Zijn meesten roem heeft hij zeker geoogst als advocaat: in den Haag wist hij o. a. een vrouw uit Goes vrij te pleiten van hekserij. Afmattende koortsen dwongen hem herstel te zoeken in andere lucht en een reis naar Engeland volgde nu. Daar leerde hij kennis maken met de piëtisten. Maar zijn kwaal was nog niet genezen toen hij weer den vaderlandschen grond onder de voeten had. En ten einde raad begeeft hij zich nu naar een alchimist, die

... ginck met Rynssen wijn een seltsaem poeyer mengen.

Dit "rosse poeyer" zal waarschijnlijk kinine geweest zijn:

De koortse was van my te poste wegh gereden.

Op raad van een vriend, den Middelburgschen pensionaris, vestigde Cats zich nu te Middelburg, waar tengevolge van de kaapvaart talrijke processen gevoerd werden. Hier gaat hij ernstig over trouwen denken. Een aardig meisje, in de Fransche kerk ontdekt, wordt zijn verloofde, maar haar vader sloeg bankroet, en toen zij naar Amsterdam vertrok, vergat hij haar maar! Weldra valt nu zijn oog op Elisabeth van Valckenburg en met haar heeft hij een gelukkigen, ofschoon geen langen echt. Veel verdriet berokkende hem ook de vroegtijdige dood van eenige kinderen, maar vooral:

Als Godt myn outste soon liet uyt het leven rucken, Toen voeld' ick aldermeest mijn droeve ziel verdrucken.

Met het sluiten van het Bestand was Cats' grootste werkzaamheid als advocaat gedaan en ging hij geld verdienen als inpolderaar en landbouwer. Dit heeft zeer zoete winstjes opgebracht. De bedijkingen in Staats-Vlaanderen veroorloofden hem tenminste den Munnikenhof onder Grijpskerke te koopen; daar heeft hij zijn gelukkigste zomersche dagen gesleten. Evenwel, toen de oorlog voortgezet werd, moesten vele van de drooggelegde gronden weer onder water gezet, en zoo hielden deze inkomsten op. Een professoraat in de rechten te Leiden Cats aangeboden -- zijn roem als rechtsgeleerde was nog niet vervlogen! -- lachte hem zeer toe; doch zijn vrouw drong er ten sterkste op aan, dat hij een ander aanbod, kort daarna gedaan, zou aanvaarden: het ambt van pensionaris in de stad zijner inwoning.

Hiermede brak Cats' derde periode aan, die van staatsman, waarmede hij zich het best kon verzoenen, maar die hem den minsten roem heeft bezorgd. Reeds twee jaar later gewerd hem het schitterende aanbod van Dordrecht: Hollands eerste en oudste stad. Hoe ongaarne Cats en zijn vrouw ook Zeeland verlieten, dit konden ze niet afslaan, want Dordt was de stap naar 's Lands Vergaderzaal!

Zoo reist Cats in 1627 als buitengewoon gezant naar Engeland en wordt in 1629 en in 1634 tijdelijk geroepen tot den hoogsten post in de Republiek: Raadpensionaris van Holland. Voorgoed is hij het van af 1636 gebleven tot 1651, na Oldenbarneveldt en vóór de Witt, zoo week als was in de handen van Frederik Hendrik en diens zoon Willem. Na zijn aftreden heeft Cats nogmaals een gezantschap in Engeland geleid vóór Cromwell, zonder veel resultaat. En zóó was hij op eer en aanzien gesteld, dat hij in 1655 nog als 78-jarig grijsaard probeerde tot Raadsheer in het Hof van Holland benoemd te worden. De rest van zijn leven, tot 12 September 1660, heeft Cats nu gesleten op zijn land goed Sorghvliet, dat hij sinds 1642 in de duinen tusschen den Haag en Scheveningen had laten aanleggen. De autobiografie eindigt met een gebed, dat men hem moest voorlezen aan zijn sterf bed ...

In de Kloosterkerk aan 't Voorhout wijst een opschrift op een der pilaren 's dichters laatste rustplaats aan.

Van den dichter .... we hebben zijn leven geschetst, en over zijn poëtische verpoozingen nog weinig gezegd, en toch is zijn leven van advocaat, van landbouwer, van staatsman er zoo heelemaal van doorsponnen. Hoewel hij eerst na zijn veertigste jaar met zijn verzen voor den dag kwam, n.l. met zijn beide bundels emblemata: Maechden-plicht en Sinne- en Minne-Beelden, lag zijn eerste oefeningstijd in de edele rijmkunst reeds ver achter hem; hij schrijft tenminste:

Ick was oock even toen tot dichten seer genegen, En door een buyte-kans heb ick de lust gekregen.

Wij zeiden reeds, dat een vriend hem terechtwees:

Cats had eerst "menigh vers in Roomsche tael geschreven," maar gelukkig bracht die Brabander hem er toe, het nu in zijn moedertaal te doen.

En in de Zeeusche tael kreegh ick een nieu vermaeck.

Nu, zijn Sinne- en Minne-Beelden waren dadelijk raak: ze troffen -- met de platen van Adriaan van de Venne en anderen -- het publiek niet alleen door hun kortheid, hun ernstigen levenskijk, maar ook door hun geestige toepasselijkheid in het minnelijke -- dat is de liefde betreffende --, in het zedelijke en in het godsdienstige. Één plaat op drie wijzen uitgelegd, hoe vond Cats het! Ik wijs even op het plaatje van den Seylsteen -- den magneet -- waarvan de kracht op ijzer zelfs niet vermindert door een tusschenschot en zoo dus vergeleken kan worden met de liefde: zij doet den geest "ontrent de liefste dwalen," al is men door "zee, rotsen ende dalen" ook gescheiden van elkander. De magnetische kracht wordt in het tweede gedichtje vergeleken bij die van God, die een "schuldich hert oock uyt het duyster trecken" kan, al bedekt men zijn kwaad gemoed. En in het derde gedichtje wordt de aantrekkingskracht tusschen de ziel en haar God geschetst, de hemel-zelf komt door "bedeckte wegen" over den mensch.

Maar het wordt tijd, dat we ons uitsluitend bezighouden met +Cats' Verhalen+. Het aardigst zijn dan een zestal fabels in den bundel Mengeldichten, waarin de poëzie, verschenen na de Sinne- en Minnebeelden en vóór het Houwelick, is bijeengegaard. Van die "Leersame Fabulen" kozen wij er vier: 1°. die Van den leeuw en muys, het overbekende verhaal, waarin de muis uit dankbaarheid, dat ze werd losgelaten door den leeuw, later dezen bevrijdt, door het net stuk te knagen, waarin hij gevangen was; 2°, die Van de muys en kickvors, het koddig gevecht tusschen die twee, hoe ze door een wouw opgepakt worden en tot voedsel aan zijn jongen gegeven; 3°. die Van een pompoen en eycke, het verhaal van een dommen boer, die maar niet begrijpen kan, hoe geweldige vruchten als pompoenen aan zulke zwakke stengels groeien en hoe geweldige boomen als de eik zulke nietige vruchtjes voortbrengen. Maar juist valt zoo'n eikel van een heele hoogte en maakt een put in zijn hoed, en nu begrijpt de kinkel, dat hij zonder hoed wel eens leelijk getroffen had kunnen zijn; 4°. Van het riet en eycke-boom, waarin de eik om opheldering vraagt, wijl hij door den stormwind is neergesmakt en ontworteld en, met den stroom meedrijvende, het zwak en tenger riet ziet, dat ongedeerd aan den oever staat.

[Illustratie: BRIEF VAN JACOB CATS AAN HUYGENS. (Naar een photographie.)]

image: 05_brief.jpg
image: 05_brief.jpg

De wijsheid van het riet: buigt u, dan wordt ge niet gedeerd door het onweer, is natuurlijk iets ongehoords voor den eik. Voor Cats was het dat evenwel volstrekt niet!

Dan verschijnt in 1625 dat reusachtige gedicht van meer dan tienduizend verzen, het "Houwelick, dat is: het gantsche beleyt des echten-staets; afgedeelt in ses hooft-stucken, te weten: Maeght, Vryster, Bruyt, Vrouwe, Moeder, Weduwe, behelsende mede de mannelicke tegenplichten." Daar hebben de meisjes en vrouwen uit zijn tijd heel wat uit kunnen leeren: vol van practische levenswijsheid, en een schat van spreuken, en dat alles toegelicht en opgeluisterd met toepasselijke verhalen, van vroeger en later dagen bijeengegaard. Wij hebben er hier twee gekozen, en wel Celadon en Galathee uit het vierde deel: Vrouwe, en De wolfsjongen uit het vijfde deel: Moeder. Galathee is door Tunische zeeroovers aan het strand van een arkadisch landschap opgelicht en aan boord gebracht. En haar man, de herder Celadon, die dit met grooten schrik van uit de verte bemerkt, terwijl hij zijn vee hoedt, begint te jammeren; hij smeekt, dat ze hem óók mee zullen nemen. De roovers voldoen ten slotte aan zijn verlangen, als hij zich in de golven heeft geworpen en naar de boot zwemt, waarmee ze Galathee wegbrengen. Hij biedt aan, samen met haar te worden gebonden, en als het schip de haven van Tunis binnenvalt, wordt de koning zoo geroerd door dit voorbeeld van huwelijkstrouw en echtelijke gehechtheid, dat hij ze de vrijheid hergeeft, en Celadon benoemt tot zijn hoftrawant, in welken staat hij 't heel wat beter heeft dan als herder.

Den wolfsjongen ontdekt men op een jacht: een wolvin wordt verdedigd door een wild-opgegroeiden harigen jongen en, als men hem goed beschouwt, is hij het kind, dat jaren geleden verloren was door een arm vrouwtje. Gezoogd door de wolvin, kent hij natuurlijk geen taal, eet niet anders dan bloederig, rauw vleesch, en het duurt heel lang, tot men weer wat menschelijks van hem maken kan. Alsdan is hij geschikt voor veehoeder, want geen enkel wild dier zal de kudde aanvallen, die hij bewaakt: invloed van zijn wolvenopvoeding!

Dit verhaal diende vooral, om jonge moeders aan te sporen, toch vooral zelf haar kinderen te zoogen, want van anderen kunnen ze zoo gemakkelijk leelijke eigenschappen met de moedermelk in zich opnemen.

In 1632 verscheen een nieuwe bundel zinnebeelden van Cats' hand met vele aardige plaatjes: "Spiegel van den Ouden ende Nieuwen Tijt," een geweldige verzameling van lessen en spreuken op allerlei gebied, men kan het zoo vreemd of zoo gewoon niet bedenken. Hier stond nu letterlijk alles in: dit was huis en kerk, school en krant, schoolmeester en dokter, handleiding voor op reis en voor de jacht, voor etiquette, voor zaken, voor het beleggen van renten, voor sollicitanten naar alle mogelijke ambten; ook een gezondheidsleer en een volledige medicijnkast voor mensch en dier bevatte deze bundel; kortom, het was de encyclopaedie voor het huisgezin, de vraagbaak voor iedereen op elk gebied. Duizendvoudig weerkaatste zich hierin de wereld, en het is vooral hieruit, dat velen zich de korte en kernachtige gezegden te binnen roepen, die passen op de omstandigheden. Veel verhalen vindt men hierin niet, maar enkele aardige parabels treft men b.v. aan in het derde deel, zooals van den ezel, die hoort dat hij naar het hof moet en denkt 't werk te mogen doen van een paard en ten slotte toch maar weer ... zakken te dragen en schoppen krijgt; verder die van den schildpad, zoo trotsch omdat een arend hem meeneemt hoog in de lucht, maar ... op de rots te pletter wordt gesmeten en opgegeten; dan van een mug, die hoe nietig ook, toch den fieren en geweldigen leeuw wel in het oog steekt en hem zoodoende groot ongemak bezorgt; ten slotte van Krepel, die met zijn kreupel been en paardenvoet notabene vooropgaat, als de jongelieden oprijzen voor den dans.

Toen in 1637 Cats' Trou-Ringh verscheen, die eigenlijk heette: "'s Weerelts begin, midden, eynde, besloten in den Trou-Ringh, met den proefsteen van denselven," was hij door zijn Houwelick en Spiegel al een zeer populair dichter. Maar zijn berijmde novellenbundel Trou-Ringh heeft die populariteit nog sterk vergroot. En dat kwam vooral, doordat Cats hiermee het romantische hart van zijn landgenooten trof. Het boek is Cats' uitgebreidste werk: tellende een kleine dertigduizend verzen! Deze Hollandsche Decamerone is nochtans vele malen op de pers gelegd, en in tienduizendtallen exemplaren in de zeventiende eeuw verspreid. En dat voor zoo'n kleine natie als de onze was -- 't is ongelooflijk, maar waar! Cats heeft zich zelven in dit boek overtroffen: een schat van verhalen, groot en klein, ernstig of guitig, onschuldig of ondeugend, ja soms meer dan pikant, van de vroegste tijden, uit den Bijbel of de klassieke oudheid, uit eigen tijd ook niet te vergeten -- dat was juist het leukste voor die brave Hollanders: een Zeeuwsch huwelijk of een Hollandsche historie! -- en ten slotte het "Geestelick Houwelick." Zoo zien we het boek afgedeeld in vier "Stucken", met vijftien groote novellen en nog een groot aantal kleinere. De dichter begint natuurlijk met het "Gront-Houwelick", nl. van Adam en Eva; dan volgt het "Houwelick van Drien", n.l. van Jacob met Leo en Rachel. Aardig is ook de Maagdenroof der Benjamieten. In het tweede deel denken we aan het "ongelyck houwelick van Crates en Hipparchia", anders gezegd een mésaillance; verder aan het huwelijk uit medelijden door een Italiaansche jonkvrouw, en het huwelijk tusschen Cyrus en Aspasia. Het derde deel vermeldt o.a. de verdichte liefdegeschiedenis van Keizer Karel de Groote 's dochter Emma met zijn secretaris Eginhard; verder die tusschen een Spaansche edelman en een heidinnetje; dan volgen nog de geschiedenissen van Marcus Antonius en Cleopatra, en van Rhodopis. In het vierde deel parafraseert Cats tamelijk wijdloopig het bekende Hooglied van Salomo. Wij noemden hier maar enkele van de vele. En wij kozen er vier uit, waarvan er drie nog niet genoemd zijn: het Soet verdragh van Philetas en Psyche, die huwden en, om krakeel te voorkomen, een uiterlijk kenteeken afspraken, indien de een of de ander niet al te best gemutst zou zijn; Psyche zou in dat geval haar schortje op zij hebben hangen, en Philetas de roos op zijn hoed scheef zetten. Dan kozen we: Gebreck genesen, om een houwelick te vorderen, waarin een hinkende vrijer zóóveel van een meisje houdt, dat hij zich door een chirurgijn het been laat breken, om het weer goed te krijgen en alzoo recht van lijf en leden voor zijn aangebedene te verschijnen. Het verhaal Hollants Trou-bedrogh onlanghs voorgevallen, is van Leander, die Rosemont bezweert, hem te nemen, anders ... zal hij zich verdrinken. Zij weigert toch, en hij doet, alsof hij zich verdrinkt! Nu is ze zoo beangst voor zijn leven, dat ze toestemt. En het Selsaem trou-geval tusschen een Spaens edelman ende een Heydinne, een verhaal geschreven door den beroemden Spanjaard Cervantes, is de geschiedenis van het dochtertje van een Spaanschen gouverneur, dat door een oude zigeunerin gestolen wordt en in haar troep opgroeit, daar natuurlijk allerlei geheime en geheimzinnige kunsten leert, waarmee ze den kost verdient. Jaren later wordt een Don verliefd op haar, en wel zóó, dat hij huis en hof en stand verlaat, om in den zigeunertroep te worden opgenomen. Hij moet nu een "proeftijd" doormaken, en welk een! Want ook dan is het mooie "zigeunermeisje" nog niet ten volle gunstig voor hem gestemd. Eerst als een Murciaansche dame verliefd wordt op hem en door een list hem in handen der justitie weet te spelen, nadat hij haar gunst smadelijk heeft afgewezen, ontwaakt de sluimerende genegenheid. En het eenige middel, om den edelman-zigeuner van den strop te verlossen, vindt de oude zigeunerin: zij reist naar de ouders van het eens-geroofde meisje en vertelt hun alles. Dezen, ontroerd en overtuigd door zekere bewijzen, brengen alles tot een goed einde, zoodat er heel wat gelukkige menschen opeens worden gemaakt.

Uit Cats' "Ouderdom en Buytenleven" kozen wij nog twee verhalen, die van Turani en van De smaragd. Turani was een Romeinsch staatsman, die zóó gehecht bleek aan zijn openbare ambten, dat, toen hem op hoogen ouderdom door den Keizer met veel plichtplegingen werd aangezegd nu zijn rust maar te nemen, hij zich hield alsof hij gestorven was, en ook zoo deed! Zoo bereikte hij zijn doel: de Keizer, die de grappen omtrent het levend-dood zijn van zijn trouwen dienaar niet goed kan hebben, herstelt Turani in al zijn waardigheden. Wij zagen hierboven reeds, dat Cats wel iets van dien Turani had, al gaat hij ook te keer tegen menschen, die zoo vasthoudend zijn aan hun aardsche eer en goed!

De smaragd is het verhaal van een Egyptisch hoveling, die geplaagd werd door al te veel ... voorspoed en, hiertegen gewaarschuwd door zijn vorst, zijn prachtigen ring met een smaragd in zee werpt, tevens verzoekende aan de godin van het geluk, hem nu ook eens voorbij te gaan. Maar, een visch slokt den ring op, en die visch komt, heel toevallig, op 's vorsten tafel. Deze legt het uit ten ongunste van zijn vriend, en verbant hem van zijn hof. En nauwelijks buiten de grenzen van het rijk, wordt hij gevangen genomen door een wreeden vijand, die hem laat ophangen. Verlang dus nooit, is Cats' uitspraak, zoo zeer naar geluk en voordeel, want deze storten een mensch heel dikwijls "als in een vollen rouw."

Ook in Cats' "Tachtigh-jarige Bedenckingen", op hoogen ouderdom dus nog geschreven, vindt men een massa kortere en langere verhalen, die dienen moeten om aan te toonen, hoe men zijn driften en gebreken kan leeren beheerschen en genezen. Onze keuze zou dus nog aanzienlijk kunnen worden uitgebreid!

We hopen evenwel, dat wat hier gegeven wordt voor velen een aanleiding moge wezen, zich eens in den gemoedelijk-romantischen Cats te verdiepen, zich eens vriendelijk door dien belezen grootvader te laten betuttelen, omdat hij zoo precies weet, wat en wie de mensch is, en omdat hij zoo ronduit en zonder er doekjes om te winden, dit alles zijn lezers onder den neus wrijft!

KAMPEN, Februari 1920.V.

UIT: MENGELDICHTEN.

Leersame Fabulen.

1. VAN DEN LEEUW EN MUYS.

2. VAN DE MUYS EN KICKVORS.

3. VAN EEN POMPOEN EN EYCKE.

[Illustratie: Uit: Van een pompoen en eycke (bladz. 6) (naar een oude kopergravure).]

image: 06_pompoen.jpg
image: 06_pompoen.jpg

4. VAN HET RIET EN EYCKEN-BOOM.

UIT: HOUWELICK.

5. CELADON EN GALATHEE.

6. DE WOLFSJONGEN.

[Illustratie: TITELBLAD VAN HET "HOUWELICK" (naar een oude gravure).]

image: 07_houwelick.jpg
image: 07_houwelick.jpg

UIT: SPIEGEL VAN DEN OUDEN ENDE NIEUWEN TIJT.

7. MEN NOOT GEEN ESEL OYT TE GAST, OF HY EN DRAEGHT'ER PACK OF LAST.

De esel spreeckt:

Men roept den esel niet te hove, dan als hy wat dragen moet.

8. DIE WEL EER TE HOOGE VLOGEN, VONDEN SICH WEL LICHT BEDROGEN.

9. WAT IS VAN GROOT OF TROTS, OF HOOGH? EEN MUGH STEECKT WEL EEN LEEUW IN 'T OOGH.

10. KREPEL WIL ALTIJT VOORDANSEN.

[Illustratie: Uit: Krepel wil altijd voordansen (bladz. 42) (naar een oude kopergravure)]

image: 08_krepel.jpg
image: 08_krepel.jpg

UIT: TROU-RINGH.

11. SOET VERDRAGH VAN PHILETAS EN PSYCHE.

13. SELSAEM TROUGEVAL TUSSCHEN EEN SPAENS EDELMAN EN EEN HEYDINNE;

SOO ALS DE SELVE EDELMAN EN AL DE WERELT DOEN GELOOFDE.

[Illustratie: Uit: Selsaem Traugeval tusschen een spaens Edelman en een heydinne (bladz. 54) (naar een oude kopergravure).]

image: 09_heydinne.jpg
image: 09_heydinne.jpg

onlanghs voor-gevallen.

UIT: OUDERDOM EN BUYTEN-LEVEN.

15. TURANI.

16. DE SMARAGD.

Transcriber's notes

Deze digitale versie heeft als extra, ten opzichte van de papieren versie, een lijst met illustraties. Deze is direct na de inhoudsopgave toegevoegd.

Voor zover mogelijk is de originele opmaak van de papieren versie gehandhaafd in de digitale versie.

De nummering van enkele voetnoten bleek niet te kloppen. In HTML- en "platte tekst"-versie zijn ze, indien van toepassing, hernummerd.

In tegenstelling tot de "platte tekst"-versie, zijn in de HTML-versie de voetnoten verplaatst naar het einde van ieder hoofdstuk (en daarom ook hernummerd).

Bepaalde opmaak (cursief, vet, en gespatieerd) is in de "platte tekst"-versie weergegeven met extra tekens: _cursief_, +vetgedrukt+ en ~gespatieerd~.

De HTML-versie toont de oorspronkelijke bladzijde-nummers, de "platte tekst"-versie niet.

De bladzijde-nummers staan bij de aanvang van de betreffende bladzijde!

De HTML-versie heeft de eigenschap dat de bladzijde-, regel- en voetnoot-nummers virtueel zijn en u niet hinderen bij het zoeken naar tekstfragmenten. Mocht u de virtuele nummers willen verbergen, open dan het HTML-bestand met een tekstverwerker en zoek in het <style> blok de CSS-klassen [.fn:after] (voor voetnoten), [.pagenum:after] (voor bladzijde-nummers) en [.hyphen:before] (voor afbreekstreepjes aan het eind van een pagina) op. Allen hebben een attribuut [display: inherit;]. Verander dit in [display: none;] om de nummers in uw browser onzichtbaar te maken.

De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:

[in hun eenvondig uiterlijk]

→ [in hun eenvoudig uiterlijk]

[Rijk geïllustreerd f 1 25 geb. f 1.75.]

→ [Rijk geïllustreerd f 1.25 geb. f 1.75.]

[Zieriksee Het onderwijs]

→ [Zieriksee. Het onderwijs]

[Strax hier op naer]

→ [Stracx hier op naer]

[Dat strax het voetster-dier]

→ [Dat stracx het voetster-dier]

[Maer dit bewijs alleen een ware]

→ [Maer dit bewijs alleen en ware]

[Hier word 'ick]

→ [Hier word' ick]

[En wie dit niet niet en heeft]

→ [En wie dit niet en heeft]

[) oord]

→ [) oorden]

[Maiombe was verblijt]

→ [Majombe was verblijt]

Omdat [Majombe] 10 keer voor komt, en [Maiombe] slechts één keer, is laatstgenoemde gecorrigeerd.

[dat 'et] / [dat'et] zijn varianten van de samentrekking van [dat] en [het]. Ook met andere woorden dan [dat] komen samentrekkingen voor. Er is niet gekozen voor een correctie naar één variant. Eén samentrekking waar een enkelvoudige aanhalingsteken ontbrak, is wel gecorrigeerd:

[Sy doetet aen den dagh] → [Sy doet 'et aen den dagh]

[maer een een eenigh kint]

→ [maer een eenigh kint]

In [13. SELSAEM TROUGEVAL] blijkt de regelnummering na regel [195 Of is u swacke maegh] niet te kloppen. Vermoedelijk heeft Joh. Vorrink ontbrekende regels geconstateerd en deze weergegeven door een regel met alleen maar punten. Dit kon niet gecorrigeerd worden.

[Al wied en naeckten]

→

[Al wie den naeckten]

[Vw plucker tot]

→

[Uw plucker tot]

[en watt'er is te wenschen]

→

[en wat'er is te wenschen]

[Word 'ick uw bont-genoot]

→

[Word' ick uw bont-genoot]

[geen ongemack. geen]

→

[geen ongemack, geen]

[in rasssen spoet,]

→

[in rassen spoet,]

[12 0 Zijn, als een]

→

[1280 Zijn, als een]

[in al's met]

→

[in all's met]

[soet gelaet. maer]

→

[soet gelaet, maer]

In de teksten van Jacob Cats ontbreken regelmatig dubbele aanhalingstekens, soms aan het eind van een citaat, maar vooral daar waar een citaat wordt onderbroken om aan te geven wie er spreekt. Een voorbeeld uit de tekst:

[Hoort, seytse, kenje]

→

["Hoort," seytse, "kenje]

Die gevallen zijn zoveel mogelijk hersteld. De lijst hieronder stelt de lezer in staat vast te stellen waar dit is gebeurd:

["Tsa, seyt hy, wacker knecht!]

→

["Tsa," seyt hy, "wacker knecht!]

[uw droeve klachten staen.]

→

[uw droeve klachten staen."]

["Mijn ouders, sprack de Maeght, ick]

→

["Mijn ouders," sprack de Maeght, "ick]

["Ick kome, seyt de vrient, om noch]

→

["Ick kome," seyt de vrient, "om noch]

[eertijts was geseyt.]

→

[eertijts was geseyt."]

[de lieden meenen,]

→

[de lieden meenen."]

["Nu sie ick, sprack de maeght, wat kunst]

→

["Nu sie ick," sprack de maeght, "wat kunst]

["Me-Juffrou, seyt de man, ick]

→

["Me-Juffrou," seyt de man, "ick]

[van al het ongemack.]

→

[van al het ongemack."]

["O Heere, seyt hy voorts, wie]

→

["O Heere," seyt hy voorts, "wie]

["Met oorlof, seit de maeght, hoort]

→

["Met oorlof," seit de maeght, "hoort]

["Of anders, seyt de quant, soo moet]

→

["Of anders," seyt de quant, "soo moet]

["Hoe, seyt de jongelingh, sout ghy]

→

["Hoe," seyt de jongelingh, "sout ghy]

[Wel, sal ick uwe zijn]

→

["Wel, sal ick uwe zijn]

[Wat seghje?]

→

[Wat seghje?"]

["Dat ick plagh,]

→

["Dat ick plagh,"]

[Geen list, geen slim]

→

["Geen list, geen slim]

[soud'et niet ontfangen.]

→

[soud'et niet ontfangen."]

[Ké]

→

["Ké]

["Ey, seytse, lieve]

→

["Ey," seytse, "lieve]

[En seyt: Dat]

→

[En seyt: "Dat]

["Spitsbroeders, seyt de man, met]

→

["Spitsbroeders," seyt de man, "met]

["Wegh, seyt hij, met]

→

["Wegh," seyt hij, "met]

["Vergeeft my, seyt het wijf, dat]

→

["Vergeeft my," seyt het wijf, "dat]

[ick weet terstont den dooden op te wecken;]

→

["ick weet terstont den dooden op te wecken;"]

Notes in this chapter

Note 1 · 1) n.l. te Zieriksee.Note 2 · Een eerbaer jongelingh, uyt Brabant daer gekomen, Had in een ander school de dichtkunst aangenomen, Die heeft de gront geleyt van waer ick vNote 3 · 1) ofschoon hij lag 2) vorst 3) ophoudt 4) eenvoudig schepsel 5) handig 6) zaak, toestandNote 4 · 't Is onlanx dat een kleine muys, Gekropen uyt haer duyster huys, Quam loopen in een lustig dal, En daer ontmoet haer dit geval: Sy, en haerNote 5 · Hier voortijts rees 'er groot verschil, Ter saecke van een groenen hil, Die in het water was gegront: Maer dichte by den oever stont. De velNote 6 · Des soo verschiet syn innigh bloet, En hy seyd': Godt, vergeeft 'et my! Ick spreke los en al te vry, Ick spreke tegen uw beleyt, En dat ick Note 7 · Een boer, in seker tuyn gegaen, Vont daer een deel pompoenen staen; Hy sagh, hoe dat het bol gewas Gantsch dick en opgeswollen was, En dat hNote 8 · Een omgewayden eycke-boom, Quam drijven met een snellen stroom, Quam drijven in het groene riet, Gewassen aen de gulle vliet, En siende, datNote 9 · Geen noot moet eenigh man van sijn geselschap scheyden, Geen druck en moet het wijf van haren hoeder leyden, Geen harde slavernij, geen onveNote 10 · 1) toegerust 2) saamgejaagd 3) kleur 4) redelijke taal 5) opmerkten 6) verzacht 7) werpen 8) breekt ... op 9) het houtkappen 10) bevangen 11Note 11 · Veel adels uyt het hof, veel ridderlicke mannen, Veel herders uyt het wout, te samen aengespannen, Gaen jagen opten wolf, die met een fellenNote 12 · Hier meynt men dat het kint, als onder hen gelegen, De spenen van den wolf heeft in de mont gekregen, En dat hier uyt het beest, verweckt toNote 13 · 1) middag 2) muildieren 3) hun 4) van dezelfde kleur 5) het en (= ontkenning) 6) stand, waardigheidNote 14 · My seyd' een bode gister noen, Daer ick gingh treden in het groen, Dat ick te hov' ontboden was, En daer op scheyd' ick uyt het gras, En ginNote 15 · Een arent als hy honger krijght, En uyter hooghten neder-sijght, En vint een schilt-padt of een sleck, Die grijpt hy veerdigh metten beck, ENote 16 · Koomt hier eens, vrienden al-te-mael, Koomt hier en hoort een vreemt verhael, Koomt, hoort een wonderbare daet, Daer op voor u te letten staNote 17 · Schoon hy niet, als hincken, kan. Is 'et niet een selsaem dingh, Dat een losse jongelingh, Dat een onbedreven gast, Die het immers niet en pNote 18 · Lestmael quam ick in een velt, Daer een yder was gestelt Tot een uytgelate vreught, Nae de wijse van de jeught; Jonge lieden van het landt SNote 19 · Hy is een geck, Die zijnen beck Soo klappen laet, Dat, om zijn mal En los geral, Hem yder haet.Note 20 · Een jongh en aerdigh paer, een weynigh tijts geleden, Was, na een langh gevry, in echten staet getreden. De tijt doet haren gangh, de bruyloNote 21 · 1) bevorderen 2) daarvan 3) gebied 4) verzen 5) na 6) lang geleden 7) heelmeester 8) loopen 9) ernstig 10) bevroren 11) hindert 12) gezongenNote 22 · Ontfanght oock dit verhael, ô soete jonge lieden, Dat u mijn swacke pen hier aen bestaet te bieden: 't En koomt niet uyt een lant dat naeu gNote 23 · 1) oorden 2) letten 3) Madrid 4) omdat ze 5) geduld 6) meisje 7) bevallig 8) gemeen 9) versieren 10) meisje 11) castagnetten 12) uiterlijk 1Note 24 · 1) oorden 2) letten 3) Madrid 4) omdat ze 5) geduld 6) meisje 7) bevallig 8) gemeen 9) versieren 10) meisje 11) castagnetten 12) uiterlijk 1Note 25 · Daer is een selsaem volck genegen om te dwalen, Gedurigh om-gevoert in alle vreemde palen,Note 26 · Dat (soo het schijnen magh) als in het wilde leeft, Maer des al niet-te min syn vaste wetten heeft. Het laet sich over-al den naem van HeydeNote 27 · "Schoon bloem-gewas, en edel kruyt Van 's hemels dau gevoet, En al wat uyter aerden spruyt, Ghy wort van my gegroet! Ick koom hier aen der hNote 28 · Terwijl hem dit gebeurt met wonder groot vernoegen, Soo komt de Nachtegael sich by de vrijster voegen, En queelt daer uyt de borst met soo eNote 29 · 1) Hollandsch 2) uitgeslapen 3) aardig 4) zijn jonge jaren 5) flink 6) deed alsof hij van den hoogsten stand was 7) behalve eigen inkomsten Note 30 · Of liefde list gedooght, en of een wettigh minnen Mach worden uytgevoert door afgerechte sinnen, Door lagen, door bedrogh, of ander slim belNote 31 · Een die langh heeft geleeft, en dat in groote staten, Dient vóór sijn lesten stont van eersucht af te laten; 't Is nut het oogh te slaen ontNote 32 · 1) de Nijl 2) bestuurde 3) begeerig 4) dobbelsteen 5) geluk 6) vrees 7) grillen 8) boos maak 9) eigendom van 10) na 11) juist 12) zeegodin, Note 33 · Een prinsse die het rijck, dat Nylus overstroomde, Met konincklijcke macht voor desen eens betoomde, Hadt in sijn hofgesin een aengenamen vr
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings