← Table of contents
Jacob Cats

Note 76) schurftig — JACOB CATS

Reading edition

"Schoon bloem-gewas, en edel kruyt Van 's hemels dau gevoet, En al wat uyter aerden spruyt, Ghy wort van my gegroet! Ick koom hier aen der heyden gaen, Daer soeck ick mijn vermaeck, Ick gae op u mijn oogen slaen, En 't schijnt dat ick ontwaeck. Ick sie mijn beelt in uwe jeught, Dat my eerst heden blijckt. Ick schep mijn lust uyt uwe vreught, Vermits ghy my gelijckt. Uw schoone verw en frissche glans Verciert het gansche velt. En, naer het seggen van de mans, Ben ick oock soo gestelt. Maer daer is noch een ander stuck, Dat med' ons beyde raeckt; Dat is dat ramp en ongeluck Gansch licht tot ons genaeckt. Besiet hoe ras een bloemtje sterft, En plat ter aerden sijght: Besiet hoe licht sijn glans verderft, En dorre plecken krijght. Besiet hoe dat een frissche roos, (Ick meyn een jonge maeght) Een die men onder duysent koos, En al de jeught behaeght; Besiet hoe licht een schoone blom Verliest haer eersten glans; Schoon sy was lief en wellekom By alle jonge mans. Wel roosjens, ciersels van het velt, Kan dit alsoo geschiën? En ist met u alsoo gestelt, Soo dient'er in versien. Maer segh wat kan u beter zijn, Als datje wort gepluckt? Niet door een boek of gortigh swijn, Om soo te zijn verdruckt; Maer om te zijn een hupsche kroon, Ter eeren van de jeught. Uw plucker tot een soete loon, En tot een stage vreught. En of u tijt is wonder kort, Maeckt daerom geen getreur; Want schoon een frissche roos verdort, Sy hout een soeten geur. Wel nu wy staen in eenen graet, O ciersel van het wout! Koom geef my doch van uwen raet Die ghy voor sekerst' hout. Moet oock mijn bloemtje t'syner tijt Van yemant zijn gepluckt? Pan: Iae, vryster, sooj'et waerdigh zijt, En soo het u geluckt. Daer zijnder niet dan al te veel Die staêgh ten toone staen, Sy bieden ons een groene steel, Maer niemant wilder aen. Daer sweeft haer blat dan met den wint, Als stof gemeenlick doet: Ach 't bloempje dat geen plucker vint, Dat treet men met den voet. Prec: Wel hoe! wat koomt hier voor geluyt Geresen uit het Wout? My dunckt hier sit een slimme guyt Gedoken in het hout. Het mocht wel zijn de bocx-voet Pan, Die woont hier in het groen. Dat is van outs de rechte man Om vrijsters leet te doen. Wel lincker, wie ghy wesen meught, Ick bid u weest gerust! Mijn bloem, mijn roem, mijn teere jeught Is niet voor uwen lust. Ick wachte voor mijn beste pant, Tot troost van mijn verdriet, Ick wachte vry een waerder hant; Maer u en wacht ick niet."

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings