Editorial note — JACOB CATS
Reading edition
Hier voortijts rees 'er groot verschil, Ter saecke van een groenen hil, Die in het water was gegront: Maer dichte by den oever stont. De velt-muys seyde menighwerf, Dit was syn goedt, syn eygen erf De kickvors gingh 'er tegen aen, En dreyght den muys daer uyt te slaen Hier daeght de muys den kicker uyt, Te vechten in het groene kruyt. De kicker pluckt een lange bies, Die by of aen den oever wies, De veltmuys is oock geensins bloô, Sy maeckt een lans van roggestroo, En nam een meer-bladt tot een schilt, Een teycken dat se vechten wilt, Daer gingh de krygh geweldigh aen, Daer gingh het wacker op een slaen: Nu, scheen het, hiel de muys het velt, Dan was de kicker meerder helt; Men twijfelt door het gantsche dal, Wie dat verwinner blijven sal. Maer in het heetste van de strijt, Als yeder toont syn meeste vlijt, Ey siet, een wouw, met snelle vlucht, Gevallen uyt de blauwe lucht, Die greep de vechters by den kop, En viel 'er met de klauwen op, Ja, bracht se, sonder langh gedrael, Haer jongens tot een middagh-mael. Wel let, o Princen al gelijck! Een yeder op syn eygen rijck Ey, neemt uyt onbedachte waen, Geen hart verschil of oorlogh aen; Krijght oock met uw gebueren niet, Want dat baert veeltijts groot verdriet; Want yemant grooter daer ontrent, Aen wien uw onmacht is bekent, Kan hem licht voegen in den strijt, Als ghy verswackt en moede zijt, En vallen u dan op het lijf, En nemen, al tot tijt-verdrijf, Ja nemen 't uwe bey gelijck, En voegen 't by sijn machtigh rijck, Soo datje niet alleen en mist Al dat, waerom ghy hebt getwist, Maer oock uw eygen boven dien; En dat is meer dan eens gesien. Nu, vorsten van het Christen-rijck! Ghy wordt gebeden al gelijck, Niet meer te krijgen onder een, Maer pays te maecken in 't gemeen; Op dat het jock van Mahomet Niet breeder uyt en wert geset, Gelijck, door enckel onverstant, Soo menigh rijck en machtigh lant. Het Christendom is afgeruckt; Want 't heeft den Alcoran geluckt, Om dat men hier gedurigh vocht, En hem geen afbreuk doen en mocht. Nu Godt, de rechte vrede-vorst, Die na geen bloet oyt heeft gedorst, Die gev' u een eendrechtigh hert, Op dat het namaels beter wert! 1) hoogte 2) jongen 3) zich 4) juk 5) de Koran (voor: de Islam)