HET DORP BLARICUM.
Reading edition
Onder de Gooische dorpen, bekleedt dit zekerlijk een van de minste standen, gelijk het dan ook weinig stofs, tot eene beschrijving van hetzelve, oplevert.
Deszelfs
LIGGING.
Is omtrent één en een half uur gaans ten Zuidoosten van Naarden, strekkende de huizen zig bijna tot aan de grensscheiding van Holland en Utrecht uit: hoe zeer onaanmerklijk het zij, is het echter ongemeen aangenaam gelegen; allerbevalligst groen, en, door zijne ruime bebouwing, zeer luchtig: ’t heeft in de daad alle landlijk schoon.
Bijkans een quartier uur gaans van daar ten Noordwesten, slegts weinig schreden van den weg naar Naarden, vindt men den bekenden Tafelberg, wiens verhevenheid eene groote verscheidenheid van gezichten verschaft, die het oog ongemeen bekooren, en het hart van den gevoeligen aanschouwer tot aanbidding van den Schepper der Natuur sal dwingen.
Van de naamsoorsprong deezes dorps hebben wij, noch in de voorhanden zijnde schrijveren over het Gooiland, noch door onze ter plaatse gedaane informatien iet kunnen ontdekken; hetzelfde is ’t geval wegens zijne stichting.
Wat aangaat de
GROOTTE.
Wij vinden dat in de quohieren der verpondingen voor Blaricum aangetekend staat: 101 zwad, 9 voeten weiland, en 195 morgen, 353 roeden geestland.
„Het is,” zegt de schrijver van den Tegenwoordigen Staat van Holland, „in honderd jaaren genoegzaam niet vermeerderd of verminderd, staande in de oude lijst der verpondingen maar één huis minder dan in de laatste van 1732, volgends welke Blaricum op 108 huizen begroot wordt;” sedert echter is het verminderd, want men schat het getal der huizen thans, niet hooger dan 100; deezen worden bewoond door nagenoeg 500 menschen, die meest allen van den Roomschen Godsdienst zijn.
Het
WAPEN
Van Blaricum is drie blaauwe korenbloemen op een zilveren veld.
KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
Hoewel de Gereformeerde Gemeente op dit Dorp zeer klein zij, heeft dezelve echter eene eigene Kerk, waarin op den eenen zondag vóór- op den anderen na-den-middag de openbaare Godsdienst wordt verricht. Deze Gemeente is gecombineerd met die van Laaren, behoort onder de Classis van Amsteldam, en wordt thands bediend door den Weleerwaardigen Heer Carel Aeijelts, wiens woonplaats te Blaricum is. De Kerkenraad deezer gecombineerde Gemeente bestaat, behalven uit den Predikant, uit één Ouderling en één Diacon te Blaricum, benevens één Ouderling en één Diacon te Laaren.
Het Kerkjen heeft uitwendig niets aanmerklijks; er staat een oude vierkante toren op; van binnen is het mede allereenvoudigst, volstrekt zonder eenig cieraad, behalven eene kleine kaars-kroon en twee koperen boogen boven de ingangen van het Doop-hek.
Op het Kerkhof binnen den omtrek, dien voorheen het choor der Kerk heeft beslaagen, is een grafkelder, doch die thands van boven geheel met gras begroeid is. Op denzelven ligt een gedeelte van een’ grafzerk, waarop gebeiteld is het wapen en de naam van Johan Stachovwer Urij Heer Van Schiermoncoog.
De Pastorij te Blaricum is vrij goed, gelijk ook het Schoolhuis; doch er is noch wees- noch arm-huis, en dit zoude er ook indedaad vrij overtollig zijn: die weinigen onvermogenden om voor zich zelven den kost te winnen, worden of in hunne eigene wooning verzorgd, of bij Burgers besteed—de Diaconie-armen door den Diacon, met voorkennis en goedvinden van den Predikant en Ouderling—de zogenaamde pot-armen door de Armmeesters.
De Roomschen hebben er eene goede statie, die door een wereldsch Heer bediend wordt, zijnde thans de Weleerwaarde Heer Henricus Huisman.
Wegens de
WERELDLIJKE REGEERING,
Hebben wij slechts dit volgende ter neder te stellen: de Burgers hebben er, wat het bestuur der Dorps-zaaken betreft, hunne eigene Regeering; doch met opzicht tot de rechts-zaaken handelt deeze Regeering in vereeniging met die van Laaren, en heeft dan dezelfde maat van magt als de Regeering der andere Gooische Dorpen. De Leden dezer Regeering zijn te Blaricum zo wel als te Laaren bijkans allen van den Roomsch-catholijken Godsdienst.
Voorrechten of verpligtingen heeft Blaricum niet: Zie wegens deszelfs aandeel in de meente onder onze beschrijving van Laaren.
De
BEZIGHEDEN
Der bewooneren bestaan meestal in den landbouw, zo als dezelve over het algemeen in Gooiland ter hand genomen wordt: er gaan ook nog 18 à 20 getouwen, ter bereidinge van grove stoffe: midsgaders eene menigte van spinwielen, deels om die getouwen aan den gang te houden, deels ter vervaardiging van katoen-garen.
De
GESCHIEDENIS
Van Blaricum, bevat op zig zelve niet veel bijzonders; in de Spaansche beroerten, welken ons land zo vreeslijk geteisterd hebben, heeft het in ’t lot van geheel Gooiland gedeeld, en ’t is overbekend, hoe jammerlijk het weerelooze landvolk moet lijden, als zij door den soldaat bezocht worden; indedaad, de boer heeft meer dan eenig stedeling gegronde reden om den oorlog te vervloeken.
In 1672 toen de geduchte Franschen ons land als overstroomden, heeft Blaricum, als de overige gedeelten van Gooiland, den twist tusschen de beheerschers der aarde moeten bezuuren; met minder gevoelige neepen, is het in onze jongstledene beroerten vrijgekomen.
Maar zeer veel heeft dit Dorp geleden in het jaar 1696: op den 26 Maart diens jaars, even na den middag, ontstond er in hetzelve een allergeweldigste brand, waardoor binnen den tijd van twee uuren over de dertig huizen benevens de Kerk en toren waren in de asch gelegd, de zerken in de Kerk van één sprongen, en de lijken in de graven tot stof verteerden.
Bijzonderheden zijn hier niet te bezichtigen, niettegenstaande de alleraangenaamste ligging des dorps, een bezoek van den Landvriend overwaardig is.
Eigenlijke
LOGEMENTEN
Zijn er niet, men vindt er eenige weinige herbergen, waarin de wandelaar zich kan ververschen.
Er zijn ook geene reisgelegenheden: men is verpligt zig van daar naar Naarden te begeeven, om met de gelegenheden, welken te dier plaatse gevonden worden, naar elders te vertrekken.

’t Dorp Laaren
Zo lang het landlijk schoon den Batavier behaagt,
En hij naar golvend graan, naar groene velden vraagt,
Zo lang hij naar de stem van Neêrlands heil zal hooren,
Zo lang zal LAAREN ook den Batavier bekooren.