← Table of contents
De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8)

ALGEMEENE BESCHRIJVING VAN WEESPER-KERSPEL.

Reading edition

Eenige landen of polders, rondsom Weesp gelegen, is men gewoon zamentetrekken, onder de benaaming van Weesper-Kerspel, en dit Kerspel verdeelt men weder in vier deelen, die men den naam geeft van Stokken, zijnde naamlijk,

1.) Bijlemer,

2.) De Gaasp,

3.) Het Gein, en

4.) Overvecht, waaronder Uitermeer.

LIGGING.

Deeze is, gelijk gezegd is, rondsom Weesp; zijnde over het algemeen eene zeer aangenaame landsdouw, voorzien van goed wei- en moes-land, aangenaame wandelingen, en alle landlijke schoonheid; gelijk dan ook des zomers, een tourtjen, naar een of ander gedeelte van dit Kerspel, eene geliefde uitspanning is voor de naastbijgelegene stedelingen, met naame voor de Amsteldammers.

De

GROOTTE

Van dit Kerspel wordt op de quohieren der verpondingen bepaald op, 2207 morgen, 550 roeden lands; in den jaare 1632, telde men in het geheele Kerspel 124 huizen, en na honderd jaaren, naamlijk in 1732, werden in de lijsten der verpondingen voor dat Kerspel 153 huizen gebragt.

Het

WAPEN

Van Weesper-Kerspel, is hetzelfde als dat van de Stad Weesp.

REGEERING.

Het Kerspel heeft een afzonderlijk rechtsgebied met de gezegde Stad; welk rechtsgebied echter nu en dan oorzaak van eenige verschillen geweest is, tusschen Burgemeesteren der Stad Weesp voornoemd, en de ingelanden van het Kerspel, welke verschillen echter van geen gevolg van aanbelang geweest zijn.

Thans zijn de vier bovengemelde stokken, waarin Weesper-Kerspel verdeeld wordt, geschikt onder twee rechtbanken; waarvan de Bijlemer alleen één, en de andere drie stokken, naamlijk de Gaasp, het Gein, en Overvecht met Uitermeir de andere rechtbank uitmaakt: in beide spant de Hoofdofficier, (zijnde thans de Wel-Ed. Gestr. Heer, Mr. Gerrit Corver Hooft, Bailluw van ’s Graaveland, Drossaart en Castelein van Muiden, Bailluw en Dijkgraaf van Naarden en Gooiland, Hoofdofficier van Weesp, enz enz.) met den Stedehouder en Schout, en zeven Schepenen, de Hooge Vierschaar, welke Schepenen ook met den Schout, of Stedehouder der stokken, of van het Kerspel in ’t algemeen, (zijnde eigenlijk een substituut van den Hoofdofficier voornoemd, en dezelfde persoon die het Schoutsamt over de stad Weesp waarneemt,) aan hun hoofd, in ’t civile vonnissen—de tweede gemelde rechtbank, die naamlijk uit drie Stokken zamengesteld is, heeft mede zeven Schepenen, van welken de Hoofdofficier voornoemd, volgends resolutie der Staaten van Holland en Westfriesland, van den 20 Maart des jaars 1663, gehouden is in het eene jaar vier Schepenen te kiezen, die in de Stokken woonachtig zijn, bij welken hij als dan drie anderen, (want alle de zeven Schepenen gaan jaarlijks af,) uit de ingelanden voegen mag, die geen vaste woonplaatsen in de Stokken hebben; in het andere jaar moet hij drie Schepenen van de zeven kiezen in de Stokken woonachtig zijnde, wordende de overige vier uit de ingelanden er bij gevoegd.

De andere rechtbank, naamlijk die van de Bijlemer, heeft vijf Schepenen, die mede jaarlijks afgaan, en waarvoor door den Hoofdofficier, meergemeld, vijf anderen verkozen worden; op dezelfde wijze als van de voorgaande Stokken, (zamen de tweede rechtbank uitmaakende,) gezegd is: ’t eene jaar drie inwooners, en twee ingelanden, en het andere jaar twee inwooners en drie ingelanden.

Beide rechtbanken, dat is geheel het Kerspel, heeft één Secretaris, die tevens Secretaris van Weesp is.

Voords worden de beide rechtbanken van het Kerspel, bediend door éénen Bode, die door den Bailluw wordt verkozen.

„Ten aanzien van het Schoutsamt,” leezen wij, en welke aantekening gemaakt is uit berichten, den aantekenaar medegedeeld, „is gebeurd, dat de Bailluw van Gooiland, als Hoofdofficier van Weesper-Kerspel, in den jaare 1541, eenen anderen Schout dan die van Weesp over het Kerspel aanstelde; doch Burgemeesteren dier stad, vielen hierover klagtig, aan den Hove van Holland, en bij uitspraak werd vastgesteld, dat dit amt door denzelfden persoon zou worden bekleed.”

„De Ridder Hooft, als Hoofdofficier van Weesp en Weesper-Kerspel, had, in den Jaare 1632, eenige moejelijkheid, met die van het Kerspel, over het aanstellen van eenen Secretaris; alzo de huislieden eenen anderen Secretaris over hunne gerechten wilden aangesteld hebben; maar hierin is geene verandering voorgevallen.”

Alles wat wegens de verdere artijkelen van ons plan, nopens Weesper-Kerspel in het algemeen, gezegd moet worden, hebben wij onder onze beschrijvingen van iederen Stok in ’t bijzonder aangetekend.

Wees- of Arm-meesters, worden in dit Kerspel in iederen Stok afzonderlijk aangesteld; de weezen worden in de Stad Weesp in de Weeshuizen bezorgd, en armen, die er komen, worden door de Arm-meesters bij de opgezetenen, ieder in zijnen eigenen Stok, besteed.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings