← Table of contents
Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer

INLEIDING.

Reading edition

Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en gebleven als het jacht “de Sperwer”. Vaartuigen der Compagnie bleken zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden, gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken, omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea, was te danken aan een schipbreukeling van het jacht “de Sperwer”.

De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.

Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden—zooals wij hierna zullen zien—twee van de geredde opvarenden van “de Sperwer” nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering, hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten.

Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van “de Sperwer”, Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea was bijgebleven.

Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor.

Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen Rijksarchief te ’s Gravenhage het exemplaar van Hamel’s Journaal bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het “Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen ’t Wapen van Hoorn, Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij respective in Tessel en ’t Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668”, en wordt in het eveneens in dat deel voorkomende “Register der ontfangene brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven maende voor de Camer Amsterdam”, vermeld als volgt: “Japan. Dagregister gehouden bij de gesalveerde personen van ’t verongelukt Jagt de Sperwer van ’t gepasseerde en hun wedervaren in ’t rijck van Coree, sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666.”

Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.

Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de Indische Regeering heeft aangeboden?

Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.

Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld, door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat—behoudens de zooeven genoemde opdracht—van het begin tot het einde met dezelfde hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich niet zal hebben schuldig gemaakt.

Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam—waardoor de gelijkheid van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt verklaard—dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.

Pagina uit het oorspronkelijke manuscript.
Pagina uit het oorspronkelijke manuscript.

Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het eerst Hamel’s Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel’s makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij hunne aankomst te Nagasaki.

Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood; schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben eenigen van de bemanning van “de Sperwer” aan den lijve gevoeld.

Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen.

Inderdaad heeft meer dan één Compagnie’s “quelpaert” vóór 1648 de wateren van Oost-Azië bevaren.

Eerst in het volgende jaar (1642) kwam “het Quelpaert” aan de beurt om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.

Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven—gelijk algemeen wordt aangenomen—dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van “het Quelpaert de Bracq” naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit “quelpaert” in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, “de Hasewind” en “de Visscher”. Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten kan worden nagegaan, zijn deze beide “quelpaerden”, wanneer die na 1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.

Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.

De thans uitgegeven tekst van Hamel’s Journaal en de ongedrukte stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief, eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te ’s Gravenhage. Wie in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden, wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.

Notes in this chapter

Note 1 · Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan d.i. TerrasbaNote 2 · Zie Bijlage VA, 1.Note 3 · Zie Bijlage VA, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).Note 4 · Zie Bijlage VA, 3.Note 5 · Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan dd. 14 Januari 1625 werd besloten “ons van de Sandplaet met alle des Comp.es middNote 6 · De uitgetrokken soldaten en hulpbenden “vonden geen grooter troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in ’t suijckerrietNote 7 · Als oorzaak van de revolte werd aangenomen “dat de principaelste Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende gesagh traghtNote 8 · “Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute ondernemingNote 9 · Voor eenige grootendeels aan Compagnie’s papieren uit Japan en Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, zie BijlNote 10 · “Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den grooten MandarNote 11 · Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur Generaal. ZNote 12 · Res. 20 Mei 1653.Note 13 · Zie Bijlage VB, 1.Note 14 · Zie Bijlage VB, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in Kol. Archief no. 7Note 15 · “Aen d’E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer ’t gouvernement vaNote 16 · “Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij laestleden pr ’t jacht de SpNote 17 · “Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier overtehouden, Note 18 · “Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den 9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest, tot nochNote 19 · Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van de ambassaNote 20 · “Naer dat d’ E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr ’t jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert” (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage Note 21 · 27 Mei 1653 “vertrecken van hier directa naer Taijouan de fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha Formosa voorNote 22 · “Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende 29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert ende Note 23 · Zie Bijl. IIIA, 3–7, ook voor berichten aangaande den indruk door het vergaan van de Sperwer gemaakt.Note 24 · Patr. Miss. 25 Sept. 1642.Note 25 · Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige “Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen en veNote 26 · O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A.Note 27 · Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent.Note 28 · “.... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders, als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder (uijt CorrNote 29 · Vijf eilanden; “a group of islands north-west of Kyushu, belonging to the province of Hizen” (Papinot, Dictionary).Note 30 · Decima, d. i. Voor-eiland. “.....comen voorm. scheepen hier voor Schisima offte ’s Comps. residentieplaats ten ancker” (Dagr. Japan 14 Aug. Note 31 · “Dat geene Hollanders sonder vragen van ’t Eijlandt en vermochten te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen nochte beNote 32 · Bijlage I a.Note 33 · Bijlage I b.Note 34 · “Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de groote precisiteijt van die natie dewelcke d’ onse involgen moeten omme daer Note 35 · Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.—Vgl. “.... Vervolgens getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael ende Raden derwaeNote 36 · Zie Bijlage I a en I b.Note 37 · Zie Bijlage I b en I d.Note 38 · Zie Bijlage I f–h.Note 39 · Zie Bijlage I i–j.Note 40 · Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: “arriveeren hier van Japan de fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw”.Note 41 · Zie Bijlage I o.Note 42 · “Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia ’t zeijl ghegaen, ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen” (JNote 43 · .. “Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den 13en en 15Note 44 · Monsterrol van ’t Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 (Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam, 1660–1668. Kol. Arch. no. 1Note 45 · “In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en 20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de Hollantsche Thuijn, Note 46 · Zie Bijlage I d. Dit Rapport was “gedateert den lesten November” [1666]. (Verbaal Commissarissen ’s Gravenhage van 23 Maart 1668. Kol. Arch.Note 47 · Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265, 270). Art. 42: “.Note 48 · Zie Bijlage I k.Note 49 · Zie Bijlage I q–r.Note 50 · Zie Bijlage I (bl. 78 en 82).Note 51 · “The Japanese government had always made use of Tsushima in its communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed almostNote 52 · Zie Bijlage I n (slot).Note 53 · “De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan, op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand overgelNote 54 · Zie Bijlage II a–d.Note 55 · Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53.Note 56 · “Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van omtrent Note 57 · Zie Bijlage II a (slot).Note 58 · Zie Bijlage II c–d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.Note 59 · Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: “komt de fluijt Nieuwpoort van Coromandel”.Note 60 · Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: “Des avonds comt de fluijt Buijenskercke van Japan”.Note 61 · Zie Bijlage II i.Note 62 · Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile (bl. 176): “The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was never knowNote 63 · “The only relics of these unfortunate captives so far discovered have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives knew nothNote 64 · “Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.–3 Oct. 1888] je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout souvenir de sa visiNote 65 · Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371.Note 66 · Zie Bijlage I k.Note 67 · Dagr. Bat. 1667, 11 December: “Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese eylandeNote 68 · Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26).Note 69 · Zie Bijlage I o.Note 70 · Zie de Bibliographie.Note 71 · A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz.Note 72 · Bl. 429–436.Note 73 · Noord en Oost Tartarye (’t Amsterdam 1692). Zie Tiele, Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het exemplaar uit de UNote 74 · Noord en Oost Tartarye (’t Amsterdam 1705). Zie Tiele, a.v. bl. 269.Note 75 · Dl. I, bl. 148.Note 76 · “....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest, verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen op drie en dertigNote 77 · Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene Koreaansche uiNote 78 · Zie Journaal, bl. 11.Note 79 · Uitg.-Saagman: “Moggaen, zijnde de residentieplaets van de Gouverneur van ’t Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,”. Daarentegen in de uitg.-StiNote 80 · “Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l’ordre civil, le 1er au-dessouNote 81 · Witsen, 2e dr., bl. 59.Note 82 · Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668.Note 83 · Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668.Note 84 · Uitg.-Saagman, “’t Oprechte Journaal”, Amsterdam, bl. 30–31.Note 85 · Zie de Bibliographie.Note 86 · De tekst van de in Churchill’s Collection of Voyages and Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt in Transactions ofNote 87 · O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885).Note 88 · Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de Haan.Note 89 · Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te teekenen. (Zie IndNote 90 · Zie Bijlage Ia (bl. 78).Note 91 · Zie facsimile tegenover den titel.Note 92 · Zie facsimile.Note 93 · “Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup moins popNote 94 · Zie bl. 13.Note 95 · Zie Bijlage IIIB.Note 96 · Zie Bijlage IA.Note 97 · “Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement scientifique, ne manque pas d’intérêt”. (Mémoire bibliogr., bl. 274). Vgl.: “HNote 98 · “When this account was printed in Holland, the eight men mention’d at the end of this Journal, were all in Holland, and examin’d by several Note 99 · “Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten ze” (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53.Note 100 · Zie Bijlage Io.Note 101 · Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53.Note 102 · “Thirteen years residence in Corea, was time enough to have given a much more perfect description, and many men in that time would have madeNote 103 · “Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n’avance rien dans la Description de l’estat présent du Royaume de Corée qui ne s’accorde Note 104 · “The French translater indulges in skepticism concerning Hamel’s narrative, questioning especially his geographical statements. Before a mapNote 105 · “Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia, the Coreans have always bowed down before the greatly superior mental power of the Note 106 · “It was not until the seventeenth century that Europeans came in contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked on thNote 107 · “.... c’est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première source des détails importants concernant la Corée & ses habitants” (Tiele, MéNote 108 · Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire de l’ Eglise de Corée, 1874.Note 109 · “On n’a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée, quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à Peking” (ObservaNote 110 · “.... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en vivaNote 111 · “In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with lettersNote 112 · “Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, she wNote 113 · “Corea heeft sich de Tartar onderworpen” (Gen. Miss. 21 Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea (Transactions Asiatic SNote 114 · Ross, History of Corea, bl. 276–286.—C. I. Huart, Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7eNote 115 · “Ever since the Manchus established themselves in China, Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful vassal.There wasNote 116 · “Shōgūn is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo, being the word “Imperator” in its original military significance” (Parker, China,Note 117 · Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, 301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William Adams 1Note 118 · “De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden; haer versoNote 119 · “In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs van ’t Hoff geweestNote 120 · “...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea ende dat Note 121 · “Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen, Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende” (Patr. Miss. 31 Aug. Note 122 · “Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen, aen welcke CNote 123 · “Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is inserted before d.” (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, bl. 78, nooNote 124 · De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, 1858,Note 125 · Peper.—“...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet werdende getrocken” Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker aan deNote 126 · “Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het mogelijck sijn sNote 127 · “Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo verzoekNote 128 · “The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of Corea and Note 129 · “I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge incouradgeNote 130 · Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, 20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te Batavia aan Note 131 · “Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken die de Note 132 · Zie bl. XLII, noot 3, slot.Note 133 · “Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de reverentie voor den Note 134 · “...Belangende de gelegentheijt van ’t lant van Corea hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als UEdt. uijt de nevensgaende nNote 135 · “Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula de Core, vNote 136 · “.... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien, China als ’t land Corea t’ ontdecken ende t’ onderstaen wat proffitable trafficquNote 137 · Zie Bijlage I o.Note 138 · Zie Bijlage II e, f en h.Note 139 · Zie Bijlage I o.Note 140 · “Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te drijven in sodNote 141 · Zie Bijlage II j en k.Note 142 · “Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie niets te doenNote 143 · ’t Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland (Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep 20 Mei 1669 Note 144 · “the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650” (Parker, China Review XVI, bl. 309).Note 145 · “Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa de ConNote 146 · “Nach Hamel’s Entweichung aus der Gefangenschaft wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der Niederländisch-Ostindischen CompNote 147 · N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, bl. 121: “Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch stranddNote 148 · 18 September 1648: “Lossen aen Campen wierd op de middagh geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat gewenst voorNote 149 · Kol. Arch. no. 434.—Vgl. J.E. Heeres, Tasman’s Journal of his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2: “Quel is another naNote 150 · Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856).Note 151 · Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie Bijlage IIIC.Note 152 · Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, dl. I, bl. 799; “Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November Ao 1640 in INote 153 · “Op de onbequaemheijt van Firando’s haven door het quaet acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d’ ongelegentheijt die de Japanse tuNote 154 · “des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer gevraeght is, om Note 155 · W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I (Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië VI, 4 (1898), bl. 290).Note 156 · “Volgens d’ advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen alhierNote 157 · “Kelung, in latitude 25° 9′ N and longitude 121° 47′.... is situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a tall black rNote 158 · “Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel uijt ChNote 159 · Nagasaki 2 October 1642. “.... Over 5 à 6 jaren geleden is wel ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten CouckebackeNote 160 · De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur Van den Burch: “.... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten proffijte vNote 161 · “Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten om de Compagnie Note 162 · “.... de Compagnie’s middelen moeten gesuppediteert worden tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten van deselve ComNote 163 · “Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat reede volgensNote 164 · “Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, haddNote 165 · “Omme d’ overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g’opineert wert ’t selve den KeijsNote 166 · De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het Opperhoofd CoijeNote 167 · Zie Bijl. IIIC, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).Note 168 · In de “Zeijlaes-Ordre’s”, in den tijd toen de Sperwer naar de noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks naar JNote 169 · De opper-stuurman Hendrik Jansz. van “de Sperwer” heeft misschien een kaart gekend of bezeten waarop het “Quelpaerts-eiland” stond aangegeveNote 170 · Zie bl. XLII, noot 1.Note 171 · “Possibly these riddles might be solved if life were long enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners of knowledge”Note 172 · Quelly—s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).Note 173 · Zie Journaal bl. 73.Note 174 · Zie Bijlage I a.Note 175 · Patr. Miss. 25 Maart 1651.Note 176 · Gen. Miss. 19 Dec. 1651.Note 177 · Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer, Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423.Note 178 · Zie Bijlage I a.Note 179 · Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum.Note 180 · Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten: 1o. Heyndrick Hamel, pNote 181 · Vgl. echter: “The present Japanese régime in Korea is doing everything in its power to suppress Korean nationality. The Government not only Note 182 · Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William Adams); Letters Note 183 · In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa1,Note 184 · Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche kolonisten het vlek Provintien5 afgeloopen en acht der onzen vermoord, waarop Note 185 · Geschillen tusschen “Compagnie’s principale ministers in kercke ende politie”8 hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het ontstaan vaNote 186 · Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen “de sone van den grooten mandarijn Equan”9, d.i. Koksinga, die van plan zou wezNote 187 · Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de OrdNote 188 · Alsnu werd besloten “tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren en te gebruijcken” den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar1Note 189 · Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker een “vrolijck scheijdmael”15 aan ter eere van den op vertrekken staandeNote 190 · Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie’s dienaar is “de Sperwer” misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan CunaeusNote 191 · Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den 16en Note 192 · Lang heeft “de Sperwer” niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte schiNote 193 · Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het hart te drukken om “wel te letten op de moussons en de schepen niet teNote 194 · Al noemden zij het verlies van “de Sperwer” een zware slag voor de Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden daarin zNote 195 · De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden27, zullen van het vergaan van het jacht “de Sperwer” tenauwernood kennis heNote 196 · Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het vaderlandNote 197 · Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, was hun een verhoor afgenomen35 dat aan de rijksregeering te Jedo werd gezNote 198 · Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner—de boekhouder Hendrik Hamel bleef voorloopig in Indië41—de reis naar het vaderland ook met “de SpNote 199 · Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens kNote 200 · In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak maaktNote 201 · De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten daar acht kameraden van “de Sperwer” achter, voor wier verlossing onze OppeNote 202 · De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen dat hNote 203 · Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in dat Note 204 · Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet vermeld gevonNote 205 · Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen zoNote 206 · Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia de onderscheiding te beurt gevallen “in Rade” te mogen verschijnen66, iNote 207 · Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in het vaderNote 208 · De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie Note 209 · Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad in zijn werk “Noord en Oost Tartarye” partij te trekken van hetgeen ovNote 210 · In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 verschenen74, zijn Witsen’s berichten over Korea veel uitvoeriger geworden. Ook Note 211 · Dat Witsen het Journaal van Hamel—wiens naam hij nergens noemt—heeft gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea in ziNote 212 · De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijkeNote 213 · Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel’s Journaal diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben gehoudenNote 214 · Van Hamel’s gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het nog eenigNote 215 · In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel’s Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig88; waarNote 216 · Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs verzoekschrifteNote 217 · Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie’s Opperhoofd te Nagasaki, zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het oNote 218 · Dat Hamel zelf—waarschijnlijk reeds te Nagasaki—ons archiefstuk heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen sedert Note 219 · Ofschoon Hamel’s Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald, is het—volgens Tiele—nooit recht populair geworden omdat er te weinig oveNote 220 · Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders heeftNote 221 · De juistheid van Tiele’s opmerking dat Hamel’s arbeid niet wetenschappelijk is97, kan grifweg worden toegegeven. Kon anders worden verwacht Note 222 · Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van “de Sperwer” konden de schipbreNote 223 · Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen van de lotgevallen van de schipbreukelingen van “de Sperwer”, eerst Note 224 · Hetgeen hij vertelt omtrent “den ommeganck van die natie ende gelegentheijt van ’t land”, behoeven wij evenwel niet voetstoots aan te nemen.Note 225 · De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel’s vlucht, heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den conservatieven Note 226 · Hamel’s Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van land en volk van Korea107 en men mocht verwachten dat zij die in lateren tiNote 227 · De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, zijn voor Korea’s zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot uitkomsNote 228 · In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of Manchoe’s en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en lateNote 229 · Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen116, zond Korea geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding vinden gemaaNote 230 · De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners iNote 231 · Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewonerNote 232 · Toen ingevolge het besluit van “de Breede Raden op ’t schip den Rooden Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando”123 (20 Note 233 · Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in andereNote 234 · De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook “het land Corea t’ ontdecken”136 heeft evenmin tot iets geleid.Note 235 · Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental schipbreukelingen van “de Sperwer”, gaven deze zulk een gunstige voorstelling vanNote 236 · Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben ondervonden van “the call of the East”; zou de herinnering van het leed en hNote 237 · Het eiland op welks rotsige kust het jacht “de Sperwer” te pletter sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo144Note 238 · Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk van “de Sperwer” heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat Hamel Note 239 · “Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd”. Zoo luidt eene aanteekening in een “Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam zeederNote 240 · Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef “het quel de Brack”1Note 241 · Toen “de Brack” op de reede van Batavia ankerde, was de belegering van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas kwam. InNote 242 · Was het mogelijk geweest “het Quelpaert” de bestemming te laten volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan had het wNote 243 · Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de PeNote 244 · Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven159. In hun eigen land haNote 245 · De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de aanwezNote 246 · Toen tot de uitvoering van “het desseijn op ’t noordeijnde van Formosa” was overgegaan164 en den 7en September 1642 de aangename tijding datNote 247 · De berichten aangaande deze reis van het “Quelpaert de Brack” zijn betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of vanNote 248 · Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebbenNote 249 · De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam “quelpaert” wellicht, evenals “galjot”, van Portugeesche afkomst is en of misschien een ongevaNote 250 · Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen hij zelNote 251 · Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek stond, wil nog niet zeggen “dat hij in een berooiden toestand Europa verNote 252 · Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, toen hNote 253 · Komt Hamel’s relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwakenNote 254 · Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de aanwezigheid de
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings