Note 45 — INLEIDING.
Reading edition
“In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en 20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de Hollantsche Thuijn, ’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge Prins en Amerongen den 23 December, en ’t Jacht de Spreeuw den 1 Januarij van Batavia af-geseijlt”. (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, bl. 113).—Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn, ’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat “Amerongen op den 20 deses in Tessel wel gearriveert” was. (Particuliere brieven van de Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).