Note 94 — INLEIDING.
Reading edition
Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij “ao 1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op de Cust van Corea vervallen”94 was, terwijl vaststaat dat dit schip toen niet in die streken is geweest95. Uit hetgeen te Nagasaki is aangeteekend in het daar gehouden dagregister96, blijkt evenwel dat de schipbreukelingen van “de Sperwer” bij hunne verschijning aldaar de toedracht van Weltevree’s komst in Korea volkomen juist hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree’s avontuur te boek heeft gesteld.