← Table of contents
Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer

Note 151 — INLEIDING.

Reading edition

Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef “het quel de Brack”151 hadden afgezonden en wenschten te vernemen of “soodanige quel” de Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640 uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd “het quelpaert” zelfs zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII spreken van het “Quel de Brack” en de Indische Regeering van “’t Galjot ’t Quelpeert”; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: “t’ Quelpaert”, “t’ Quel”, “’t Galiot den Brack” en zelfs “t’ Galiot t’ Quelpaert de Brack”, welke verschillende benaming verklaarbaar wordt door de omstandigheid dat “soodanige Quel” van ongeveer gelijk type was als de in Indië beter bekende galjotten en “de Brack” het eerste schip was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden (“’t quel de Brack”, “’t quel de Hasewindt”, “’t quel de Visscher”).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings