Zestiende Les.
Reading edition
Korelativoj op iel en iom.
Korelativoj op iel duiden de manier of wijze aan.
Iel = op de een of andere wijze, bijv.:
Iel li devis trovi laboron = Op de een of andere manier moest hij werk vinden.
Kiel = hoe, op welke manier (vragend), bijv.:
Kiel vi fartas? = Hoe vaart u?
Kiel = als, zooals (betrekkelijk), bijv.:
Diru ĝin, kiel vi volas = Zeg het, zooals gij wilt.
Tiel = zoo, op die manier, derwijze, bijv.:
Tiel vi devas uzi la plumon = Zoo moet gij de pen gebruiken.
Ĉiel = op elke manier of wijze, bijv.:
Li povas skribi ĉiel = Hij kan op elke manier schrijven.
Neniel = geenszins, op geen enkele manier, in ’t geheel niet, bijv.:
Mi povis skribi al li neniel = Ik kon hem op geen enkele manier (in ’t geheel niet) schrijven.
Korelativoj op iom hebben betrekking op de hoeveelheid en worden gevolgd door da indien zij een zelfst-n.w. voorafgaan.
Iom = wat, een beetje, een weinig, bijv.:
Pruntu al mi iom da mono = Leen mij een weinig geld.
Kiom = hoeveel, welke hoeveelheid (vragend), bijv.:
Kiom da mono vi havas? = Hoeveel geld hebt gij?
Kiom = als (betrekkelijk), bijv.:
Diru al mi tiom, kiom vi scias = Zeg mij zooveel, als gij weet.
Tiom = zooveel, zulk een hoeveelheid, bijv.:
Li havas tiom da mono = Hij heeft zooveel geld.
Ĉiom = alles, de gansche hoeveelheid, bijv.:
Li donis ĉiom = Hij gaf alles (van hetgeen hij had).
Neniom = niets, niemendal, bijv.:
Estis neniom de la meblaro en la domo = Er was niets van de meubelen in huis.
Het achtervoegsel um.
Het achtervoegsel um heeft geen vaste beteekenis, en het verdient daarom aanbeveling de onderstaande woorden, welke de meest voorkomende met um zijn, uit het hoofd te leeren.
aerumi = luchten.
akvumi = drenken, bevochtigen.
amindumi = het hof maken.
arĝentumi = verzilveren.
brulumo = ontvlamming, ontsteking.
buŝumi = muilbanden, buŝumo = muilband.
butonumi = toeknoopen.
cerbumi = malen, tobben.
datumi = dateeren, dagteekenen.
gustumi = proeven.
kalkanumo = hak (van een schoen), kiel (van een schip).
kolumo = boord, kraag.
komunumo = gemeente.
krucumi = kruisigen.
kulerumi = opscheppen.
laktumo = hom (afgeroomde melk).
lotumi = verloten.
malvarmumi = kouvatten, malvarmumo = verkoudheid.
manumo = manchet.
martelumi = behameren.
mastrumi = huishouden.
nazumo = lorgnet, knijpbril.
ombrumi = beschaduwen.
orumi = vergulden.
palpebrumi = lonken, knipoogen.
parazitumi = schuimen, klaploopen.
partumo = breuk of deel (wiskunde).
pensiumi = pensioneeren.
plenumi = vervullen.
proksimume = ongeveer.
sapumi = inzeepen.
serpentumi = zich kronkelen.
ventumi = waaien (met waaier), ventumilo = waaier.
Leer van buiten:
scienco wetenschap
arto kunst
gusto smaak, neiging
religio godsdienst
pacienco geduld
pasio drift, hartstocht
kolero gramschap, woede
timo vrees
humoro gemoedsgesteldheid, luim
pastro priester
almozo aalmoes
tombo graf
leĝo wet
rajto recht
paco vrede
komerco handel
potenca machtig
fiera trotsch
modesta zedig
ĵaluza afgunstig
egala gelijk
efektiva wezenlijk, werkelijk
agi handelen
bapti doopen
beni zegenen
preĝi bidden (tot God)
permesi toestaan
saluti groeten
voki roepen
prezenti aanbieden
danci dansen
juĝi oordeelen
savi redden
pafi schieten
inviti uitnoodigen
konduki geleiden
gardi bewaken
festi feestvieren
kondamni veroordeelen
militi strijden
vundi kwetsen
Vertaling:
Dancejo, fiereco, militisto, militistaro, gardisto, pafilo, tombejo, malpermesi, singardema, ekpafi, devo, komercisto, ĵaluzeco, almozulo, modesteco, saluto, kondukanto, kondamnato, milito.
Vertaal in Esperanto:
Rechter, verhinderen, gerechtsgebouw, gerechtshof, kunstenaar, feest, humorist, handelbaar, geestigheid, vreedzaam, kwetsbaar, kanon, salvo (aanhoudend schieten), schutter, schietbaan.
Vertaling:
Iel mi perdis mian poŝtranĉilon. Kial vi ne respondas? respondu iel. Li estas iom fiera. La kafo estas iom tro malvarma. Ĉu vi volas doni al mi iom da akvo? Iel vi devas devigi tiun malobean knabon. Ĉu mi povas iel servi al vi? Kiel estas la vetero? Kiel mia bofrato rakontis tion al mi, tiel ĝi estas. Mi ne scias kiel min savi. Kiom da pomoj vi volas havi? Je kioma horo vi deziras ke la servisto veku vin? Donu tiom, kiom estas necesa. Via onklo estas tiel malavara kiel afabla. Tiel perdi la tempon estas malagrable. Malfortuloj ĉiel devas vivi singardeme. Li volas vendi al mi ĉiom. Mi mendis tagmanĝon kaj formanĝis ĉiom. Li neniel atendis aŭdi tian belan historion. Li skribis malbonege, oni neniel povas legi lian leteron. Mi komprenis nenion el tio, kion li diris. Kiu volas havi ĉiom, ofte akiras neniom. Hieraŭ ni estas vidintaj la vidindaĵojn de via urbo. Tiu akvo ne estas trinkebla, ĝi estas malpura. Mia frato estas tre kredema, li kredas ĉion, kion oni rakontas al li. Kiun libron vi preferas, tiun kun la verda koverto aŭ tiun-ĉi kun la ruĝa koverto? Mi preferas la verdan ol la ruĝan.
Vertaal in Esperanto:
Heb een weinig geduld. Op de een of andere manier moet gij ons helpen. Hij vertelde mij hoe trotsch zij was. Ik weet zelf niet hoe er over (over het) te denken. Hoeveel tijd hebt gij noodig om naar de stad te gaan? Op welke manier lezen blinde menschen? Zoo te handelen is zeer onvoorzichtig. Zooveel wijn kan ik niet drinken. Geef mij evenveel melk als koffie. Geef mij alles wat drinkbaar is. Hij heeft al (de gansche hoeveelheid) het geld. Esperantisten helpen elkander op elke manier. Wij hebben dat heelemaal niet (in ’t geheel niet) noodig. Gij behoeft u geenszins te verontrusten. De zieke heeft gedurende twee dagen niets gegeten. Gelooft gij, dat hij niets geen geld bij zich heeft? Toen ik uw brief ontving, deelde ik alles aan mijn vriend mede, maar hij heeft mij nog niets geantwoord. Hebt gij uw lees- en rekenboek bij u? Neen, ik heb ze vergeten. Gij zijt zeer vergeetachtig. Hij is afgunstig op uw vooruitgang. De priester zegende de menigte. Gij handelt tegen den godsdienst door zoo te spreken. Hartstocht is een slechte eigenschap. Geduld is zulk een groote schat.
Lees- en Vertaaloefening:
ANEKDOTO DE SWIFT.
Kiam Swift prenadis novajn servantinojn, li ĉiam diradis al ili, ke ili en lia domo devas antaŭ ĉio observadi du aferojn: unue, fermi post si la pordon, kiam ili venas en ĉambron, kaj due—denove fermi la pordon, kiam ili eliras. Unu fojon unu servantino petis de li la permeson iri al la festo de edziĝo de ŝia fratino. Tre volonte, diris Swift, mi eĉ donos al vi ĉevalon kaj servanton por akompani, kaj vi povas ambaŭ kune veturi. Tute ekster si de ĝojo, la servantino, elirante, lasis la pordon ne fermita. Kvaronon da horo post ilia forveturo Swift ordonis seli alian ĉevalon kaj sendis sur ĝi rapide alian servanton kun la ordono revenigi ilin. Tiu ĉi trovis ilin en la mezo de vojo, kaj ĉu ili volus aŭ ne—ili devis veturi returne. Tute depremita, la knabino eniris en la ĉambron de sia sinjoro kaj demandis, kion li ordonos. Nenion pli ol nur ke vi fermu post vi la pordon, li diris kaj lasis ŝin post tio ĉi denove forveturi.
(El Fundamenta Krestomatio.)