X. De dag van den 2den Maart.
Reading edition
Daags daarna—dus den 2den Maart—ontving James Burbank tijdingen van een zijner opzieners, wien het gelukt was onbemerkt de rivier over te steken, binnen Jacksonville te dringen en zonder achterdocht opgewekt te hebben, van die stad weer te keeren.
Die tijdingen, welker waarheidlievendheid niet in twijfel te trekken was, waren zeer belangrijk. De lezer zal uit het ondervolgende er over kunnen oordeelen.
De Commodore Dupont, bevelhebber van het eskader, dat bestemd was tegen de Staten Georgië en Florida te ageeren, was in de baai Sint-Andrews, ten oosten van de Georgische kust gelegen, ten anker gekomen. De Wabash, die den wimpel van den opperbevelhebber voerde, stond aan het hoofd van een smaldeel, hetwelk uit zes en twintig vaartuigen bestond, waarvan achttien kanonneerbooten, een kotter, een transportvaartuig, dat behoorlijk van geschut voorzien, als oorlogsschip dienst kon doen, en daarenboven nog zes gewone transportschepen, die de brigade van den Generaal Wright aan boord hadden.
Zooals Gilbert Burbank het in zijn laatsten brief medegedeeld had, vergezelde Generaal Sherman deze expeditie.
De Commodore Dupont, wiens komst door het heerschende slechte weer zeer vertraagd was, beijverde zich om dadelijk maatregelen tot bemachtiging der toegangen tot het vaarwater van Sint-Mary te treffen. Dit vaarwater, hetwelk zeer moeilijk te verkennen is, levert toegang tot de monding van eene rivier van dien naam, ten noorden van het eiland Amelia, op de grenzen van de Staten Georgië en Florida gelegen.
Fernandina, de havenplaats en de voornaamste stelling van het geheele eiland, werd verdedigd door het fort Clinch, dat, door stevige dikke steenen muren beveiligd, eene bezetting van ruim vijftien honderd man bevatte. Zouden de Zuidelijken, in die sterkte, waarin eene langgerekte verdediging zeer mogelijk was, weerstand bieden aan de federalistische troepen? Dat was zeer goed mogelijk.
Toch gebeurde dat niet.
Volgens het medegedeelde door den opziener, liep het gerucht te Jacksonville, dat de geconfedereerden het fort Clinch ontruimd hadden op het oogenblik, dat het smaldeel van den Commodore Dupont voor de baai Sint-Mary verscheen. Zij zouden niet alleen het fort Clinch verlaten hebben, maar ook de havenplaats Fernandina, het eiland Cambesland, alsook dit geheele gedeelte der Floridasche kust.
Tot zoover luidden de tijdingen te Castle-House aangebracht.
Het zal onnoodig zijn om nog verdere klem te leggen op hare bijzondere belangrijkheid, vooral ten opzichte van de plantage Camdless-Bay.
Daar de federalistische troepen eindelijk in Florida ontscheept waren, kon het niet missen of het geheele grondgebied van dien Staat moest weldra in hunne macht vallen. Blijkbaar zouden nog eenige dagen moeten voorbijgaan, alvorens de kanonneerbooten de bank van de Sint John zouden kunnen overstevenen. Hunne nabijheid evenwel zoude eene heilzame vrees inboezemen aan de autoriteiten van Jacksonville. En het was te hopen dat, voor weerwraak beducht, Texar en zijne aanhangers niets tegen de plantage zouden durven uitvoeren van een Noordelijke, waarop de algemeene aandacht zoozeer gevestigd was als James Burbank.
Dat was inderdaad eene geruststelling voor de familie, die haar, wel wat al te spoedig, van te groote vrees tot te groote hoop, dus van het eene uiterste tot het andere deed overslaan.
Maar, zoowel voor miss Alice Stannard als voor mevrouw Burbank hadden die tijdingen het voordeel haar de zekerheid te verschaffen, dat Gilbert niet meer ver af was, dat zij dus de hoop mochten koesteren de eene om haren bruidegom, de andere om haren zoon binnen kort weer te zien, zonder dat voor zijne veiligheid behoefde gevreesd te worden.
En, inderdaad, de jeugdige luitenant zoude slechts dertig mijlen af te leggen gehad hebben, om van Sint-Andrews af de kleine havenkom van de plantage Camdless-Bay te bereiken.
Hij bevond zich in dat oogenblik op de kanonneerboot Ottawa, en die kanonneerboot had door eene schitterende krijgsdaad uitgeblonken, welker weerga in de maritieme geschiedrollen nog niet aangetroffen was.
Ziehier wat er dien morgen van den 2den Maart voorgevallen was.
Het is waar, dat de opziener, welke de tijdingen naar Camdless-Bay overgebracht had, dat feit gedurende zijn verblijf te Jacksonville nog niet had kunnen vernemen; maar wij deelen het bericht er van mede, omdat de lezer het moet kennen voor de duidelijkheid der ernstige gebeurtenissen, die volgen gaan.
Zoodra de Commodore Dupont kennis bekomen had, dat de bezetting der geconfedereerden het fort Clinch ontruimd had, zond hij eenige vaartuigen van weinig diepgang, langs het vaarwater van Sint-Mary.
De blanke bevolking had zich reeds in het gevolg der zuidelijke troepen naar het innerlijke des lands teruggetrokken en de steden, de dorpen, de gehuchten en de plantages, langs de kust gelegen, verlaten.
Het was inderdaad een panische schrik, die allen bezielde, veroorzaakt door de gedachte aan weerwraak, welke de secessionisten ten onrechte aan de hoofden van de federalistische troepenafdeelingen toeschreven.
Maar niet alleen in Florida, maar overal op de grenzen van Georgië, in dat geheele gedeelte van dien Staat, hetwelk tusschen de baaien van Ossabaw en van Sint-Mary gelegen is, sloegen de inwoners overhaast op de vlucht, om aan de debarkementstroepen van de brigade Wright te ontkomen.
In die niet voorziene omstandigheden hadden de vaartuigen van den Commodore Dupont geen enkel kanonschot te lossen gehad, om het fort Clinch en de havenplaats Fernandina in bezit te nemen. Alleen de kanonneerboot Ottawa, waarop Gilbert Burbank, die steeds den mesties Mars bij zich had, als eerste officier dienst deed, kwam in de gelegenheid van hare vuurmonden gebruik te moeten maken.
De zaak droeg zich navolgender wijze voor:
De havenstad Fernandina is met het westerstrand van Florida, hetwelk de golf van Mexico omzoomt, door eene spoorbaan verbonden, die naar de haven van Cedar Keys voert, Die spoorbaan volgt eerst de kust van het eiland Amelia, maar alvorens het vaste land te bereiken, steekt zij de Nassau-kreek over langs eene zeer lange brug op palen gebouwd.

Perry met zijne opzichters zouden op de grenzen van de plantage ronden verrichten. (Bladz. 141).
Juist toen de Ottawa in het midden van die kreek aankwam, stoomde een spoortrein die brug op. Daarmede vluchtte de bezetting van Fernandina, die al haar mondvoorraad en krijgsbehoeften medevoerde. Bij die bezetting hadden zich eenige aanzienlijken der stad gevoegd. Dadelijk stoomde de kanonneerboot met volle kracht naar de brug en gaf vuur uit hare jaagstukken zoowel op het paalwerk der brug als op den voortijlenden trein. Gilbert Burbank bevond zich op het voorschip en regelde de richting der kanonstukken. Door zijne juistheid van richten werden eenige gelukkige schoten gedaan, Onder anderen trof eene granaat het laatste rijtuig van den trein, waarvan de assen en de verbindingskrammen werden verbrijzeld. De trein, die onmogelijk in dit kritiek oogenblik stoppen kon, was verplicht dat rijtuig in den steek te laten. Hij spoorde dan ook met volle kracht en was alzoo in weinige oogenblikken in zuid-westelijke richting te midden van het dichtbegroeide gedeelte van het Floridasche schiereiland uit het oog verdwenen. Juist in dit oogenblik verscheen een detachement der federalistische troepen, te Fernandina ontscheept, die de spoorwegbrug dadelijk bestormden. In een oogwenk waren de reizigers in dat rijtuig gezeten, allemaal civielen, gevangengenomen. Deze krijgsgevangenen werden den hoofdofficier, den kolonel Gardner, die te Fernandina bevel voerde, in handen gesteld. Om een voorbeeld te stellen, weerhield men hen gedurende vier-en-twintig uren op een van de vaartuigen van het smaldeel, waarna men hen liet gaan.
Toen de spoortrein uit het gezicht verdwenen was, moest de Ottawa zich vergenoegen met een vaartuig aan te vallen, hetwelk met oorlogsmaterieel geladen was en dat eene toevlucht in die baai gezocht had. De kanonneerboot bemachtigde het gemakkelijk.
Die gebeurtenissen waren wel geschikt om de troepen der geconfedereerden en de bewoners der Floridasche steden sterk te ontmoedigen. Dit gebeurde in de hoogste mate te Jacksonville. De monding der Sint John zou weldra evenals die der Sint Mary in handen der Noordelijken zijn. Dit leed geen twijfel, en zeer waarschijnlijk zouden de Unionisten evenmin te Jacksonville weerstand ondervinden als te Sint Augustijn en in de overige plaatsen van het graafschap.
Dat alles bracht het zijne er toe bij, om James Burbank gerust te stellen.
Onder die omstandigheden moest men wel gelooven, dat Texar geen gevolg zou durven geven aan zijne dreigementen. Hij en zijne aanhangers zouden verjaagd worden en binnenkort zouden, alleen door den drang der omstandigheden, de eerlijke lieden weer aan het bestuur komen, dat hen door eene muiterij van de lagere volksklasse aan de handen ontwrongen was.
Er bestond blijkbaar alle reden toe om zoo te denken en bijgevolg ook om goede hoop te koesteren. Toen dan ook het personeel der plantage van Camdless-Bay die belangrijke tijdingen vernomen had, die ook te Jacksonville dadelijk verspreid waren, toonde het zijne vreugde door luidruchtige hoerakreten, waarvan onze bekende Pygmalion een groot deel voor zijne rekening nam.
Evenwel mochten de veiligheidsmaatregelen, die nog gedurende eenigen tijd betracht moesten worden en die zooveel konden bijbrengen om aan ieders gemoedsstemming eene zekere mate van gerustheid te schenken, niet verwaarloosd worden, althans niet tot het tijdstip, dat de federalistische kanonneerbooten in de wateren van de Sint John zouden verschijnen.
Neen, dat mocht vooral niet! Hoewel noch James Burbank, noch een der zijnen dat gissen of ook maar veronderstellen kon, zou ongelukkig nog eene geheele week moeten voorbijgaan, alvorens de Noordelijken de noodige maatregelen zouden getroffen hebben om de Sint John te kunnen opstevenen en meester van zijn stroomgebied te zijn.
En hoeveel gevaren zouden intusschen Camdless-Bay kunnen bedreigen!
Inderdaad, hoewel de Commodore Dupont Fernandina bezet had, zoo was hij toch verplicht met eene zekere mate van omzichtigheid te werk te gaan. Het behoorde tot zijn plan om de federalistische vlag op alle punten, bereikbaar voor zijne vaartuigen, te vertoonen. Hij was dus verplicht zijn eskader in verscheidene onderdeelen te splitsen. Eene kanonneerboot werd de rivier Sint-Mary opgezonden, om de kleine stad van dien naam in bezit te nemen en verder het land een twintig mijlen ver binnen te dringen. Ten noorden zouden drie andere kanonneerbooten, onder de bevelen van den kapitein ter zee Gordon, de baaien onderzoeken, zich meester maken van de eilanden Jykill en Sint-Simon en verder bezit nemen van de kleine stad Brunswijk en van de iets grootere stad Darier, die evenwel door hare bewoners verlaten waren. Zes stoomvaartuigen van geringen diepgang waren bestemd om onder de bevelen van den kommandant Stevens de Sint John op te stevenen en Jacksonville aan te tasten.
Wat de rest van het expeditionnaire smaldeel betreft, dat maakte zich gereed om andermaal zee te kiezen, ten einde Sint-Augustijn te bemachtigen en de geheele kuststrook van Florida tot Mosquito-Inlet te blokkeeren. Daardoor zouden dan de mondingen van de Mosquitolagune voor den smokkelhandel in oorlogs-materieel gesloten zijn.
Maar die samengestelde bewegingen konden niet in vier-en-twintig uren volbracht worden, en vier-en-twintig uren waren meer dan voldoende om het geheele grondgebied aan de verwoestingen van de Zuidelijke kwaadgezinden over te leveren.
Het was ongeveer drie uren in den namiddag toen James Burbank de eerste tijdingen kreeg, dat er iets tegen Camdless-Bay op til was. De administrateur master Perry, die eene verkenning langs de grensscheiding van de plantage was gaan uitvoeren, kwam buiten adem naar Castle-House loopen.
»Master James!... Master James!...” riep hij.
»Wat is er, Perry?”
»Men heeft eenige verkenners bespeurd, die Camdless-Bay langzaam naderen!”
»Van welken kant, Perry?”
»Van de noordzijde, master James!”
»Van de noordzijde!... Dat is ernstig.”
Al heel spoedig verscheen Zermah, die van de kleine havenkom terugkeerde en haren meester mededeelde, dat verscheidene vaartuigen den stroom overstaken en naar den rechteroever aanhielden.
»Komen zij van den kant van Jacksonville, Zermah?” vroeg James Burbank.
»Voorzeker, master James.”
»Laten wij dan onzen intrek in Castle-House nemen,” sprak James Burbank.
»En wat zal ik doen, meester?” vroeg de mestiesche.
»Gij, gij moogt het heerenhuis onder geen voorwendsel meer verlaten, Zermah. Hebt gij verstaan?”
»Ja, meester.”
Toen James Burbank te midden der zijnen teruggekeerd was, kon hij hun niet ontveinzen, dat de toestand weer zeer onrustbarend geworden was. Daar een aanslag op Camdless-Bay nu als zeker kon aangenomen worden, achtte hij het verkieselijk, dat iedereen verwittigd was.
»Dus,” zei master Walter Stannard, »zouden die ellendelingen, die op het punt staan verpletterd te worden, durven om.....”
»Ja,” antwoordde James Burbank koelbloedig, »zeker zullen zij durven. Texar zal zulk eene gelegenheid om zich op ons te wreken, niet willen laten voorbijgaan. Let er op....”
»Waarop?”
»Dat hij spoorloos verdwijnen zal, wanneer aan zijne wraakgierigheid voldaan zal zijn.”
Allen zaten een oogenblik stil in nadenken verzonken.
Daarna vervolgde James Burbank, die zich bij de gedachte aan zoo iets opwond:
»Maar zullen de misdaden van dien kerel steeds ongestraft blijven?” zei hij... »Zal hij dan steeds een uitvlucht vinden?.... Inderdaad, het is om aan de menschelijke gerechtigheid niet alleen, maar ook aan de Goddelijke gerechtigheid te doen twijfelen!”...
»James,” viel mevrouw Burbank in, »o, beschuldig God niet en dat juist op het oogenblik, dat wij misschien van niemand anders hulp te verwachten hebben dan van Hem!...”
»Laten wij ons onder Zijne Heilige hoede stellen!” zei miss Alice Stannard.
Allen keken een oogenblik, in vrome aandacht verzonken, voor zich heen.
James Burbank herkreeg zijne koelbloedigheid en hield zich onledig met het geven van bevelen, om Castle-House in staat van verdediging te stellen.
»Zijn de negers reeds gewaarschuwd?” vroeg Edward Carrol.
»Nog niet,” antwoordde James Burbank.
»Dan wordt het toch tijd, dunkt me.”
»Het zal dadelijk geschieden.”
»Maar hoe denkt gij de verdediging van Camdless-Bay te voeren?” vroeg master Walter Stannard.
»Volgens mijne opvatting,” antwoordde de eigenaar der plantage, »moeten wij ons bepalen de omheining te verdedigen, die het park en het woonhuis omgeeft.”
»Is dat wel goed ingezien?”
»Mijns inziens, kan het niet anders.”
»Geef uw denkbeeld duidelijk aan.”
»Wij kunnen er niet aan denken,” ging James Burbank voort, »een gewapenden troep op de grens van die plantage tot staan te brengen.”
»Waarom niet?”
»Omdat de aanvallers zeer zeker in grooten getale zullen komen opzetten. Het komt mij dus doelmatig voor, de verdedigers achter de borstwering op te stellen.”
»Ja, maar als de palissadeering bemachtigd wordt?”
»Dan trekken wij op Castle-House terug,” antwoordde James Burbank.
»En dan?”
»Ja, dan... Het heerenhuis is stevig en sterk. Het heeft menigen aanval der Seminool-Indianen glansrijk doorstaan; zoodat ik hoop, dat wij ons daarin ook tegen de bandieten van Texar zullen kunnen verdedigen.”
»Hebt gij nog andere bevelen, James?” vroeg master Walter Stannard.
»Ja, dat mijne vrouw, Alice en Dy, en dat Zermah, aan wie ik die toevertrouw, Castle-House zonder mijn verlof niet mogen verlaten.”
»Maar....”
»Voor het geval dat onze toestand er te gevaarlijk mocht worden, is alles in gereedheid gebracht, dat zij langs de tunnel, die in de kleine baai van Marino en dus ook in de Sint John uitkomt, de vlucht kunnen nemen. Daar zal eene sloep tusschen de hooge biezen van den oever verborgen liggen, waarin zich twee vertrouwde mannen zullen bevinden. En... hoort gij naar mij, Zermah?...”
»Ja, master Burbank,” antwoordde de kleurlinge.
»En in dat geval, Zermah, moet gij de rivier opstevenen, om eene schuilplaats in het paviljoen van de Ceder-Rots te zoeken. Hebt gij dat begrepen?”
»Ja, master Burbank! En uw bevel zal behoorlijk uitgevoerd worden!”
»Maar, gij, James?” vroeg mevrouw Burbank.
»Maar, gij, vader?” vroeg miss Alice.
De twee liefderijke wezens hadden ieder een arm gegrepen, de eene dien van haren echtgenoot James Burbank, de andere dien van haren vader Walter Stannard, alsof het oogenblik reeds daar was om te ontvluchten en Castle-House in allerijl te verlaten.
»Wij zullen allen het mogelijke doen, om ons bij ulieden te voegen, wanneer de stelling niet meer houdbaar zal zijn,” antwoordde James Burbank. »Maar gij moet mij ernstig beloven, dat wanneer het gevaar te groot, te dreigend zal worden, gij veiligheid in die schuilplaats van de Ceder-Rots zult gaan zoeken.”
»Ja, maar....”
»Hier gelden geen maren, waarde vrouw, beste Alice. Wanneer wij overtuigd zijn dat gij in veiligheid zijt, dan zullen wij meer moed hebben, dan zal ons meer stoutmoedigheid bezielen, om die misdadigers terug te drijven of om weerstand te bieden, totdat de laatste patroon verschoten zal zijn.”
Dat was een uiterst treurig vooruitzicht, maar de aangegeven maatregel was toch nog de beste, die te volvoeren was, namelijk wanneer de aanvallers, in dichte drommen oprukkende, er in slaagden de omwalling te bemachtigen en het park binnen te dringen, om dan tot den onmiddellijken aanval op Castle-House over te gaan.
James Burbank hield zich nu terstond onledig met zijn personeel samen te trekken.
Perry en de andere opzieners ijlden naar de verschillende barakken, om de bewoners daarvan bijeen te roepen en hen het park te doen bezetten. In minder dan een uur waren de negers geheel strijdvaardig in de nabijheid der poterne achter de palissadeering gerangschikt. Hunne vrouwen en kinderen evenwel hadden vooraf eene toevlucht moeten zoeken in de bosschen, die in de nabijheid van Camdless-Bay aangetroffen werden.
Ongelukkig waren de middelen tot het voeren van eene ernstige verdediging op Castle-House zeer beperkt. In de tegenwoordige tijdsomstandigheden, dat wil zeggen van af het uitbreken van den oorlog, was het zoo goed als onmogelijk te noemen geweest om wapenen en munitie in voldoende hoeveelheid, voor de verdediging der plantage benoodigd, aan te kunnen schaffen. De poging om ze te Jacksonville aan te koopen, zou volkomen vruchteloos geweest zijn, en men moest zich tevreden stellen met hetgeen, na den laatsten strijd, gevoerd tegen de Seminool-Indianen, in het heerenhuis was overgebleven.
Om kort te gaan: in hoofdzaak bestond het plan van James Burbank, om Castle-House tegen brandstichting en tegen overrompeling te beveiligen. Het geheele landgoed te willen beschermen, de werkplaatsen, de keten, loodsen en timmerwerven te willen redden, de barakken der negers te willen verdedigen, te willen beletten dat de plantage veroverd werd, dat zou eenvoudig onmogelijk zijn. Hij dacht er dan ook niet aan. Ternauwernood had hij vierhonderd negers, in staat om den aanvallers weerstand te kunnen bieden, ter zijner beschikking, en dan nog zouden die brave lieden nog zeer onvoldoende gewapend zijn. Eenige dozijnen geweren werden aan de meest behendige schutters uitgereikt, waarbij de zekerheidswapenen natuurlijk afzonderlijk gehouden waren voor James Burbank en zijne vrienden, alsook voor master Perry en zijne opzieners.
Allen begaven zich naar de poterne. Daar hadden zij hunne manschappen op zoodanige wijze opgesteld, dat zij den stormaanval, die op de buitenomwalling ondernomen mocht worden, zoolang mogelijk weerstand konden bieden. Die buitenomwalling werd daarenboven door de rondgaande gracht versterkt en de nadering derhalve zeer bemoeielijkt, daar die gracht den voet der palissadeering bespoelde.
Het zal wel niet behoeven medegedeeld te worden, dat de wufte Pygmalion zich te midden van al die drukte, uiterst bedrijvig en uiterst bewegelijk betoonde, en dat hij heen en weder liep zonder eenigen dienst te bewijzen. Men zou hem gevoegelijk voor een van die clowns van een kermis-paardenspel hebben kunnen houden, die zich het voorkomen geven alles voor het vermaak van het publiek te doen, maar wier bedrijvigheid al bitter weinig om het lijf heeft.
Pyg beschouwde zich als te behooren tot de bijzondere verdedigers van het woonhuis en dacht er dus volstrekt niet aan om zich bij zijne makkers te voegen, die daar buiten opgesteld waren. Nimmer had hij zijne borst van zooveel toewijding voor James Burbank voelen ontgloeien!
Toen alles ter verdediging in gereedheid gebracht was, wachtte men natuurlijk.
De voornaamste quaestie was thans, te weten te komen, van welken kant de aanval ondernomen zoude worden.
Wanneer de aanvallers zich op de noordelijke grens van de plantage zouden vertoonen, dan zoude de verdediging met meer klem gevoerd kunnen worden. Wanneer daarentegen de aanval van den kant der rivier zou ondernomen worden, dan zou de zaak meer moeielijkheden aanbieden, daar Camdless-Bay van dien kant geheel open lag.
Wel is waar, kan een debarkement steeds als eene lastige onderneming beschouwd worden. In ieder geval zou een vrij groot aantal vaartuigen benoodigd zijn, om een gewapenden troep met spoed van den eenen oever der Sint John naar den anderen over te voeren.
Dat waren de gebeurlijkheden, die James Burbank en zijne vrienden Edward Carrol en Walter Stannard bezighielden en waarover zij druk van gedachten wisselden, terwijl zij den terugkeer der verkenners afwachtten, die zij naar de grenzen der plantage gezonden hadden.
Men zou niet lang behoeven te wachten, om behoorlijk ingelicht te worden omtrent de wijze hoe de aanval geschieden zou en hoe hij geleid zoude worden.
Tegen half vijf in den avond, keerden de verkenners, na de noordelijke grens van de plantage ontruimd te hebben, in allerijl op de hoofdstelling terug en brachten hun rapport uit.
Eene kolonne van gewapende mannen, welke van dien kant kwam, rukte tegen Camdless-Bay op.
Was het eene afdeeling der militietroepen van het graafschap of was het slechts een gedeelte van het grauw, dat, op plundering belust, zich belast had, het besluit van Texar tegen de vrijgelaten slaven ten uitvoer te brengen?
Dat kon toen nog niet met zekerheid gezegd worden, maar vooral was reeds zeker, dat die kolonne meer dan duizend man sterk was, waaruit volgde, dat het onmogelijk geacht moest worden aan die macht met het geringe personeel van de plantage weerstand te bieden. Men mocht evenwel hopen, dat wanneer ook al de gepalissadeerde omheining stormenderhand genomen werd, Castle-House evenwel een meer ernstigen en meer langdurigen weerstand zou kunnen bieden.
Maar wat al dadelijk helder bleek, dat was dat die kolonne geen debarkement had willen beproeven in de kleine havenkom of op den oever van de Sint John, waar die Camdless-Bay bespoelde, dat niet van moeielijkheden ontbloot was; maar dat zij de rivier beneden Jacksonville door middel van een vijftigtal vaartuigen overgestoken was. Ieder dier sloepen had evenwel drie of viermaal den overtocht moeten bewerkstelligen om dien troep over te voeren.
Het kon dus als een doelmatige maatregel geroemd worden, dat James Burbank al het personeel der plantage in de binnenruimte van het park van Castle-House had doen terugtrekken. Het zou toch onmogelijk geweest zijn de grens van het landgoed aan een behoorlijk gewapenden troep te betwisten, die daarenboven het vijfvoudige van de verdedigers bedroeg.

In één woord: de naderende verwoesting uitte zich onder de verschrikkelijkste vormen. (Bladz. 155).
Maar wie voerde de aanvallers aan? Was dat Texar in persoon? Dat mocht met grond betwijfeld worden. De Spanjaard toch zou er wel op bedacht zijn geweest, dat het roekeloos mocht heeten zich aan het hoofd zijner benden te stellen, in dit tijdperk dat de federalistische troepen naderden. Intusschen, mocht het zijn, dat hij zoo handelde, dan kon dat daarop duiden, dat hij besloten was, wanneer zijne wraak gekoeld, wanneer de plantage verwoest, de familie Burbank vermoord of in zijne handen gevallen zoude zijn, te vluchten naar de Zuidelijke graafschappen, wellicht naar de Everglades, dien moerassigen uithoek van Zuid Florida, waar het zeer moeielijk zoude zijn hem te gaan opsporen.
Die gebeurlijkheid kon als de ergste van allen beschouwd worden, en zij was het dan ook, die het brein van James Burbank voornamelijk bezighield. Om die reden had hij besloten zijne echtgenoote, zijn dochtertje en Alice Stannard, die hij allen aan de toewijding van Zermah toevertrouwd had, in die schuilplaats van de Ceder-Rots in veiligheid te stellen.
Wanneer hij en zijne vrienden genoodzaakt zouden worden om Castle-House te ontruimen, dan zouden zij pogen zich daar bij hunne lievelingen, hun kroost te voegen en daar dan te verwijlen totdat de zekerheid en veiligheid der eerlijke lieden onder de hoede van het federalistisch leger zouden gewaarborgd zijn.
Eene sloep lag dan ook, onder de bewaking van twee te vertrouwen negers verscholen tusschen de biezen van den oever der Sint John, te wachten bij het uiteinde van de tunnel, die het woonhuis in verborgen gemeenschap stelde met de Marino kreek.
Maar alvorens tot die scheiding, tot dat uiterste middel zijne toevlucht te nemen, moest men zich verdedigen. Men zou eenige uren weerstand moeten bieden, althans tot aan het vallen van den nacht. Dan zou de sloep, begunstigd door de duisternis, heimelijk de rivier kunnen opstevenen, zonder gevaar te loopen door de verdachte vaartuigen, die men op de Sint John zag zwerven, achtervolgd en ingehaald te worden.