NASCHRIFT.
Reading edition
Het boekje, waarvan hier het eerste deeltje den lezer aangeboden wordt, verschijnt zonder eenige pretentie. Het beoogt, een beetje thuis te brengen in de geschiedenis der wijsbegeerte; meer niet.
Op oorspronkelijkheid maakt het geen aanspraak. Vrucht van zelfstandig onderzoek kan het evenmin zijn. Ik heb getracht, het naar de beste bronnen te bewerken, en met het oog op den lezerskring zoo eenvoudig mogelijk te zijn. De deskundige lezer doet daarom beter het niet ter hand te nemen. De noten, de verklaringen, de vertalingen, vermoeien hem. De samenvattingen heeft hij niet noodig. De korte omraming der historie kan hij missen. Maar dat alles scheen noodig voor de lezers die Redactie en schrijver zich voorstelden.
Eveneens heb ik geprobeerd door herhalingen en terugwijzingen geleidelijk hoofdzaken bij te brengen en heb ik gemeend, in ’t begin wat uitvoeriger te moeten zijn. De welwillende lezer zal zien, dat het gedeelte, handelend over de Grieksche wijsbegeerte, ook min of meer als inleiding is bedoeld.
Ernstig heb ik getracht een Hollandsch werkje te leveren, door Hollandsche parallellen te zoeken en de plaats van ons land in de geschiedenis aan te wijzen.
Tevens is het mijn streven geweest, de lezers zooveel mogelijk te doen komen in de gedachten der schrijvers, het vreemde of schijnbaar dwaze van vele systemen af te nemen.
Of ik dan alles bereikt heb, wat ik gewild heb? Dat is verre. Nu het boekje voor mij ligt, begrijp ik pas, hoe ver ik gebleven ben beneden mijn ideaal. Dat ik er niet nog verder van afgebleven ben, dank ik mee aan de vele ondersteuning, mij geworden. Een woord van dank aan de redactie, die mij toestond, deze ruimte te gebruiken en mij verplichtte met het nalezen der copie en het kiezen van een titel. Aan de vele vrienden, die mij lectuur of inlichtingen gaven uit het vak hunner studie. Aan de trouwe handen, die de copie persklaar maakten. Aan de oogen, die de drukproeven critisch doorliepen en mij menigen zin duidelijker deden zeggen, ja sommige pagina’s geheel omwerken.
Niet zonder schroom geef ik dus dit boekje in ’t licht. Zoo het lezen den lezer iets geeft van de vreugde die mij het schrijven schonk, dan zal hij toch zijn geld en tijd niet geheel beklagen.
Haag, Maart 1908.
R. C.