Hoofdstuk X: Freya.
Reading edition
De godin der liefde.
Freya, de mooie Noorsche godin van de schoonheid en de liefde, was de zuster van Frey en de dochter van Niörd en Nerthus, of Skadi. Zij was de schoonste en lieflijkste van alle godinnen, en terwijl zij in Duitschland met Frigga vereenzelvigd werd, gold zij in Noorwegen, Zweden, Denemarken en IJsland als een afzonderlijke godheid. Daar Freya geboren was in Vana-heim, was zij ook bekend als Vanadis, als de godin van de Vana’s, of als Vanabruid.
Toen zij in Asgard kwam, waren de goden zóó bekoord door hare schoonheid en gratie, dat zij haar het gebied Folkvang en de groote hal Sessrymnir (de ruimgezetelde) gaven, waar zij gemakkelijk al hare gasten zou kunnen plaatsen.
Folkvang heet het,
Waar Freya recht heeft
Op de stoelen der hal.
Ied’ren dag der verslaag’nen
Kiest zij de helft,
Gunt de helft aan Odin.
Noorsche Mythologie (R. B. Anderson).
Koningin der Valkyren.
Ofschoon zij de godin der liefde was, was Freya niet alleen zachtzinnig en op vreugde gesteld, want de oude Noorsche volken geloofden dat zij zeer krijgshaftige neigingen had, en dat zij als Valfreya dikwijls de Valkyren de slagvelden langs voerde, kiezend en opeischend de eene helft der gevallen helden. Daarom werd zij dikwijls afgebeeld met pantser en helm, schild en speer, terwijl alleen de benedendeelen van haar lichaam in de gewone golvende vrouwelijke dracht gehuld waren.
Freya bracht de uitverkoren gevallenen naar Folkvang, waar zij behoorlijk werden ontvangen. Daar ook heette zij welkom alle reine maagden en trouwe vrouwen, opdat zij na den dood zouden mogen genieten van het gezelschap harer minnaars en mannen. De vreugden van haar woning waren zóó verlokkend voor de heldhaftige Noorsche vrouwen, dat zij dikwijls in den slag stormden als hare geliefden verslagen waren, hopende hetzelfde lot te zullen deelen; of zij vielen in hare zwaarden, of werden vrijwillig verbrand op denzelfden brandstapel als de overblijfselen harer beminden.
Daar men geloofde dat Freya een gunstig oor leende aan gebeden van minnenden, werd zij dikwijls door hen aangeroepen, en het was gebruik haar ter eere minneliederen te dichten, die bij alle feestelijke gelegenheden werden gezongen, terwijl haar naam zelfs het werkwoord vrijen het aanzijn gaf.
Freya en Odur.
Freya, de goudharige en blauwoogige godin, werd soms ook als een verpersoonlijking van de aarde beschouwd. Als zoodanig huwde zij Odur, een symbool van de zomerzon, dien zij innig liefhad en bij wien zij twee dochters had, Hnoss en Gersemi. Deze meisjes waren zóó schoon dat alle lieflijke en kostelijke dingen naar haar genoemd werden.
Als Odur tevreden aan haar zijde toefde, glimlachte Freya en was zij volmaakt gelukkig; maar, helaas! de god was zwerver van natuur, en toen hij genoeg kreeg van zijn vrouws gezelschap, verliet hij plotseling het huis en zwierf in de wijde wereld. Freya, droef en verlaten, weende veel, en hare tranen vielen op de harde rotsen, die bij hun aanraking zacht werden. Wij vernemen zelfs dat zij doorsijpelden tot diep in het hart der steenen, waar zij in goud werden verkeerd. Sommige tranen vielen in zee en werden veranderd in doorschijnend barnsteen.
Toen Freya van haar weduwlijken staat genoeg had en verlangde haar geliefde in hare armen te drukken, ging zij hem eindelijk zoeken, en kwam door vele landen, waar zij bekend werd onder vele namen, zooals Mardel, Horn, Gefn, Syr, Skialf en Thrung, allen die zij ontmoette vragend of haar man dien weg was langs gekomen, en overal zóóvele tranen stortend dat men goud kan vinden in alle deelen der aarde.
En Freya volgde met haar tranen goud
Liefste godin des hemels, hoogst geëerd
Door allen zij, na Odins gemalin.
Voorlang nam haar ten huw’lijk Odur zwerfsch,
Verliet haar dan en ging de wereld door,
Sinds zoekt zij hem en weent haar gouden tranen.
Veel namen heeft zij, Vanadis, zoo noemt
Op aard men haar, doch Freya in den hemel.
Balder Dood (Matthew Arnold).
Ver weg in het zonnige Zuiden, onder de bloeiende mirten, vond Freya Odur ten slotte, en toen zij haar geliefde wederom had, was zij weer gelukkig en glimlachte en straalde zij als een bruid. Misschien is het omdat Freya haar man vond onder den bloeienden mirt, dat Noorsche bruiden, tot heden, mirten verkiezen boven den conventioneelen oranjebloesem van andere streken.
Hand in hand keerden Odur en Freya nu vroolijk naar huis terug, en in het licht van hun geluk werd het gras groen, ontbloeiden de bloemen, en de bruid zong, want de heele natuur sympathiseerde even hartelijk met Freya’s vreugde als zij getreurd had met haar toen zij in droefheid was.
Uit het morgenland,
Over het sneeuwveld
Kwam schoone Freya
Tripp’len naar Scoring.
Wit lag de heide,
Bevroren vóór haar;
Groen was de heide,
En bloeiend achter haar.
Uit gouden lokken
Schudde zij bloemen,
Uit haar kleed’ren
Schudde zij zuidenwind,
Rondom in de berken
Wekkend de lijsters,
Makend kuische vrouwen zeer
Naar hun helden verlangend,
Minnend, minnegevend,
Kwam zij naar Scoring.
De Longbeards Sage (Charles Kingsley).
De mooiste planten en bloemen in het noorden heetten Freya’s haar of Freya’s oogendauw, terwijl de vlinder Freya’s hen heette. Men dacht ook dat deze godin een bijzondere genegenheid had voor de elfen, die zij gaarne zag dansen in de maanstralen, en voor wie zij haar mooiste bloemen en zoetsten honig bewaarde. Odur, Freya’s man, die verder gold als een verpersoonlijking van de zon, werd ook beschouwd als een zinnebeeld van den hartstocht of van de bedwelmende liefdegenietingen; zoo zeiden de ouden dat het geen wonder was wanneer zijn vrouw niet gelukkig kon zijn zonder hem.
Freya’s halsketting.
Daar zij de godin van de schoonheid was, was Freya natuurlijk zeer verzot op haar toilet van schitterende sieraden en kostbare juweelen. Op zekeren dag, toen zij in Svart-alfa-heim vertoefde, het rijk onder den grond, zag zij vier dwergen den wonderbaarsten halsketting maken dien zij ooit gezien had. Schier buiten zich zelf van verlangen om dezen schat te bezitten, die Brisinga-men heette, en een zinnebeeld was van de sterren, smeekte Freya de dwergen hem haar te geven; maar zij weigerden dit met beslistheid tenzij zij beloofde dat zij hun haar gunst zou schenken. Toen zij tot dezen prijs den halsketting had gekregen, haastte Freya zich hem aan te doen, en zijn schoonheid verhoogde hare bekoorlijkheden zóó, dat zij hem dag en nacht droeg en slechts bij gelegenheid kon bewogen worden hem aan de andere godheden te leenen. Thor droeg echter dezen ketting, toen hij Freya in Jötun-heim voorstelde, en Loki begeerde hem en zou hem hebben gestolen, had Heimdall er niet opgepast.
Freya was ook de trotsche bezitster van een valkengewaad, of valkenveeren, die dengene, die ze droeg, het vermogen schonk als een vogel door de lucht te vliegen; en dit kleed was zóó onschatbaar dat het tweemaal door Loki werd geleend, en door Freya zelve gebruikt werd toen zij Odur, die weg was, ging zoeken.
Op zeek’ren dag
Deed Freya aan valkenvleug’len en schoot door de lucht,
Noordwaarts, zuidwaarts zocht zij
Haar geliefden Odur.
Frithiof Saga, Tegnér.
Daar Freya ook werd beschouwd als de godin van de vruchtbaarheid, werd zij soms voorgesteld als rondrijdend met haar broeder Frey in de kar, die getrokken werd door het zwijn met gouden borstels, met kwistige hand strooiend vruchten en bloemen, om de harten der menschen verheugd te maken. Zij had echter zelf een wagen waarin zij gewoonlijk reed. Deze werd getrokken door katten, hare geliefkoosde dieren, de zinnebeelden van koesterende liefheid en wellust, of de verpersoonlijking van vruchtbaarheid.
Toen kwam zwartbaardige Niörd en achter hem
Freya, in dun gewaad, en om haar enkels teer
Speelden de grauwe katten.
Minnaars van Goedroen (William Morris).
Frey en Freya werden zóó hoog geëerd in het gansche noorden, dat hunne namen, in gewijzigde vormen, nog gebruikt worden voor “meester” en “meesteres”, en één dag der week Vrijdag wordt genoemd. Freya’s tempels waren inderdaad groot in getal, en werden lang in stand gehouden door hare geloovigen, het laatst te Maagdenburg, in Duitschland totdat deze op bevel van Karel den Groote werd verwoest.
Geschiedenis van Ottar en Angantyr.
Het Noorsche volk was gewoon Freya aan te roepen niet alleen om voorspoed af te smeeken in de liefde, en welvaart en rijkdom, maar ook, nu en dan, hulp en bescherming. Deze beloofde zij aan allen die haar trouw dienden, zooals bleek in het verhaal van Ottar en Angantyr, twee mannen, die, nadat zij een tijd lang getwist hadden over hun rechten op zeker stuk land, ten slotte de zaak voor het Thing brachten. Die volksvergadering besliste dat de man, die kon aantoonen dat hij de langste lijn van edele voorvaderen had, als winner zou gelden, en een bepaalden dag werd aangewezen om den geslachtsboom van iederen eischer na te sporen.
Ottar, die zich slechts eenige namen van voorvaderen kon herinneren, bracht offers aan Freya en vroeg haar hulp. De godin hoorde goedgunstig naar zijn gebed en verscheen hem en veranderde hem in een wild zwijn, en reed op zijn rug naar de woonplaats van de toovenares Hyndla, een zeer beroemde heks. Door bedreigingen en verzoeken kreeg Freya van de oude vrouw gedaan, dat zij Ottar’s geslachtsboom tot Odin naspoorde, en elk der vaderen op zijn beurt zou opnoemen, terwijl zij erbij vertelde wat hij had gedaan. Daar zij vreesde dat het geheugen van haren vereerder niet bij machte zou zijn zoovele bijzonderheden te onthouden, bewerkte Freya verder dat Hyndla een dronk herinneringsdrank brouwde, dien zij hem te drinken gaf.
Drinken zal hij
Heerlijke teugen,
Alle goden smeek ik
Te zeeg’nen Ottar.
Saemunds Edda.
Zoo voorbereid verscheen Ottar voor het Thing op den vastgestelden dag, en zei vloeiend zijn stamboom op, zooveel meer voorvaders noemende dan Angantyr zich kon herinneren, dat hem zonder moeite het bezit werd toegewezen dat hij verlangde.
Een plicht is te wijzen zóó
Dat de jonge vorst
Zijn vaderlijk erfdeel zal hebben
Volgens zijn afkomst.
Saemunds Edda.
De mannen van Freya.
Freya was zóó schoon dat al de goden, reuzen en dwergen naar hare liefde verlangden en om beurten haar tot vrouw wilden. Maar Freya bespotte de leelijke reuzen en weigerde zelfs Thrym, toen Loki en Thor voor hem pleitten. Zij was niet zoo onverzettelijk waar het de goden zelf betrof, als men de verschillende mythologen mag gelooven, want als de verpersoonlijking van de aarde, zegt men, heeft zij Odin (de lucht), Frey (den vruchtbaren regen), Odur (den zonneschijn) enz. getrouwd, totdat het scheen alsof zij de beschuldiging verdiende die de opperduivel Loki tegen haar uitgilde, dat zij om beurten alle goden bemind had en gehuwd.
Vereering van Freya.
Het was gebruik bij plechtige gelegenheden Freya’s gezondheid te drinken met die van de andere goden, en toen het Christendom in het noorden werd ingevoerd, werd deze dronk overgebracht op de Maagd of op St. Gertruida; Freya werd, evenals alle heidensche godheden, tot een demon verklaard of een heks, en verbannen naar de bergtoppen van Noorwegen, Zweden of Duitschland, waar men den Brocken aanwijst als haar speciaal verblijf, en de algemeene verzamelplaats van haar duivelenstoet in den Valpurgisnacht.
Koor van heksen.
De heksen gaan den Brocken op,
De stoppel is geel, groen is de knop.
Van alle kanten komen ze aan,
En bovenop zit Uriaan.
Zoo gaat het over steen en stok,
Laat de heks een sch—t, dan st—t de bok.
Goethe’s Faust (vert. v. Adama v. Scheltema).
Daar de zwaluw, de koekoek en de kat in heidensche tijden Freya gewijd waren, meende men dat deze schepselen duivelsche eigenschappen hadden, en tot heden toe worden heksen altijd afgebeeld met koolzwarte katten naast zich.