← Table of contents
Het Leven der Dieren, Deel 3, Hoofdstuk 5

DE WORMSPINNEN (Linguatulida).

Reading edition

Een klein aantal parasieten, die men vroeger wegens hun levenswijze en hun wormvormige gedaante bij de Ingewandswormen rekende, verdienen op grond van hun inwendig maaksel en het bezit van 2 paar rudimentaire ledematen een plaats in de nabijheid van de Mijten. Alleen gedurende hun jeugd zijn zij als Arthropoden kenbaar; het geheele lancet-vormige lichaam heeft ringvormige groefjes, die, evenals bij de Haarwortel- en Galmijten, niet dieper gaan dan de huid en geen kenteekenen van inwendige geleding zijn. De monddeelen ontbreken evenals de tracheeën. 2 paar haakjes bij de mondopening zijn beweegbaar gehecht aan korte pootstompjes. Het mannetje is aanmerkelijk kleiner dan het wijfje.

De in Nederland zeldzame Lintwormachtige Wormspin (Pentastomum taenioides) bewoont als geslachtsrijp dier vooral de neusholte van den Hond en den Wolf, bij uitzondering ook die van Paarden, Muildieren en Geiten. Het wijfje bevat soms wel een half millioen eieren. Deze komen bij het niezen met het neusslijm naar buiten, dus ook op plantendeelen en hierdoor in het spijskanaal van Konijnen, Hazen en andere plantenetende dieren, slechts zelden in dat van den mensch. Zoodra de jongen de eischaal verlaten hebben, dringen zij, gelijk de Trichinen, door den darmwand heen en begeven zich naar de lever; hier omgeven zij zich met een hulsel (kapselen zich in) en bereiken in ongeveer 6 maanden een voldoende ontwikkeling om verdere reizen te ondernemen. Van hun hulsel bevrijd, doorkruisen zij de lever, veroorzaken den dood van hun gastheer, wanneer hun aantal groot is, maar trachten in ieder geval de longen te bereiken om op deze wijze in de vrije natuur te komen. Nadat zij direct of indirect in de neusholte en voorhoofdsboezems geraakt zijn van den Hond of den Wolf (die de besmette lever verslond of voorwerpen, waarop zich Wormspinnen bevinden, besnuffelde), ontwikkelen zij zich in 2 of 3 maanden tot geslachtsrijpe dieren. Deze hebben een witachtig geel, lancetvormig lichaam, dat aan de buikzijde plat, aan de rugzijde eenigszins bol is. De wijfjes zijn 70 à 130, de mannetjes 8 à 10 mM. lang. Bij den Hond brengt hun aanwezigheid een pijnlijke ontsteking van het slijmvlies teweeg, die aanleiding kan geven tot het kwaadaardig worden van dit dier.

Andere soorten van Wormspinnen heeft men gevonden in de keelholte van den Krokodil, in de longen van de Brilslang, bij Reuzen- en Ratelslangen en ook in de lever van een Egyptischen neger. Haar ontwikkelingsgeschiedenis is echter minder goed bekend.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings