← Table of contents
Het Leven der Dieren, Deel 3, Hoofdstuk 5

DE CUMACEËN (Cumacea).

Reading edition

Deze orde bevat een 70-tal soorten van kleine, deels bij de kust, deels op grootere diepte levende Schaaldieren, waarvan enkele, o.a. de 12 mM. lange Diastylis Rathkei, in de Noordzee niet zeldzaam zijn. Als Garnalen rusten zij over dag op den bodem; ’s nachts zwemmen zij rond. Zij onderscheiden zich van de vroeger genoemde en gelijken op de beide volgende orden door het gemis van oogstelen. Het rugschild is nog korter dan bij de Stomatopoden, daar het de 5 leden van het achterlijf, die bij de Decapoden met het kopborststuk vereenigd zijn, onbedekt laat. De kieuwen (één paar) zijn aan het eerste paar kaakpooten gehecht. Vroeger hield men de Cumaceën voor larven van Decapoden; het is echter gebleken, dat zij zelf eieren leggen. De hieruit voortkomende jongen gelijken bijna volkomen op hunne ouders en ondergaan dus geen gedaantewisseling; ook in dit opzicht komen de Cumaceën met de beide volgende orden overeen.—De hierboven genoemde soort, die, behalve de Noordzee en de Oostzee, ook de Noordelijke IJszee bewoont tot op 50 vademen diepte, is van groot belang als voedsel voor allerlei Visschen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings