← Table of contents
Het Leven der Dieren, Deel 3, Hoofdstuk 5

DE BLADPOOTKREEFTEN (Phyllocarida).

Reading edition

De Bladpootkreeften dragen als leden van de derde en laatste onderafdeeling van de Hoogere Schaaldieren (Malacostraca) ook wel den naam van Dunschaligen (Leptostraca). Bij hen, zoowel als bij de Grootschaligen (Thoracostraca) en de Ringschaligen (Arthrostraca) vormen de 13 voorste segmenten een geheel, dat duidelijk verschilt van het (hier uit 8, niet uit 6, leden bestaande) na-achterlijf. De 17 voorste segmenten zijn bedekt door een dun, vliezig of chitineus, meestal tweekleppig rugschild, waarmede een kleiner snuitschild beweegbaar verbonden is. De oogen zijn samengesteld en gesteeld; de 8 ringen van het vóór-achterlijf dragen ieder 1 paar bladvormige pooten, de 4 voorste na-achterlijfsleden groote, de beide volgende kleine, gelede zwempooten; de beide laatste ringen zijn pootloos; de laatste eindigt in 2 gevorkte aanhangsels; het telson ontbreekt.

De orde der Bladpootkreeften bevat slechts één familie (Nebalidae) met één geslacht (Nebalia), waarvan 5 soorten bekend zijn. Deze bewonen de zee (o.a. de Middellandsche Zee en de Noordzee) op ondiepe plaatsen in de nabijheid van de kust en voeden zich met dierlijke stoffen. Hun lengte bedraagt gemiddeld 6 à 10 mM. Zij vormen den overgang van de Bladpootigen (Phyllopoda) tot de Hoogere Schaaldieren; hieraan is hun naam ontleend.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings