← Table of contents
Een vaste burg is onze God

XX.

Reading edition

1517—31 October—1917.

In dit kleine boekje is ons iets te zien gegeven van een ontzaglijk groot en veelbeteekenend werk. Want dat is de Kerkhervorming. En hoe meer we dit beseffen, hoe heerlijker wij het zullen vinden, dat we haar Vierde Eeuwfeest mogen meevieren en hoe dankbaarder wij het ook zullen doen.

Vier eeuwen! Een lange tijd! Maar de Hervorming was ook een werk voor alle volgende eeuwen; want het was een werk van God. En al zijn de mannen, door wie de Heer het tot stand wilde brengen, reeds lang heengegaan, de Hemelsche Werkmeester blééf en zal blijven tot in eeuwigheid. Hij blijft Zijn Kerk in stand houden en Zijn hervormingswerk voortzetten; niet alleen in de groote wereld daarbuiten, maar ook in het kleine wereldje daarbinnen, dat menschenhart heet; en dàt is toch ten slotte voor ieder in het bijzonder het gewichtigste. Want wat zou het ons baten of er al een hervorming van de Kerk was en een gezuiverde leer, als ons hart niet hervormd en gereinigd was?

De hervorming van het hart, ook van het jonge hart, is geen minder groot werk dan de hervorming van de Kerk. Alleen de Heer kan het doen, door Zijn Woord en Zijn Geest. Zijn Woord gaf Hij ons reeds. Laten wij het ons leven lang in hooge eere houden en dankbaar en trouw gebruiken. En Zijn Geest wil Hij ons schenken op ons gebed.

„Hervorm vooral, volmaak mijn hart naar Uwen smaak!”

laat dàt op ons feest, bij onze danktonen, onze bede zijn. En wie deze hervorming voor zichzelf ernstig begeert, zal haar ook zeker gaarne aan heel de wereld gunnen en van harte instemmen met Gezang 245:

O, machtige Evangeliewoorden! Spoedt heerlijk voort en overwint! Och, dat u alle volkren hoorden, Zoo ver men immer volkren vindt! Bekroon Uw werk, o groote Koning! Uw zachte schepter heersche alom! Zoo worde eens aller hart Uw woning, En heel deze aarde Uw heiligdom!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings