LOTJE EN KEESJE.
Reading edition
KEESJE.
Zeg me zoete lieve Lotje! wat is de oorzaak, datge schreit: Hebtge uw beugeltas verloren, of gebroken, lieve meid?
LOTJE.
Zou 'k niet schreien, waarde Keesje! moeder lief was niet voldaan Met mijn naaiwerk o! zij zag mij met verdriet en droefheid aan. Ja zij wilde mij niet kussen, zo als ze anders altijd doet. Foei mij! ach! dat zulk een moeder om mijn stoutheid treuren moet.
KEESJE.
Wat kan 't baten, dat gij eenzaam in een hoekje zit, en klaagt. Ga, zij zal het u vergeven, als gij om verschoning vraagt.
LOTJE.
Zult gij dan mijn voorspraak wezen, mij geleiden:
KEESJE.
ja gewis: Zou ik niet voor Lotje spreken, die mijn liefste zusjen is. Maar gij hebt geen voorspraak noodig, als gij moeder valt te voet, Zal zij 't zeker u vergeven, Moeder, weet gij, is zo goed. Gistren las zij voor ons beide, dat ook God de schuld vergeeft: 'k Weet, zij zal u wis verschoonen, daar zij zulk een voorbeeld heeft.
DE GEZONDHEID.
Gezondheid is een groote schat Om vergenoegd te leven. Ofschoon ik groten rijkdom had, Wat voordeel zou het geven, Zo ik, doorknaagd van angst en pijn, Mij zelven tot een last moest zijn.
Maar zou ik dan mijn Vaders raad Niet ijverig betragten? En gulzigheid en overdaad Niet mijden en veragten? Die nooit genoeg heeft voor zijn mond, Leeft zelden vrolijk en gezond.
KLAARTJE en KEETJE.
KLAARTJE.
Altoos werken, altoos lezen, Dat moet wel verdrietig wezen: Is het daarom dat men leeft? Lustig Keetje! nu aan 't spelen; Ach! de tijd moet u verveelen Dien gij aan uw meesters geeft.
KEETJE.
Nooit te werken, nooit te lezen, Altoos in den tuin te wezen, Is het daarom dat men leeft? Klaartje lief, hou op met spelen; Ach! de tijd moet u verveelen, Dien gij aan uw poppen geeft.
KLAARTJE.
Somtijds spelen, somtijds lezen, Dat zal wel het beste wezen, Keetje lief! kom speel met mij.
KEETJE.
't Zal dan zeker u verveelen, Op te houden van het spelen: Leer nu eerst, dan spelen wij.
Ter nauwer nood had Keetje dit gezegd, Of Klaartje had, beschaamd, haar poppen weggelegd.