HET KINDERLIJK GELUK.
Reading edition
Ik ben een kind, Van God bemind, En tot geluk geschapen. Zijn liefde is groot; 'k Heb speelgoed, kleedren, melk en brood, Een wieg om in te slapen.
Ik leef gerust; Ik leer met lust; Ik weet nog van geen zorgen. Van 't speelen moe, Sluit ik mijn oogjens 's avonds toe, En slaap tot aan den morgen.
Geloofd zij God Voor 't ruim genot Van zo veel gunstbewijzen! Mijn hart en mond Zal hem, in elken morgenstond, En elken avond prijzen.