DE VERKEERDE VREES.
Reading edition
Keesje zag eens Joden loopen, Om wat ouds! wat ouds! te koopen: Hij werd bang, ja bleek van schrik; Hij kroop weg, en ging aan 't huilen. Pietje spotte met dat schuilen; En zei lagchend: doe als ik!
Kees zei: zoudt gij niet ontstellen, Als gij hun eens aan zaagt bellen? Neen ik tog, zei Pietje toen: Waarom zou ik altoos vreezen? Men behoeft slegts bang te weezen, Als men voorneemt kwaad te doen.