DE WAARE VRIENDSCHAP.
Reading edition
Een vriend, die mij mijn feilen toont; Gestreng bestraft, en nooit verschoont, Heeft op mijn hart een groot vermogen; Maar 't laag gemoed, dat altoos vleit, Verdenk ik van baatzugtigheid, Ik kan zijn bijzijn niet gedogen. Die zelden prijst, spreekt vriendentaal. Die altoos vleit, liegt menigmaal.