← Table of contents
Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen

DE KLEINE ZANGSTER.

Reading edition

AVONDLIED.

Het licht der zon Begon Alreê te kwijnen; De maan Ving aan Zo schoon als ooit te schijnen; Toen lieve Cris, Een meid, naar 'k gis, Van agt of negen jaren, Haar kleine citer nam, En hupplend bij mij kwam; Zij paarde lagchend stem en snaren; En zong het vrolijk avondlied, Dat gij hier uitgeschreven ziet.

De zon moog haar stralen In 't westen doen dalen, Dit geeft mij geen smart: God heeft ook geschapen Den nagt om te slapen, Dies looft Hem mijn hart.

Hoe donker 't mag wezen, 'k Behoef niet te vreezen In 't holst van den nagt. God zal voor mij zorgen, Tot dat mij de morgen Weêr vrolijk verwagt.

Geen leed zal mij naken: God wil mij bewaken, Al ben ik een kind. God toont, door mij 't leven En voedsel te geven, Hoe Hij me bemint.

Het starrengeflonker Vervrolijkt het donker; De lichtende maan Begint op de weiden Haar glanssen te spreiden, En speelt door de blaên.

Al ziet men geen kleuren, Men wordt tog door geuren Verkwikt waar men gaat, 'k Hoor zelfs in seringen Den nagtegaal zingen, En 't kwarteltje slaat.

Mag ik u verhoogen, Dan sluit ik mijne oogen Gerust, o mijn God! U eere te geven, En dankbaar te leven, Is 't zaligste lot.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings