DE VEGTENDE JONGENS.
Reading edition
GIJSJE.
Laat ons dezen twist beslegten, Door eens moedig saam te vegten!
KLAASJE.
'k Wil niet; 'k heb geen lust in slaan; Maar laat ons naar Vader gaan; 'k Wil u niet verongelijken; Vader mag het vonnis strijken.
GIJSJE.
Laffe jongen, zonder moed!
KLAASJE.
O! bedenk eerst watge doet.
GIJSJE.
'k Vat u aanstonds bij de kleêren:
KLAASJE.
Wagt u, 'k zou mij dan verweeren; 'k Ben zo min bevreesd als gij.
GIJSJE.
Is dat waar, kom dan ter zij!
KLAASJE.
Neen: daar zal ik mij voor wagten; Maar uw dreigen hier veragten. Ha! geen dwaasheid is zo groot, Dan te vegten zonder nood.
Hier werden zij gestoord. Papa lief had het juist gehoord. Hij die een krijgsman was, en dikwijls in zijn leven Van zijn beleid en moed veel proeven had gegeven, Zei: 't is de beste held; hij heeft den grootsten moed; Die dapper vegten kan, maar 't nooit onnoodig doet.