HET GEWETEN.
Reading edition
Nooit heb ik meer vermaak, dan als ik mijnen pligt Blijmoedig heb verrigt. Dan smaakt het eeten best; dan kan ik vrolijk springen; En blijde liedjes zingen; Maar ben ik traag of stout, dan ben ik niet gerust; Dan heb ik geenen lust In spijs, in drank, of spel; dan wordt mij door 't geweten Geduuriglijk verweten, Dat ik een slegtaart ben, en dat ik nooit een man, Zoo doende, worden kan.