Inhoud.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Inleiding IX
I. Het tijdperk der goden 1
II. Helden en Krijgslieden 18
III. De Bamboesnijder en het maanmeisje 46
IV. Legenden omtrent Buddha 61
V. Legenden omtrent vossen 74
VI. Jizō, de god van Kinderen 85
VII. De Legende in de Japansche Kunst 93
VIII. De Gelieven, die elkander alleen bij helderen hemel bezoeken, en het kleed van veeren 108
IX. Legenden van den berg Fuji 112
X. Klokken 123
XI. Yuki-Onna, de Sneeuwvrouw 133
XII. Bloemen en Tuinen 138
XIII. Boomen 159
XIV. Spiegels 175
XV. Kwannon en Benten. Daikoku, Ebisu en Hotei 184
XVI. Poppen en Vlinders 199
XVII. Feestdagen 205
XVIII. De Lantaarn met Pioenrozen 214
XIX. Kōbō Daishi, Nichiren en Shōdō Shonin 221
XX. Waaiers 230
XXI. Donder 238
XXII. Dierenlegenden 243
XXIII. Legenden omtrent Vogels en Insecten 265
XXIV. Over thee 279
XXV. Legenden uit de Spokenwereld 289
XXVI. Drie Meisjes 302
XXVII. Legenden van de Zee 312
XXVIII. Bijgeloof 332
XXIX. Bovennatuurlijke Wezens 341
XXX. De Gedaanteverwisseling van Issunboshi, en Kintaro, de gouden knaap 355
XXXI. Legenden van verschillenden aard 361
Goden en Godinnen 371
Register der eigennamen 376