← Table of contents
Het Leven der Dieren: Deel 3.8, De Stekelhuidigen, Plantdieren en Sponsen

DE ZEEËGELS (Echinoidea).

Reading edition

De Zeeëgels vormen de omvangrijkste klasse van de Stekelhuidigen, niet zoozeer wegens het aantal bekende levende soorten, hoewel dit door de ontdekkingen van den laatsten tijd, vooral door het onderzoek van diepe zeeën, tot ver boven de 300 gestegen is, maar vooral wegens het groot aantal fossiele vormen, dat minstens 2000 bedraagt. Deze dieren doen den naam van de klasse en van de hoofdafdeeling eer aan. Vooral geldt dit van die, welke tot de orde der Regelmatige Zeeëgels of Zeeappels behooren (Regulares) en zich kenmerken door een appelvormige (zelden elliptische) gedaante, door den vertikalen stand van de lichaamsas, die zich van de mondopening, in ’t middenpunt van ’t benedenvlak, tot de aarsopening aan den top van ’t bovenvlak uitstrekt, door de band- (niet blad-) vormige gedaante der tusschen beide polen gelegen ambulacra en door de goed ontwikkelde kaken. Het bij alle Zeeëgels aanwezige, uit 4-, 5-, of 6-zijdige platen samengestelde huidskelet vertoont bij de genoemde orde in ’t midden van het benedenvlak een groote opening, die, op den mond na, met een meestal zachte (bij de Cidariden kalkplaatjes vormende) huid (peristoom) gevuld is. Bij de andere orden is de bedoelde opening veel kleiner. Bij een Zeeappel, die van de stekels beroofd is, kan men duidelijk 10 meridiaansgewijs geplaatste velden onderscheiden; 5 zoogenaamde interambulacraalvelden, uitsluitend bestaande uit plaatjes, die (al of niet doorboorde) knobbels dragen, waaraan de stekels vastgehecht zijn geweest, en 5 hiermede afwisselende ambulacraalvelden, welker plaatjes ten deele openingen vertoonen voor het uitsteken der pootjes. Elke stekel is aan de basis omgeven door een scheede, die vele spiervezels bevat, waardoor de stekel in alle richtingen bewogen kan worden. Bij een levenden Zeeëgel, die zich in zijn element bevindt, merkt men zeer spoedig op, dat de stekels volstrekt niet uitsluitend ter verdediging, maar ook als pooten of stelten tot steun en zelfs als armen tot het grijpen en verplaatsen van voorwerpen dienen. Met het ongewapende oog ziet men overal tusschen de stekels kleine, twee- of driewangige tangen op beweegbare steelen (pedicellariën); zij grijpen de uitwerpselen, die als kleine kluitjes het lichaam verlaten en van de eene tang op de andere overgaande, weldra voorbij de bolle zijde van de schelp komen, waar het dier ze kan laten vallen zonder gevaar te loopen zich te bevuilen. Bovendien vangen de pedicellariën de diertjes, die zich in hun nabijheid tusschen de stekels bevinden, en zijn daarom vooral in de omgeving van den mond zeer talrijk; om beter voor de jacht te kunnen dienen staan zij dikwijls met kleine gifklieren in gemeenschap.

Over de beteekenis van eenige andere organen verkeert men nog in twijfel; men kent o.a. nog niet de verrichting van de 5 roode vlekjes op de 5 platen, die de rugpool omgeven: afgaande op de plaats, die zij ten opzichte van de ambulacra en van het zenuwstelsel innemen, zou men ze moeten vergelijken met de oogen der Zeesterren; hoewel zij niet, als deze, geschikt zijn om een beeld te vormen. Echte oogen heeft Diadema setosum: sterk glinsterende, blauwe vlekken van verschillende grootte, die prachtig afsteken bij de zwarte opperhuid.

Huidskelet van den Grooten Zeeappel (Echinus esculentus) na het wegnemen van de stekels der eene lichaamshelft. Ware grootte. Deze aan onze kust zeer zeldzame soort is steenrood of bruinachtig van kleur en heeft korte, witte stekels. Zij kan een middellijn van 15 cM. bereiken.
Huidskelet van den Grooten Zeeappel (Echinus esculentus) na het wegnemen van de stekels der eene lichaamshelft. Ware grootte. Deze aan onze kust zeer zeldzame soort is steenrood of bruinachtig van kleur en heeft korte, witte stekels. Zij kan een middellijn van 15 cM. bereiken.

Huidskelet van den Grooten Zeeappel (Echinus esculentus) na het wegnemen van de stekels der eene lichaamshelft. Ware grootte. Deze aan onze kust zeer zeldzame soort is steenrood of bruinachtig van kleur en heeft korte, witte stekels. Zij kan een middellijn van 15 cM. bereiken.

Van alle Zeeëgels zijn de Zeeappels met het krachtigste kauwtoestel uitgerust. Het bestaat uit 5 driezijdige, bijna piramidevormige „kaken”, van boven verbonden door „beugels” en „spaakjes”, van onderen voorzien van een holte, waarin een gekromde, in een fijne spits eindigende tand stevig bevestigd is en hier vereenigd met den rand van de opening in het vliezige peristoma, die zich vergroot, wanneer de kaken uiteenwijken.

In weerwil van de lange stekels en van het scherpe gebit zijn de Zeeappels alles behalve gevaarlijk.

Deze buitengewoon trage dieren voeden zich, naar het schijnt, hoofdzakelijk met zeegrassen en wieren en de hierop azende kleinere wezens. De Steenborende Zeeappel (Strongylocentrotus lividus), die in de Middellandsche Zee (doch ook aan de west- en noordkust van Frankrijk en de zuidkust van Engeland) op diepten van 0 à 2 vademen, veelvuldig voorkomt, heeft een middellijn van 6 cM. en stekels van 2 cM. Hij bewoont holten in den zeebodem, maar is ook in staat om in het gesteente cirkelronde gaten te boren, die hij gewoonlijk op zulk een wijze verwijdt, dat het hem niet mogelijk is zijn woning te verlaten. Waarschijnlijk verschaft hij zich dan voedsel met behulp van de pedicellariën. De wijfjes verschuilen zich onder schelpen, steentjes, enz., die met de zuigvoetjes en de stekels behendig op den rug gebracht en hier vastgehouden worden. Gedurende den voortplantingstijd, die bijna het geheele jaar door duurt, ziet men bij het openen van deze dieren 5 fraaigele, trosvormige eierstokken, die een zeer smakelijke spijs opleveren. Alleen hierdoor zijn deze en vele andere soorten van Zeeëgels nuttig voor den mensch, vooral voor de bewoners van de Fransche kust van de Middellandsche Zee. Te Marseille worden, naar men zegt, ieder jaar 100000 dozijn van deze dieren ter markt gebracht en voor 20 à 60 centimes per dozijn verkocht. Een verwante, iets grootere soort (Strongylocentrotus Dröbrachiensis) wordt langs alle kusten van het noordelijke deel van den Atlantischen Oceaan en in de IJszee op 0 tot 40 vademen diepte gevonden; zij is de meest gewone Zeeappel van onze stranden. Ook de Kabeljauwen houden veel van Zeeëgels.

Bij verreweg de meeste Zeeëgels zijn de platen van het kalkskelet onbeweeglijk verbonden; een uitzondering op dezen regel vormen de Asthenomosa’s en de Phormosoma’s, die zulk een buigzame huid hebben, dat haar lichaam boven water zich afplat en in een rondachtig vijfhoekige schijf verandert.

Een tweede orde is die der Zeeschilden (Clypeastroidea), zoo genoemd wegens hun vorm: hoewel verscheidene geslachten, o.a. Clypeaster, een tamelijk hoog lichaam hebben, is bij allen de benedenzijde plat, in ’t midden zelfs min of meer uitgehold. De ambulacra blijven tot de bovenzijde beperkt en vormen hier om het topveld, dat bijna geheel door de madreporenplaat ingenomen wordt, meestal een fraaie rozet. Hiertegenover, een weinig vóór het midden van de benedenzijde, bevindt zich de mond, die met een krachtig kauwtoestel gewapend en dikwijls door boogvormige of vertakte groeven in de ambulacraal-velden omgeven is. De aarsopening ligt niet in ’t topveld, maar in het naar achteren gerichte interambulacraalveld bij of onder den achterrand, die hier dikwijls een inham vertoont, waardoor het lichaam van boven gezien hartvormig wordt. Vele zuiver schijfvormige Zeeschilden (Scutellidae) hebben hier en in ’t verlengde van alle of van de achterste ambulacra (soms daarentegen in de interambulacra) een langwerpige opening, die bij eenige aan den rand niet gesloten is.

Kauw-toestel (Lantaren van Aristoteles) van den Steenborenden Zeeappel (Strongylocentrotus lividus). Ware grootte.—a) Het geheele toestel van ter zijde gezien. b, c) Een der kaken: b) van de binnenzijde, c) van boven gezien, d) Kalkring aan den omtrek van het peristoma.
Kauw-toestel (Lantaren van Aristoteles) van den Steenborenden Zeeappel (Strongylocentrotus lividus). Ware grootte.—a) Het geheele toestel van ter zijde gezien. b, c) Een der kaken: b) van de binnenzijde, c) van boven gezien, d) Kalkring aan den omtrek van het peristoma.

Kauw-toestel (Lantaren van Aristoteles) van den Steenborenden Zeeappel (Strongylocentrotus lividus). Ware grootte.—a) Het geheele toestel van ter zijde gezien. b, c) Een der kaken: b) van de binnenzijde, c) van boven gezien, d) Kalkring aan den omtrek van het peristoma.

Nagenoeg alle Zeeschilden bewonen de warme zeeën; de eenige Europeesche soort, die ook in de Noordzee veelvuldig voorkomt—de Gewone Dwergzeeappel (Echinocyamus pusillus)—, vormt een overgang tot de vorige.

Nog duidelijker bilateraal symmetrisch dan de Zeeschilden zijn de niet met een kauwtoestel uitgeruste Zeeklitten (Spatangoidea). Bij de Hartegels (Spatangidae) althans, de belangrijkste familie van deze orde, is de mond niet in ’t midden van het benedenvlak gelegen, maar verder naar voren; de ambulacra aan de bovenzijde vormen een 4-bladig rozet, daar het voorste ambulacrum in den regel een afwijkenden vorm vertoont. Aan den onderrand van het afgeknotte achtereinde bevindt zich de aarsopening. Het huidskelet is dun en broos, met borstelvormige, buigzame, korte stekels bezet. Hartegels vindt men niet slechts in alle zeeën van de warme, maar ook in die van de gematigde en koude luchtstreek. De meeste bewonen diepe zeebodems, waar zij in slib, liever nog in zand, met de als spade dienende vooruitstekende onderlip voren graven en het spijskanaal aanhoudend vullen met aarde; de hierin aanwezige microscopische diertjes en organische afval verschaffen hun voedsel. De Purperen Zeeklit (Spatangus purpureus), 10 cM. lang, 9 cM. breed, 5 cM. hoog, leeft in de Middellandsche Zee en den Atlantischen Oceaan (ook in de Noordzee) op diepten van 10 à 400 vademen. Veelvuldiger ontmoet men hier op 10 à 50 vademen diepte de 4 cM. lange, 3.5 cM. breede Hartvormige Zeeklit (Echinocardium cordatum). Het door haar bewoonde hol is 15 à 20 cM. beneden den zeebodem gelegen en staat door 2 voor den aanvoer en den afvoer van ’t water bestemde kanalen, ter dikte van een penneschacht, met de buitenwereld in gemeenschap.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings