← Table of contents
Het Leven der Dieren: Deel 3.8, De Stekelhuidigen, Plantdieren en Sponsen

DE KALKSPONSEN (Caleispongiae).

Reading edition

Deze afdeeling heeft haren naam ontvangen naar de eigenschap, dat in alle soorten microscopische of ook met het bloote oog zichtbare kalkafzettingen afgescheiden worden, welke het lichaam als een soort van skelet dienen, terwijl zij nu eens onregelmatig door het weefsel verstrooid, dan weder sierlijk bundelsgewijs en op rijen geordend zijn. Deze kalkafscheidingen hebben den vorm van staafjes of naalden of van drie- en vierstralige sterren. Zij vullen de Spons gewoonlijk in zoo’n mate (terwijl de weeke bestanddeelen bovendien zeer gering zijn), dat bij het indrogen de gedaante en de omvang van het lichaam onveranderd blijft en dat de meeste Kalksponsen levend of dood een krijtachtig of gipsachtig voorkomen hebben.

Wij onderscheiden drie hoofdfamiliën:

De Zak-kalksponsen of Ascones zijn eenvoudige of vertakte, gesloten of open cilinders met dunne wanden. Zij zijn dikwijls van zulke zachte en fijne wanden omgeven, dat zij in het water nauwelijks te bemerken zijn en zich alleen door een witachtige schemering verraden. Zeer dikwijls echter vertoonen zij de gedaante van vastere voorwerpen, welke de grootte van een noot of zelfs van een vuist bereiken en dan vallen zij natuurlijk als witte of geelachtige gewassen in het oog. Dit is b.v. het geval met de fraaie Ascelta clothius, bij Napels in de grotten van Posilipp en het eiland Nicita menigvuldig voorkomende.

De Knollen-kalksponsen (Leucones) omvatten die vormen, bij welke zich de wanden der onregelmatig vertakte kanalen onder eene sterke ophooping van kalknaalden verdikken, zoodat er min of meer onregelmatige vormen te voorschijn komen, knollen en kogels, maar ook flesschen en bekers. Tot de sierlijkste en grootere soorten behoort Leucandra penicillata van Groenland.

De schoonste en hoogst ontwikkelden zijn de Cellen-kalksponsen (Sycones). De grondvorm van het enkele dier is een lange beker of een meestal op een steel zittende cilinder, welks dikkere wanden regelmatige kringen van diepe, van de groote centrale holten uitgaande bochten vertoont. De mondopening is nu eens naakt, evenals bij Leucandra, dan weder met een krans van fijne naalden omzet.

1) Knollen-kalkspons (Leucandra penicillata). Nat. gr.—2) Cel-kalkspons (Cycandra ciliata). Vergroot.
1) Knollen-kalkspons (Leucandra penicillata). Nat. gr.—2) Cel-kalkspons (Cycandra ciliata). Vergroot.

1) Knollen-kalkspons (Leucandra penicillata). Nat. gr.—2) Cel-kalkspons (Cycandra ciliata). Vergroot.

Alle Kalksponsen leven in zee. De meeste houden van de duisternis en schuwen het licht. Slechts weinige soorten groeien op plaatsen, die sterker verlicht zijn. De soorten, die zich het liefst vastzetten op rotsen en steenen, vindt men bij voorkeur in holen en grotten aan de zeekust, in rotsspleten en onder steenen. Deze voorliefde voor de duisternis noopt ook vele Kalksponsen zich te vestigen in het binnenste van ledige dierlijke woningen zooals mosselschelpen, slakkenhuisjes, schalen van Zeeëgels, wormkokers enz.

De meeste Kalksponsen behooren thuis in de strandzone tot 2 vademen diepte. Van daar tot eene diepte van 10 vademen is hunne vermindering reeds opvallend; op verdere diepte behooren zij tot de zeldzame verschijningen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings