VII. STAND EN PLAATSING VAN DE BEELDEN.
Reading edition
Somtijds worden er verscheidene van dezelfde figuren op één schild geplaatst. Is 't aantal onbepaald groot, dan luidt de term bestrooid of bezaaid. De beelden, b.v. kruizen, adelaars, leeuwen, lelies zijn dan even groot. Geordineerd heeten de beelden, als het aantal bepaald is; in dit geval is ook de plaats bepaald.
Staat er één beeld op het veld, dan is de plaats in 't midden; de eigen vorm van het beeld geeft dan de richting paalswijs of faaswijs aan. Dus een zwaard staat b.v. in 't midden, paalswijs. Twee beelden staan naast elkaar , in bijzondere gevallen boven elkaar . Drie beelden staan , geschreven 2-1; in bijzondere gevallen of of . Vier beelden staan ; zijn er 5 dan is de rangschikking , geschreven 2-2-1. Soms ook (1-3-1) of (2-1-2) in den vorm van het Andreaskruis. Zes beelden staan en zeven . De plaatsing is dus geordineerd door den schildvorm.












Vergezeld noemt men een groot beeld, waaromheen kleinere zijn gerangschikt. Zie b.v. fig. 153 en 313. Belegd is b.v. een paal, waarop sterren zijn aangebracht. Verder kunnen de beelden, indien er meer dan één is geplaatst op het veld, zijn o. a. afgewend, tegengekeerd, gelijkgewend, etc.
