← Table of contents
Heraldiek

V. HERALDISCHE BIJTEEKENS OF BREUKEN.

Reading edition

Alleen de oudste zoon van het huis is gerechtigd het oorspronkelijke wapen te dragen, en alle jongere zoons en takken van een huis zijn genoodzaakt het op kenbare wijze te wijzigen. Deze verandering in het wapen geschiedde door kenteekenen, die bijteekens of meestal breuken worden genaamd. Deze veranderingen geschiedden door:

1. Kleur. De kleuren van de stukken werden gewisseld of vervangen door andere. Is b.v. het volle wapen een roode leeuw op gouden grond, dan kan b.v. een zijlinie van het geslacht voeren een gouden leeuw op rooden grond, of zelfs een zwarten leeuw op zilveren grond.

2. Door verandering in den stand van het stuk; b.v. een klimmende leeuw kan gewijzigd worden in een staanden leeuw, terwijl de kleuren dezelfde blijven.

3. Vermeerdering van het aantal stukken. B.v. als de hoofdstam drie lelies voert, kan een zijtak er vijf voeren.

4. Weglating of verplaatsing van de stukken.

5. Verdeeling van het schild.

Een voorbeeld van toegevoegd stuk is de barensteel (fig. 142); dit is een horizontale balk met 3 tot 9 vertikaal afhangende verkorte palen. Deze vertikale gedeelten waren oorspronkelijk rechthoekig, later werden ze verfraaid en schuin en zwaluwstaartvormig afgesneden. Ze is over het bestaande stuk of over de bestaande stukken aangebracht, en wordt ook tournooikraag genoemd. Vorstelijke personen breken tegenwoordig uitsluitend met den barensteel, terwijl van de niet vorstelijke personen alleen de oudste zoon den barensteel voert. Alle andere familieleden voegen ter onderscheiding toe b.v. een ster, een halve maan, een ring, een roos, een lelie, boordsel. Dit is wel de beste manier, omdat de andere wijzen van breken aan het euvel mank gaan, dat b.v. de kleur niet karakteristiek meer kan gewijzigd worden bij een talrijke familie, of dat bij een groot aantal figuren een toevoeging of weglating van een zelfde figuur niet spoedig in 't oog valt.

De plaats van den barensteel is gewoonlijk zwevend in het schildhoofd, op de eereplaats even boven het hart of rakend aan den bovenrand van het schild. De kleur wijkt af van de schildkleur, doch is, evenals alle andere bijteekens, niet gebonden aan de heraldische wetten ten opzichte van kleur op metaal en omgekeerd. Er bestaan b.v. ook gekleurde barensteelen op gekleurde schilden.

Fig. 140 geeft den bastaardbalk, als teeken van onechte geboorte. Men verwarre dezen balk vooral niet met den familiebalk, die in tegenovergestelde richting loopt, n.l. van rechts boven naar links onder, en die door zij- of jongere takken wordt gevoerd, b.v. verre bloedverwanten of neven van den drager van het wapen.

Meestal wordt de bastaardbalk echter klein en verkort gedragen, omdat niemand er prijs op stelde te toonen dat hij buitenechtelijk geboren was. Bovendien werd de bastaardbalk ook wel versierd om hem zooveel mogelijk onkenbaar te maken. De plaats van den bastaardbalk is steeds in het hart van het schild.

In Engeland geldt nog heden de volgende heraldische regel.

De oudste zoon voert bij het leven zijns vaders den barensteel, de tweede zoon een halve maan, de derde een 5-stralige ster, de vierde een maarle, de vijfde een ring, de zesde een lelie, de zevende een vijfbladige roos, de achtste een ankerkruis, de negende een dubbel vierblad. Zoover wordt deze regeling doorgevoerd, dat de oudste zoon van den tweeden zoon een barensteel droeg op een halve maan, en de vierde zoon van den zevenden zoon een maarle op een 5 bladige roos.

In Duitschland bepaalde men zich gewoonlijk tot verandering van kleur of verandering van het heele kleinood.

Decoratieve illustratie
Decoratieve illustratie
Decoratieve illustratie
Decoratieve illustratie
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings