DE SCHILDINDEELING II.
Reading edition
In de heraldiek beteekenen de namen „links” en „rechts” juist het omgekeerde van dat, wat er in het dagelijks leven mee bedoeld wordt.
Men is n.l. gewoon de woorden rechts en links te laten slaan op den drager van het schild en niet op den beschouwer. Bij de beschrijving van een schild heeft men zich dus in te denken, dat men achter het schild staat en dit voor de borst draagt.

In fig. 31 is dus de zijde A.B. de rechterkant, en de zijde D.C. de linkerkant van het schild, terwijl natuurlijk A.D. en B.C. de bovenkant en de onderkant blijven.
Door indeeling van het schild door lijnen ontstaan velden, ook kwartieren genaamd.
In Fig. 31 is het schild verdeeld in 9 kwartieren.
No's 1, 4 en 7 vormen den rechterpaal.
2, 5 en 8 „ „ paal.
3, 6 en 9 „ „ linkerpaal.
1, 2 en 3 „ „ hoofdbalk of hoofd.
4, 5 en 6 „ „ balk of faas.
7, 8 en 9 „ „ onderbalk of voet.
A.B. is de rechterflank
D.C. is de linkerflank.
Voorts heeft ieder der 9 kwartieren een eigen naam, n.l.:
1 = rechterhoofd of rechterkanton
2 = middenhoofd
3 = linkerhoofd of linkerkanton
4 en 6 = rechter- en linkerflank
5 = hart.
7 = rechter punt,
8 = punt of voet,
9 = linker punt.
Bij de omschrijving van de wapens, blasoeneeren genoemd, wat gewoonlijk geschiedt in heraldische terminologie, worden de voornaamste plaatsen van het schild het eerst genoemd. De voornaamste plaats is het hart. Vervolgens zijn de kwartieren boven en rechts in deze volgorde te noemen. Eerst wordt dus het hart, en daarna de rand beschreven. Als eereplaats geldt kwartier 1.
Het aantal kwartieren, waarin een schild wordt verdeeld is verschillend. Het meest voorkomend is de kwartilleering, fig. 40.
Ook komen voor schilden met
fig. 44, zes kwartieren en acht kwartieren,
fig. 45, tien kwartieren,
fig. 46, twaalf kwartieren en zestien kwartieren,
fig. 47, twintig kwartieren.

De in de kwartieren geschreven cijfertjes geven de volgorde aan van de blasoeneering.

Verder noemt men de schilden als in
fig. 32, gedeeld,
„ 33, doorsneden,
„ 34, geschuind (boven rechts naar links onder),
„ 35, links geschuind (van boven links naar onderen rechts),
„ 36, dubbel gedeeld,
„ 37, dubbel doorsneden,
„ 38, dubbel geschuind,
„ 39, dubbel links geschuind,
„ 40, gekwartilleerd,
„ 41, schuin gekwartilleerd,
„ 42, gegeerd.
Dikwijls komt het voor, dat juist op het hart van het schild een kleiner schild, juist van den vorm van het groote, is geplaatst. Het groote schild noemt men dan hoofd- of rugschild; het kleine schild wordt hartschild genoemd. Is er juist tusschen deze twee schilden een derde geplaatst, dan noemt men dit het middenschild (fig. 43).
Meer dan drie op elkaar geplaatste schilden komen niet voor.
Het gedeelde schild, dat ook veel voorkomt, symboliseerde b.v. de vereeniging van twee geslachten; het wapen van den man werd dan rechts, het wapen van de vrouw links geplaatst.
Niet altijd geschiedt de indeeling van het schild volgens rechte lijnen; ook gebroken en gebogen lijnen vinden bij de verdeeling hun toepassing. De voornaamste lijnen zijn:

fig. 48 de gekanteelde lijn (getinneerde),
„ 49 de schuin gekanteelde lijn,
„ 50 de gegolfde lijn,
„ 51 de tanden lijn,
„ 52 de hoekige lijn (groote tanden),
„ 53 de zigzag lijn (3 groote tanden),
„ 54 de geschulpte lijn,
„ 55 de uitgeschulpte lijn,
„ 56 de wolklijn.
