IV. Herautsstukken.
Reading edition
De heraldische figuren, waarmede het schild versierd werd, waren gewoonlijk direct op 't schild geverfd; soms ook waren ze verkregen door de figuren uit te knippen van stijf gemaakt of gepapt linnen, dat zoodanig op 't schild werd vastgehecht, dat relief ontstond. Vooral de Middeleeuwsche schildververs te Keulen en Maastricht waren beroemd.
In de heraldische terminologie noemt men het aanbrengen van figuren op het schild: „'t schild beladen met figuren”. Men heeft nu twee hoofdgroepen van figuren, waarmede een schild kan zijn beladen, n.l. heraldische stukken, herauts- of heroldstukken genaamd, en heraldische beelden of gewone figuren, die ontleend zijn aan het plant-, dier-, of delfstoffenrijk.
De belading van de schilden met herautsstukken is voor den decorateur zeker minder interessant dan de belading met de gewone figuren; evenwel, ze is even belangrijk en kennis ervan is noodzakelijk voor hem, die heraldische versieringen heeft te maken.
Onder de „stukken” rangschikt men alle figuren, die hun begrenzing hebben in de randen van het schild zelf. Het zijn geometrische figuren, die ontstaan zijn door geometrische indeeling van rechte en gebogen lijnen, die raken aan den schildrand, en die dus het geheele veld verdeelen. De gewone figuren daarentegen zijn steeds vrij van den schildrand. Zoodat een „kruis” kan zijn een herautsstuk, maar ook een gewoon figuur. Het aantal herautsstukken is onbegrensd. Wij zullen hier alleen de meest voorkomende en de mooiste behandelen, ook al komen de laatste niet zooveel voor.
Tot de herautsstukken behooren ook de in de Nederlandsche heraldiek niet voorkomende onverdeelde schilden, dus een schild b.v. uitsluitend van goud, zilver, azuur, keel, etc. Daar de bespreking van de herautsstukken overigens het best gaat met behulp van afbeeldingen, zullen we eenvoudig een serie hiervan blasoeneeren, waarbij dus, zoo als 't behoort, rechtsboven het eerst wordt genoemd.
A. Herautsstukken, ontstaan door uitsluitend verticale indeeling. (Het schild is gespleten of gepaald).
Hierbij wordt een veld genoemd naar het aantal lijnen dat de splijting bewerkstelligt, b.v. is het schild drie maal gespleten, dan zijn er 3 splijtlijnen die het schild in 4 velden splijten. Bij een even getal splijtlijnen gebruikt men het woord paal, zoodanig, dat b.v. een door 6 lijnen gespleten schild, dat dus zes maal gespleten is, wordt benoemd naar de helft van 't aantal splijtlijnen in verband met de paal: dus een zesmaal gespleten schild is beladen met drie palen; een viermaal gespleten schild is beladen met twee palen, etc. Verder kan een paal voorkomen uitgebogen naar rechts of uitgebogen naar links; verkort naar het hoofd of naar den voet en gepunt naar het hoofd of naar den voet.
De blasoeneering van de schilden is dus als volgt:

fig. 74. Gespleten, zwart en zilver.
fig. 75. Op blauw een zilveren paal.
fig. 76. Driemaal gespleten rood en goud.
fig. 77. Een roode rechterpaal op zilver.
fig. 78. In zilver een zwarte staaf.
fig. 79. In zilver twee roode palen.
fig. 80. Vijfvoudig gespleten zilver en groen.
fig. 81. Op goud een roode gepunte paal.
fig. 82. In zilver een tweelingpaal van zwart.
Deze laatste is ontstaan door op een zwarten paal een smalleren aan te brengen van de kleur van het veld.
B. Herautsstukken, ontstaan door uitsluitend horizontale indeeling. (Het schild is gedeeld of gefaast).

fig. 83. Gedeeld van zilver en rood.
fig. 84. In zwart twee gouden balken.
fig. 85. In zilver een roode balk.
fig. 86. Een blauw hoofd op goud.
fig. 87. Op zilver een zwarte band.
fig. 88. Groen met zilveren punt.
fig. 89. Vijfmaal gedeeld, zwart en zilver.
fig. 90. Driemaal gedeeld zilver en rood.
fig. 91. Op zilver een roode voet.
C. Herautsstukken, ontstaan door indeeling, uitsluitend van horizontale en vertikale rechte lijnen gecombineerd.

fig. 92. Gekwartileerd (gevierendeeld) van goud en blauw.
fig. 93. Gespleten en halfgedeeld van zilver, blauw en goud.
fig. 94. Half gespleten en gedeeld, van zwart en rood, boven zilver.
fig. 95. Gedeeld en tweemaal gespleten, blauw en zilver.
fig. 96. Gespleten en driemaal gedeeld, rood en zilver.
fig. 97. Geschaakt in negen velden, zwart en zilver.
fig. 98. Geschaakt, zwart en zilver. Indien het schaakbord ontstaat door vele splijt- en deellijnen, wordt het aantal velden niet genoemd.
fig. 99. Gekwartileerd; goud met in blauw en zilver gespleten tweede kwartier en in zilver en blauw gespleten derde kwartier.
fig. 100. Blauw, met verschoven zilveren paal.
Verscheidene van deze herautsstukken komen in de Nederlandsche heraldiek niet voor, terwijl wij ook geen afzonderlijke benamingen ervoor hebben. Dit laatste vindt zijn oorzaak in 't feit, dat bij de blasoeneering meestal de Fransche taal werd gebruikt.

fig. 101. Gespleten, viermaal gedeeld goud en blauw.
fig. 102. Een zilveren vrij kwartier op zwart. Is dit vrije kwartier klein, dan spreekt men van kanton.
fig. 103. In blauw een gouden kanton.
fig. 104. In rood een zilveren kruis.
fig. 105. In zilver een zwarte getinneerde punt.
fig. 106. Trapvormig, schuins gedeeld blauw en zilver.
fig. 107. Getinneerde balk, rood en zilver.
fig. 108. Met één rechte trede gedeeld, zilver en rood.
fig. 109. Driemaal gespleten van zilver en zwart, en driemaal half gedeeld van rood en goud.
Zooals we vroeger zagen is fig. 104 een herautsstuk, omdat het kruis de randen van het schild tot grens heeft.
Ook bij deze figuren zijn er, die weinig voorkomen; evenwel, volledigheidshalve hebben we ze besproken. Bovendien hebben ze hun nut, omdat men door deze verschillende voorbeelden tevens leert beschrijven.
D. Overige Herautsstukken.

fig. 110. Geschuind van goud en groen.
fig. 111. Links geschuind van zilver en blauw.
fig. 112. Een rechter geschuind hoofd, van zwart en goud.
fig. 113. In zilver een schuine linker voet van rood.
fig. 114. Op rood een gouden band.
fig. 115. Gebaard, van 6 stukken, blauw en zilver.
fig. 116. Vijfmaal schuinslinks gedeeld van rood en zilver.
fig. 117. Geruit, van blauw en zilver.
fig. 118. Andreaskruis, van zwart en zilver.

fig. 119. Schuin gevierendeeld, van blauw en zilver.
fig. 120. Geschuind en half links geschuind van zilver, rood en goud.
fig. 121. Links geschuind en vijf maal geschuind van zilver en zwart.
fig. 122. Op zilver een zwarte baar.
fig. 123. Rood, met gaffel van zilver.
fig. 124. Op zwart een zilveren keper.
fig. 125. Blauw, zilver gekeperd.
fig. 126. Van zwart met punt (pile) van goud.
fig. 127. Van blauw met punt (pointe) van zilver.

fig. 128. Een gekoust schild, zwart en zilver.
fig. 129. Een gekapt schild, zilver en blauw.
fig. 130. Een links omvat veld, van rood en zilver.
fig. 131. Een schild met turven (boven) en blokken (onder).
fig. 132. Van zilver, met latwerk van blauw.
fig. 133. Bekleed schild van zwart en zilver.
fig. 134. Schild met boordsel; groen met boordsel van zilver.
fig. 135. Schild met zoom.
fig. 136. Schild met flanken, blauw en zilver.

fig. 137. Rood, met zilveren geer.
fig. 138. Spits geruit van blauw en zilver.
fig. 139. Van zwart met een zilveren punt, bandswijs van uit den linker benedenhoek.
fig. 140. Van zilver, met dubbel getinneerde faas van rood en bastaard balk van zwart over alles.
fig. 141. Een schild met besnoeide baar.
fig. 142. Een gouden schild met barensteel in 't hoofd.
fig. 143. Faaswijs gegolfd, rood en zilver.
fig. 144. Spiraalvormig gedeeld van blauw en goud.
fig. 145. Schuin gekwartileerd volgens een klaverblad, zilver en zwart.

fig. 146. Wapen van Utrecht. Geschuind van zilver en rood. Tevens voorbeeld van damast.
fig. 147. fig. 148.
}
Een tweetal cartouche-wapens, evenals fig. 146 herautsstukken. Fig. 147 is het wapen van
Artois
, onder
Karel van Bourgondië
.
fig. 149. Wapen van Oldenburg. Herautsstuk, in goud twee roode balken.

