← Table of contents
De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2

Van het nieuws, dat Gil Blas vernam, en dat voor hem was als een bliksemslag.

Reading edition

Ik ging eten in mijn restauratie, waar ik twee heeren ontmoette, met wie ik mij aangenaam onderhield tot het tijd was, om naar den schouwburg te gaan. Hoewel ik alle redenen had voor een opgewekte stemming, voelde ik mij toch gedrukt en ik kon mij daartegen niet verzetten.

Laat men toch nooit zeggen, dat wij geen voorgevoel kunnen hebben van de ongelukken, die ons dreigen!

Toen ik den foyer binnenkwam, riep Melchior Zapata mij. Hij bracht mij in een afzonderlijk kamertje en zei: “Mijnheer, ik acht het mijn plicht u een zeer gewichtigen raad te geven. Ge weet, dat de markies de Marialva eerst verliefd was op Narcissa, mijn echtgenoote, maar dat Estelle hem tot zich wist te trekken. Ge kunt wel begrijpen, dat een actrice zulk een prooi niet zonder spijt verliest. Mijn vrouw zocht dan ook naar middelen, om zich te wreken en ongelukkig voor u heeft ze nu een goede gelegenheid. Ge herinnert u, dat we gisteren allen kwamen toeloopen om u te zien. Welnu, de onder-kaarsensnuiter kent u en zegt, dat het niet waar is, dat ge de broeder van Estelle zijt. Dat gerucht is gisteren Narcissa ter oore gekomen, die dadelijk den man nader heeft ondervraagd. Hij zegt, dat hij u gekend heeft toen ge de bediende bij Arsénia waart en dat Estelle onder den naam van Laura daar ook in dienst was. Indien ge werkelijk de broer van Estelle niet zijt, dan raad ik u als vriend aan, om voor uw veiligheid te zorgen. Mijn vrouw, die zeer verheugd is over die ontdekking, heeft het plan haar mee te deelen aan den markies, die vanavond in den schouwburg komt. Ze vraagt echter slechts één slachtoffer en heeft mij toegestaan u te waarschuwen, zoodat ge door te vluchten een ongeluk kunt voorkomen.”

De man zag wel aan mijn verschrikt gezicht, dat er geen reden bestond om de waarheid van de woorden van den kaarsensnuiter in twijfel te trekken. Ik bedankte hem voor zijn waarschuwing en besloot zijn raad op te volgen. Ik ging niet naar Laura, omdat ik begreep, dat zij actrice genoeg was om zich uit die moeilijkheid te redden, maar dat het voor mij in ieder geval verkeerd zou afloopen. In een oogenblik had ik mijn koffer uit huis gehaald en naar een koetsier gebracht, die den volgenden morgen om drie uur naar Tolédo zou vertrekken. Ik wenschte, dat ik reeds bij den graaf de Polan was, wiens huis de eenig veilige schuilplaats voor mij scheen. Maar ik was zoo ver nog niet en kon er niet anders dan met schrik aan denken, dat ik nog zoolang in een stad moest blijven, waar ik vreesde, dat men mij dadelijk was gaan zoeken. Ik durfde nauwelijks te gaan soupeeren en onderzocht met verschrikte blikken alle personen, die de zaal binnenkwamen. Daarna ging ik naar den koetsier en wierp mij tot het uur van vertrek op het stroo.

Mijn geduld werd op een zware proef gesteld; duizend onaangename gedachten kwamen in mij op. Wanneer ik een oogenblik insliep, zag ik den markies de schoone Laura vermoorden en hem alles vernielen, of wel ik hoorde, dat hij zijn knechts last gaf mij met stokken dood te slaan. Ik werd met een schok wakker en hoewel dat anders heerlijk is na een benauwden droom, was het nu nog afschuwelijker dan de droom zelf. Gelukkig kwam de koetsier mij eindelijk waarschuwen, dat hij klaar was.

Naarmate wij ons van Granada verwijderden, werd mijn geest rustiger. Ik begon gesprekken met den koetsier en lachte om de verhalen, die hij mij deed.

Na een reis van drie dagen kwamen wij in Tolédo aan. Mijn eerste zorg was, om te informeeren naar het huis van den graaf de Polan, bij wien ik ongetwijfeld welkom zou zijn. Maar ongelukkigerwijs vertelde de concierge mij, dat zijn meester den vorigen avond op reis was gegaan naar het kasteel de Leyva, nadat men hem had bericht, dat Séraphine gevaarlijk ziek was.

Wat moest ik toen verder in Tolédo doen? Daar ik zoo dicht bij Madrid was, besloot ik daarheen te gaan. Misschien kon ik wel een betrekking krijgen aan het hof; ik had wel eens hooren zeggen, dat men geen buitengewoon begaafd mensch behoefde te zijn, om daar vooruit te komen.

De fortuin geleidde mij en deed mij een grooter rol spelen, dan ik tot nu toe had gedaan.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings