De Olympische spelen.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Een gezicht op Olympia.
Er was ééne zaak, waarin de Grieksche natie één geheel vormde, en wel in de spelen, waarop wij reeds vroeger de aandacht vestigden, en waaraan niemand kon deel nemen, die niet tot de Grieksche natie behoorde. De meest bekende spelen waren die te Olympia in Elis. Onder alle veranderingen in de verschillende staten waren deze in stand gebleven, en zij werden als iets zóó heiligs beschouwd, dat, hoe heftig twee Grieksche stammen elkander ook mochten bestrijden, er altijd een wapenstilstand was in den tijd, dat de Olympische spelen duurden en in de dagen, die voor de heenreis en de terugreis werden toegestaan. Geen Griek, die de reis kon bekostigen en om zijn gezondheid daartoe in staat was, zou er aan denken, van de Olympische spelen weg te blijven; en de wegen naar Olympia moeten gedurende een tweetal weken vóór en na het begin van den zomer, in welke dagen de feesten werden gevierd, een allermerkwaardigst en belangwekkend schouwspel hebben opgeleverd.

De Tempel te Olympia.

De Worstelaars.
(Naar een standbeeld in de Uffiziën te Florence.)
Stel u den eersten dag der feesten voor! Elke der verschillende staten had vertegenwoordigers gezonden, en die afgevaardigden droegen hun kostbaarste gewaden en reden in de prachtigste wagens, die beschikbaar waren. De Grieken hadden zóóveel genot in optochten, dat er zeker wel een optocht zal geweest zijn, en daarna zoo goed als zeker een plechtige offerdienst aan Zeus. Dan kwam nog de belangrijke taak, zich er van te vergewissen, dat zij, die aan de spelen wenschten deel te nemen, het recht hadden dit te doen. Niet alleen de athleten, maar ook de scheidsrechters en oefenaars moesten een eed afleggen, dat zij vrij geboren Grieken waren met onvermengd bloed, en dat zij de regels van het spel in ieder opzicht zouden in acht nemen. Zelfs al hadden zij dien eed afgelegd, moesten zij nog hun burgerschap bewijzen, en de athleten moesten aantoonen, dat zij de regels hadden gevolgd, die voor het dieet en de oefening waren vastgesteld. Met dit alles was een geheele dag gemoeid van des morgens vroeg tot des avonds laat. De volgende dagen—drie en misschien meer—waren voor de wedstrijden bestemd. De spelen bestonden uit wedloopen, worstelen, vuistvechten, springen, het werpen van schijven, en het slingeren van werpspiesen. En ten slotte had men nog de beroemde wedstrijden van met vier paarden bespannen wagens. Als het oogenblik gekomen was, werd zoo luid mogelijk op de trompetten geblazen, de slagboomen vielen, en de paarden stormden vooruit, terwijl de menigte luide kreten aanhief, en in woeste opgewondenheid jubelde.

Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.
(De overwinnaar te paard wordt voorafgegaan door den heraut, die den naam van den overwinnaar uitroept. Achteraan loopt de man, die op zijn hoofd den prijs, een drievoet, draagt, en in zijn hand een krans.)

De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.
De vijfde dag was aan de overwinnaars gewijd. Een knaap werd naar het heilige boschje gezonden, om met een gouden mes takken van een wilden olijfboom af te snijden. Daarvan werden kransen vervaardigd, die aan de overwinnaars werden aangeboden. Het was het meest trotsche oogenblik in het leven van een man, als de heraut zijn naam uitriep, dien van zijn vader en dien van zijn geboortestad, en als hij dan naar voren trad om zijn kroon in ontvangst te nemen. De menigte juichte hem uitbundig toe, en hij vergat de lange, vermoeiende en vervelende dagen, dat hij zich had moeten oefenen, terwijl hij uitsluitend aan den door hem verworven roem dacht.

De Wedloop over Tweehonderd Meters.
De olijfkrans was op zich zelf reeds belooning genoeg, maar er waren nog een aantal andere eerbewijzen, die den gelukkigen drager van den krans wachtten. Gewoonlijk bracht hij een offer aan Zeus, en al zijn landgenooten, die te Olympia tegenwoordig waren, namen daaraan met groote ingenomenheid deel, daar hij hun geboorteland roem had gebracht. Terwijl het offer brandde, liepen zij in een schitterenden optocht om het altaar heen, en zongen zij daarbij in koor lofliederen aan de goden, begeleid door de muziek van fluit en cither. Dit was slechts het begin, want de offerdienst werd gevolgd door tallooze feestgelagen. De stad, die bij de spelen den voorrang bekleedde, gaf feesten aan de overwinnaars, en de overwinnaars gaven feesten aan hun vrienden. En zelfs daarmede waren de eerbewijzen niet ten einde, immers dikwijls werd ter eere van den overwinnaar een standbeeld opgericht te Olympia, en ook weleens een tweede standbeeld in zijn woonplaats. Zelfs de terugkeer van een overwinnaar naar zijn geboorteplaats leverde een schitterend schouwspel op. Hij was gekleed in een rijk purperen gewaad, en werd naar zijn woning gebracht in een wagen, door vier witte paarden getrokken. Zijn vrienden en bloedverwanten volgden hem, in hun beste kleeren gestoken; en daarop volgde een troep volk, zingend en juichend, zoo luid dit maar mogelijk was.

De Olympische wedloopen.
Zoodra zij voor de muren gekomen waren, hield de optocht stand. “Waartoe zijn er muren noodig ter verdediging van een stad, die zoo voortreffelijke mannen heeft?” riep het volk; en dan werd een stuk van den stadsmuur neergehaald, en vlogen de vier witte paarden over de puinhoopen heen. Natuurlijk volgden ook daar weer feestgelagen, en werd dikwijls een milde gift in goud en zilver geschonken. De wijsgeeren uit die dagen herinnerden de burgers er dikwijls aan, dat die overwinnaars in de spelen voor de stad weinig waard waren. “In vredestijd zijn zij niets waard” zoo zeiden de philosofen, “immers het is niet hun geest, maar hun lichaam, dat geoefend is; en zij zijn niets waard in oorlogstijd, daar hun oefening zóó eenzijdig is, dat zij spoedig zouden bezwijken, als zij zich moesten onderwerpen aan den krijgsdienst.” Toch bleef de vereering der athleten voortduren. In sommige steden gebruikten zij dagelijks het middagmaal ten koste van de stad, en gedurende hun geheele verdere leven werd voor hen een plaats op de voorste rij in de schouwburg vrijgehouden. Met zorgvuldigheid werd hun naam ingeschreven in het register, dat te Olympia werd gehouden, en zoolang zij leefden werden zij geëerd.
De Grieken hechtten zóóveel gewicht aan die spelen, dat zij bijna alle gebeurtenissen daarnaar rekenden; het jaar, dat die spelen werden gevierd en de volgende drie jaren, werden als een Olympiade gerekend. Zoo noemden zij het jaar 776 vóór Christus het eerste jaar der Olympiade; het jaar 770 vóór Christus het derde jaar der tweede Olympiade.
Gedurende langer dan duizend jaar werden die spelen zonder eenige onderbreking gehouden. Hun beteekenis voor het Grieksche leven kan nauwelijks hoog genoeg worden geschat. Zij hadden grooten invloed op den handel, immers waar zoovele duizenden menschen bijeen waren, daar moest heel wat gekocht en verkocht worden. Zij hadden eveneens invloed op de kunst, immers bij die spelen vond de beeldhouwer de schoonste levende modellen. Zij hadden tevens invloed op de zeden en gewoonten van het volk, op hun eerbied voor godsdienstige plechtigheden, en eveneens op hun belangstelling in literatuur en welsprekendheid; immers bij de meeste dier spelen werden ook daarin wedstrijden gehouden. De Grieken werden nooit tot één natie vereenigd; toch droegen de spelen er veel toe bij, dat zij tot de overtuiging kwamen, dat zij een aantal gezamenlijke belangen hadden en dat, indien een volksstam de hulp van een vreemdeling inriep tegen een anderen stam, deze als het ware een verrader van zijn vaderland was.