TWEEDE BOEK. (continued 5)
Hendrik Cornelis Rogge translation
»Een vreemde droom!” sprak Ameni, niet zonder ontroering. »Een vreemde droom! Maar hij verkondigt u goede dingen. De klei, vrouwe Setchem, laat zich kneden. Let daarom wel op hetgeen de goden u aankondigen. De hemelsche goden willen een nieuwen, een beteren zoon, uit den ouden voor u doen geboren worden. Langs welke wegen dit geschieden zal, is mij nog verborgen. Ga nu heen en offer, en vertrouw op de wijze raadsbesluiten van hen, die het leven der wereld en der stervelingen besturen. Nog een anderen raad moet ik u geven. Als Paäker soms berouwvol tot u komt, ontvang hem dan liefderijk en deel het mij mede. Maar blijft hij halsstarrig weigeren zijn wil te buigen, sluit dan uwe vertrekken voor hem, en laat hem zonder afscheid heengaan.”
Toen Setchem zich met een verlicht hart verwijderd had, prevelde Ameni: »Zij zal eene schoone vergoeding ontvangen, voor dien ruwen kerel; zij moet ons echter het wapen, waarmede wij onzen slag willen slaan, niet week maken. Dikwijls heb ik er aan getwijfeld, of droomen wel in staat waren ons de toekomst te voorspellen, maar heden gevoel ik mijn geloof versterkt. Inderdaad, een moederhart ziet meer dan dat van andere menschen.”
Toen Setchem terugkeerde, ontmoette zij bij de poorten van het paleis den wagen van haar zoon. Beiden merkten elkander op, maar keerden het hoofd om; zij konden elkander niet hartelijk en wilden elkander niet vormelijk groeten. Eerst toen de paarden de draagstoeldragers voorbij waren gerend, zag de moeder op naar den zoon, en de zoon om naar zijne moeder. Hunne blikken ontmoetten elkander en beiden gevoelden als een dolksteek in het hart. Aan den avond van denzelfden dag vertrok de gids naar Syrië, nadat hij met den stadhouder gesproken, in het Seti-huis Ameni’s zegen over al zijne ondernemingen ontvangen, en in het graf zijns vaders geofferd had. Juist toen hij den wagen wilde bestijgen, werd hem bericht dat de mattenvlechter, die de mastboomen vóor zijne poort had doorgezaagd, gevangen was.
»Laat hem de oogen uitsteken!” Dit waren de laatste woorden, die hij op zijn erfgoed sprak.
Setchem zag hem lang achterna. Zij had hem een afscheidsgroet geweigerd en bad nu de goden zijn hart te veranderen, en hem te behoeden voor gevaren en booze daden.