← Table of contents
Van Schooljongen tot Koning

De Vooravond van de Kroning.

Reading edition

Het Russische leger komt nader.—Ravenski hernieuwt zijn bedreigingen.—Elizabeth ontvangt een bezoek van den Hertog van Bora.—De drie verraders geknipt.

De toebereidselen tot de kroning waren gereed; de laatste vlaggestok, de laatste eereboog was opgericht; de stad was vroolijk versierd met bloemen en kleurige lampions.

Vreemdelingen en landvolk uit de omgeving liepen bewonderend door de stad, en telkens werd Elizabeth door hun geestdriftige kreten op het balkon geroepen.

De vroolijk-versierde stad vormde een vreemde tegenstelling met de komende onheilen. Elizabeth voelde dat:

“Zoo heeft menige stad er uitgezien aan den vooravond van haar val,” sprak ze bij zichzelf, zich steeds ongeruster makend over de inkomende berichten, en verwonderd, neen beangst door het uitblijven van elke tijding betreffende Felix. Wanneer hij een plan had tot redding van Czernovië, dan was ’t nu tijd dat uit te voeren!

Elk uur brachten koeriers haar tijding aangaande [382] de bewegingen bij de grens. Vroeg in den morgen was het Russische leger opgebroken, het lag nu ongeveer een mijl van de grens. Telkens reden Kozakken, op hun vurige kleine paarden, in galop uit de linie, de Czernovische schildwachten door hun kreten als het ware tot vuren uitlokkend. Op heuveltoppen zag men Russische officieren staan, die door hun kijkers het omliggende terrein waarnamen.

Twee boden, door Elizabeth afgezonden om in het Russisch kamp de reden van dit alles te vragen, waren niet teruggekomen.

Men was in Czernovië gereed. Twaalfduizend man hadden de grensforten en hun tusschenliniën bezet, elk kanon stond gereed de toegangswegen tot Czernovië te bestrijken. De overige achtduizend man moesten in Slavowitz blijven, daar Zabern elk oogenblik gereed wilde zijn het te verwachten oproer te onderdrukken.

Het was een spannende tijd. Vijanden binnen en buiten; een leger, dat in aantal verreweg het eigen overtrof, lag zoo dicht bij de grens, dat elk bij toeval of door kwaadwilligheid afgegaan schot de vijandelijkheden kon openen.

Elizabeth overdacht dit alles in een sombere stemming, toen zij bericht ontving dat de Hertog van Bora in het Paleis was en haar verzocht te spreken. Ze was op zijn komst niet onvoorbereid, en haar gelaat stond vastbesloten toen zij de trap afging naar het Witte Salon, waar de Hertog wachtte.

Onderweg kwam zij Zabern tegen.

“De Hertog is er!” fluisterde zij.

“Alles is gereed,” antwoordde de Maarschalk. [383]

Toen Elizabeth de Witte Zaal binnenkwam, boog de Hertog met een glimlach van kwalijk verborgen triomf. Hij voelde zich volkomen veilig bij de gedachte, dat de Russen in de nabijheid waren, en hij kwam nu als een soort veroveraar zijn voorwaarden stellen, meenend de Prinses onderworpen en geheel onder den indruk der gebeurtenissen te vinden. Maar het spel dat hij speelde, bewees wel dat zijn diplomatieke gaven niet zeer groot waren.

“Ik ben gekomen,” begon hij, zonder zich door haar koel optreden te doen afschrikken, “om u aan een belofte te herinneren die ge mij zoo dikwijls deed—de belofte om mijn vrouw te worden.”

Elizabeth antwoordde niet, zag hem alleen met een verachtelijken blik aan.

“Het is waar,” vervolgde Bora luchtig, “dat ge mij op dat punt uw zoogenaamde eindbeslissing eenigen tijd geleden al meedeelde. Maar de loop der gebeurtenissen doet een mensch zoo vaak zijn aanvankelijke besluiten herroepen.”

“En waarom meent ge, dat de gebeurtenissen dit thans zouden doen?”

Bora glimlachte geheimzinnig:

“Ik wil alleen zeggen, dat ge u een weigering van mijn aanzoek zeer zult berouwen.”

“Ge ontwijkt mijn vraag. Dan zal ik ze beantwoorden. Gesteund door den Czaar, hoopt ge over Czernovië te regeeren. Niet mij—mijn positie alleen wenscht ge te bezitten. Ge streeft naar den troon van Czernovië, wel wetend dat ge die het zekerst en het rustigst zult bezitten door mij tot uw vrouw te maken. Heb ik uw lafhartige drijfveeren goed doorzien?” [384]

De Hertog zag nu zijn dwaling in; hij had verwacht de Prinses angstig en onderworpen te vinden; in plaats daarvan maakte haar streng optreden hem eenigszins ongerust. Hij deed echter een laatste poging om haar vrees aan te jagen, en zei trotsch:

“U wijst mijn aanzoek af? Goed! Dan is dit onderhoud geëindigd.”

En na een vluchtigen groet ging de Hertog naar de deur. Elizabeth bewoog zich niet, liet hem rustig gaan. Hij rukte driftig de deur open, maar deinsde op het zelfde oogenblik terug: de mondingen van drie revolvers hadden hem aangegrijnsd.

Snel sloot hij den toegang tot de Witte Zaal weer.

“Dat is verraad, Prinses!” riep hij woedend. “Dat is sluipmoord! Laat me door!”

En, om zich heenziend, snelde hij naar de breede glazen tuindeuren, waardoor men het terras bereikte. Hij had den deurknop nog niet gegrepen of vier grenadiers kruisten de bajonetten en versperden hem bij voorbaat den doortocht.

“Ga zitten, Hertog, doe toch geen vergeefsche moeite,” zei Elizabeth kalm. “Er zal u geen kwaad geschieden; ik wensch slechts dat ge wachten zult tot ik uitgesproken heb.”

Onwillig nam de Hertog weer plaats.

“Waarom,” vroeg Elizabeth, “hebt ge me sedert een jaar met betuigingen van liefde, met huwelijksaanzoeken beleedigd?”

“Beleedigd? Waartoe dat woord?”

“Omdat ge intusschen in ’t geheim met mijn vijanden samenspande.”

“Ge hebt naar de woorden van Zabern geluisterd!” [385]

“Neen—naar die van Lipski. Ge schrikt—en ge hebt er reden toe. Zooeven, Hertog, heeft de Regeering Lipski’s woning doen overvallen. Dat wist ge niet! Zijn kelders bleken duizenden wapens te bevatten, in zijn kamers vergaderden Russische agenten, waaronder de spion Russakoff. Lipski heeft alles bekend.”

“Wat bekend?” vroeg Bora, als door een bliksemstraal getroffen bij het vernemen van dit onverwachte nieuws.

“Bij voorbeeld dit:

“Ongeveer een jaar geleden stichtte hij een nieuw blad, de Kolokol. Het kweet zich zoo goed van zijn anti-regeeringsgezinde taak, dat in korten tijd tweedracht werd gezaaid waar vroeger rust en eenheid was. De Russen en andere vreemdelingen, vroeger even aanhankelijk als de Czernoviërs, zijn onder den invloed van dat opruiende blad vijanden van het Gouvernement geworden. En wie was de eigenaar van dat blad? Wie betaalde het? Wie gaf de strekking aan? Gij—Alexander Bora!”

“Dat heeft Lipski gelogen!”

“We zullen zien. U zult de gelegenheid hebben hem dat persoonlijk te zeggen. Is het ook een leugen, dat de Kloosterwet uw medewerking had? Dat ge de afgevaardigden trachtte om te koopen met het goud van Orloff?”

“Leugens!” mompelde de Hertog, meer en meer verslagen.

“En het complot om het Charter te vernietigen? Op uw verzoek vroeg Orloff goedkeuring op dat plan van de Russische Regeering. Gelukkig mislukte het door de waakzaamheid van Zabern,” zei Elizabeth, [386] niet wetend dat de Maarschalk haar van dit voorval nooit de juiste toedracht had verteld.

De Hertog zag angstig om zich heen. Hij zou in staat geweest zijn Elizabeth te dooden, als hij daardoor had kunnen ontsnappen, want hij wist dat zijn verraad nu bekend was, en dat de gevangenis hem wachtte. Maar Elizabeth zag hem zoo doordringend aan, dat hij geen beweging maken durfde.

“Er is nog meer!” ging ze voort. “Mijn Secretaris, mijn trouwste en aanhankelijkste onderdaan en vriend—hij werd op uw aanstoken vermoord. Russakoff werd er voor betaald door Lipski—vierhonderd roebels ontving hij. Ontken het niet—onlangs heeft Katina Ludovska aan Lipski’s stem den man herkend die Russakoff in haar vaders herberg tot de misdaad omkocht. Met uw medeweten! Het cijferschrift mocht niet opgelost worden! En nu—volg me. Hier zijn uw medeplichtigen.”

Elizabeth had een zijdeur geopend, en daar zag hij Lipski en Russakoff, door een afdeeling soldaten bewaakt. De Hertog trachtte niet langer te ontkennen; zwijgend en gebroken hoorde hij de Prinses aan.

“Dat was dus uw plan—Russograd te wapenen, barricaden op te werpen, en wanneer het Gouvernement zou trachten den opstand te dempen, den Czaar te verzoeken hulp aan de onderdrukte Moscoviten te verleenen! En de Czaar zou zijn hulp niet weigeren: Bora op den troon, en de Prinses tusschen twee mogelijkheden geplaatst: hem te trouwen, of—haar verdere levensjaren te slijten op het fort Schlüsselburg, in de grijze wateren van het Ladoga-meer. [387] De uitvoering van uw programma is verijdeld. En ge zult niet opnieuw beginnen.”

Elizabeth drukte op den knop van een electrische schel, en Zabern kwam binnen, gevolgd door een afdeeling grenadiers. Vijf minuten daarna werden de drie verraders met geboeide handen in een gesloten wagen naar de citadel gevoerd.

Eerst daarna, maar zooals we zien zullen, nog niet te laat, vond ze gelegenheid Zabern met de bedreigingen van Ravenski in kennis te stellen. [388]

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings