← Table of contents
Keltische Mythen en Legenden

Woordenlijst en Bladwijzer. (continued 2)

B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation

Uil van Cwm Cawlwyd. De, 360.

Ulster. Koningrijk van, gesticht onder de regeering van Kimbay, 134; Dithorba’s vijf zonen verdreven uit, 135; Dectera schenkt Cuchulain aan, 165; Conor, Koning van, 164–173; Felim, zoon van Dall, een edele van, 179; Maev’s oorlog tegen, om den Bruinen Stier van Quelgny meester te worden, 185–233; onder den vloek van Zwakheid, 187; bergpassen van, bewaakt door Cuchulain van Murthamney, 188; tot opstand gebracht door Sualtam, 203; Macha’s vloek weggenomen van de mannen van, 204; Ailell en Maev sluiten voor zeven jaar vrede met, 207; vloek van Macha andermaal over de mannen van, 210; het Kleine Volk in grooten getale in, 227, 228.

Ultoniërs. Crundchu bezoekt de groote jaarmarkt der, 161; hij pocht op Macha’s vlugheid, 162; zwakheid der, veroorzaakt door Macha’s vloek, 163; de zwakheid der, komt over Ulster, 187; gebeurtenissen van den Ultonischen cyclus, ondersteld te hebben plaats gehad omstreeks den tijd van Christus, 231.

Usna. Vader van Naisi, 180; Conor vraagt naar de zonen van, 181.

Uther Pendragon. Vader van Arthur, 310.

V.

Vercingetorix. Keltisch hoofd; wordt verslagen door Caesar, zijn dood, 24.

Vergilius. Getuigenis van Keltische afkomst in naam, 5. Zie Feryllt, 380.

Verschrikkelijke, De. Een demon, die door een zonderlinge proef over het Kampioenschap van Ierland beslist, 178.

Vitra. De God van het Kwaad in de Veda-mythologie, verwant met Cenchos, de Voetlooze, 82.

Vivionn. Jonge reuzin, dochter van Treon, uit het Land der Maagden, gedood door Aeda, en begraven op de plaats geheeten de Heuvel van de doode vrouw, 264.

Voet-symbool. De twee voeten, 61.

Volk van de Sidhe. Toovervolk, 53.

Voyage van Maeldūn. Zie Maeldūn.

W.

Wace. Auteur van “Li Romans de Brut”, 311.

Wales. De Arthur-sage in, 315; voorspelling van Taliesin omtrent, 354. Feeën van. Zie Tylwyth Teg. Literatuur van, de Arthur in de Arthur-sage geheel verschillend van dien in de, 308, 309; vergeleken bij de Iersche, 316; Arthur-verhalen in, 355. Manuscript-Genootschap van Wales. Llewellyn Sion’s “Barddas” door J. A. Williams ap Ithel uitgegeven voor, 305. Verhalen van Wales. Het karakter van, 363, 364.

Wed van Ferdia. Plaats aan de rivier Dee, éen kampioen telkens om Cuchulain te ontmoeten aan het, 193; strijd aan het, tusschen Cuchulain en Ferdia, 198, 202.

Weston, Miss Jessie L. Verwijzing naar haar studies over de Arthur-sage, 314.

Willem de Veroveraar. in Verband Met de Arthur-sage, 315.

Wolfram von Eschenbach. Zijn vertelling van de Graal, 274.

Y.

Yspaddaden Penkawr. Vader van Olwen, 356; wat hij Kilhwich oplegt, 359–360; gedood door Goreu, zoon van Custennin, 361.

Z.

Zalm van Kennis. Zie Fintan, 235.

Zalm van Llyn Llyw. De, van, 360.

Zielsverhuizing. De leerder,; bewering dat Keltische voorstelling van onsterfelijkheid de Oostersche opvatting van, in zich sloot, 64; leer der, door Kelten niet zoo opgevat als door Pythagoras en de Oosterlingen, 65; Taliesin wordt een adelaar, 85. Zie Tuan mac Carell.

Zimmer, Dr. Heinrich. Over de bron van de Arthur-sage, 315.

Zoroaster. Magie-godsdienst bedacht door, 46.

Zwarte Ridder, De, Kymon en, 364; Owain en, 364.

Zwarte Sainglend. Cuchulain’s laatste paard; verlaat hem, 214.

Zwakheid van de Ultoniërs. Veroorzaakt door Macha’s vloek, 163; komt uit bij gelegenheid van Maev’s beroemden vee-strooptocht van Quelgny (Tain Bo Cuailgné), 163.

Zweden. Schip-symbool in rotsen van, uitgehouwen, 56.

Zwitserland. Keltisch element in plaatsnamen van, 12; meer-woningen in, 40.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings