HOOFDSTUK XXV
Reading edition
Gij en moogt niet ijverzuchtig zijn van Gawein, zeide Ysabele, zeer ernstig, met opgeheven vingerkijn. Ik en wil het niet, Gwinebant. Ik heb Gawein harde lief en wil hem geen leed doen en hij darf niet denken, dat ik u meer lieve dan hem. Hij heeft mij harde lief, Gwinebant en hij mag het niet denken...
—Maar wien hebt gij het meeste lief, Ysabele?
Ysabele omhelsde Gwinebant.
—Gwinebant! antwoordde zij en zag hem diep in de oogen.
Gwinebant sloot de zijne.
—Gaan wij, zeide de jonkvrouw. Ik wil u droomen, deez' nacht, mijn lief!
—O Ysabele! zuchtte Gwinebant.
—Zult gij mij droomen—deez' nacht, lief?
—Ja, ik! zeide Gwinebant. Ik zal u droomen en al onze kussen!
Zij gingen. Maar door heel eenvoudige tooverië wist Merlijn, die om een hoek had geluisterd, Gwinebant in de schaduw Ysabele te doen verliezen en haar Gawein te doen tegen komen, die haar zocht. En vond, terwijl Gwinebant haar verloor.
—Ysabele! riep blijde uit Gawein. Vind ik u eindelijk!
—Gawein! riep Ysabele. Zocht gij mij? Maar ik zocht u en harde blijde ben ik u gevonden te hebben!
—Ik en vond u niet in de burchtzale, zeide Gawein; waar de burchtzaten in feestelijk deduut te zamen zijn en aan den male, zag ik u met Lancelot zoo zoete spel drijven en samensprake vol courtoisië, dat ik niet en wist wat te denken, o Ysabele!
—O Gawein, mijn wellieve Gawein, verweet schalks Ysabele; wat verdacht gij mij van courtoisië met Lancelot te drijven! Lancelot, die is de amijs van de "fonteyne aller schoonhede", koninginne Guenever, bij wie ik alleenlijk maar een onnoozel en schamel maagdelijn ben; Lancelot, dien ik bewonder als een wigant van den Rijke van Logres, alleen vergelijkbaar met u, Gawein!
—Maar Ysabele, gij bewonderdet mij ook als een wigant van Logres' Rijk en Tafel-Ronde en toch zeidet gij mij, dat gij mij wel mindet! O Ysabele, zoo gij mij niet en mindet meer, mijn dood zoû het, Ysabele, wezen, mijn dood, die niet en was dat bekampen van vierwerf twintig man aan twaalver poorten elk van dezen burcht! Mijn dood, o Ysabele, zoude mij niet en komen van veldslag of tweestrijd, niet van draken of van reuzen, niet van queste of Aventure maar van een onnoozel en schamel maagdelijn, die eene princesse is en hoewel zij koninginne van de Noordhumbersche landen zal worden, Lancelot beminnen gaat, Guenevers amijs!
—O Gawein, hoe zoude ik Lancelot beminnen gaan, Guenevers amijs! Ik waag hem nauw in de oogen te blikken al zijn die zachte: hij is zoo hoogelijk verheven boven mij en hij is zoo trouw als een ridder niet en ooit was: de vinders hebben in zijne jeeste zijn trouwe boven alle lof verheven; hoe zoude ik, o Gawein, Lancelot gaan beminnen!
—Of mijn dood, Ysabele, zal komen van dat zelfde maagdelijn, zoo onnoozel en schamel, zoo zij Gwinebant beminnen gaat!
—O Gawein, hoe zoude ik Gwinebant gaan beminnen! Zoo zulke min, mijn Gawein, ware uw dood! Zoude ik uw dood willen en Gwinebant gaan beminnen? Ik en zoude het niet kunnen, Gawein!
—Zoo zeg mij, o Ysabele, zoo zweer mij, o Ysabele, dat gij noch Lancelot noch Gwinebant bemint! Want ik twijfelde tusschen die beiden, wie gij, o Ysabele, beminnen konst!
—O Gawein, eeden van minne zijn als vogelen met vlogelen, die vliegen door de luchten zoodra een ze los uit de handen laat! O Gawein, Ysabele neemt geen minne-eeden in den mond maar hoe kan zij Lancelot of Gwinebant beminnen gaan als zij u bemint, o Gawein!
—Zoo kus mij, zoete Ysabele......
Toen, in de zwarte schaduw van de burchtmuren, met de blauwe manenacht rondom, kuste Ysabele Gawein en Gawein Ysabele, lang. En geloofde hij, dat zij hem beminde en niet Lancelot en ook niet Gwinebant en ook niet Galehot en ook niet Sagremort en ook niet Lionel, den Noordhumberlander. En voelde hij, dat zijn liefde zijn leven was: al was hij ook nooit als Lancelot trouw geweest, zijne liefde zoude ditmaal kunnen worden zijn dood. En terwijl zij malkanderen kusten, lang, keek Merlijn steeds om den hoek en verdween toen en keek om een anderen hoek Amadijs. En de schildknaap hoorde juist Ysabele zeggen, schalk, aan het einde van den langen kus:
—Maar Gawein, mijne smarte zal mij komen, gepeis ik, van een ridder, die is niet Lancelot en niet Gwinebant en dien vergezelt een wel schoone schildknape. En die schildknaap is eene jonkver onder zijne maliëncotte en surcoet en ik zoude, om mijne ijverzucht te stillen, weten willen, Gawein: heeft de ridder zijn schildknape lief?
—O Ysabele! hoorde Amadijs antwoorden zijn heer Gawein. Hoe zoude ik Amadijs beminnen, die is Alliene, die ik ridderlijk verloste, ànders dan met pietate en met caritate, als een broeder zijn zijne zuster wel minnen zal: hoe zoude ik, Ysabele, Alliene beminnen als ik Ysabele minne, Ysabele, Ysabele alleen!
Toen kusten malkanderen Gawein en Ysabele lang en Amadijs vluchtte van daar......
Maar uit de burchtzale weêrklonken fanfaren......
En Gawein en Ysabele repten zich langs de donkere muren en torens binnen en de ridder geleidde de princes naar de voettrede van den troon, waar haar vader zat.
Want alle baroenen en edelvrouwen en alle de burchtzaten waren daar verzameld en Merlijn stond in het midden der zale.
En zeide:
—Gawein, mijn hooge wigant, wij wachtten u! Want nu gij van de Karre tot aller onzer blijdschap zijt verlost, is het mijn plicht u, na Galehots boodschap van Koning Artur, dat hij booze zoude zijn omdat gij vergeet van het Scaec, zijne eigene koninklijke stemme hooren te doen!
—Hoe dat, Merlijn!? verbaasde Gawein. Van zoo verre als Camelot ligt van Endi, zoudt gij kunnen mij Koning Arturs stemme doen hooren?
—Merlijn is der tooverkonst harde abel! zeide de Koning Assentijn goedmoedig. Laat hooren, Merlijn, mijn vriend, Koning Arturs koninklijke stemme!
Allen drongen nieuwsgierig dichter.
En Merlijn gaf een teeken.
Zes serianten brachten binnen een nooit geziene, groote trompet van rooden goud, die opende met een wijden, ronden mond.
En zij zetten de trompet op een tafel van rooden goud en Merlijn, zeer eerbiedig, als neeg hij voor vorstelijkheid, boog.
En beschreef toen een statigen boog met staf.
En het was of de trompet even trilde......
En toen sprak, met Koning Arturs stemme:
—"Hoor mij, Gawein, mijn neve! Zoo gij vergeet van dat Zwevende Scaec en talmen blijft in de queste, door u op u genomen als ridderplicht, zal ik zelve, uw Koning, mijn goede ors bestijgen en ter queste tijgen: dat zwere ik bij mijn krone en bij den rijken God van Hemelrijk, Marië's Kind, die voor ons geboren werd!"
Er ruischte een verbazing de zale door! Werkelijk, het was Koning Arturs stem, betuigden in hoogste verwondering Assentijn en de ridders van Tafel-Ronde. Er was geen twijfelen aan! Het Wonder sprak met koninklijke stem dringend, bevelend uit de gouden trompet! Gawein bloosde als een knaap.
En boog het hoofd.
Toen riep hij luide;
—Morgen, voor dauwe en dage, tijg ik ter queste uit, zoo helpe mij Sint Michiel!
Maar voor de groote trompet was een kleinere komen te staan.
Die was zoo sierlijk en met kostbare, ronde steenen omzet: jochanten, robijnen, karbonkels.
En Merlijn bewees weêr hoofschen eerbied aan de trompet en zwaaide zijn staf.
Toen sprak de kleine trompet:
—"Lancelot, o mijn ridder! Kom terug tot Camelot, want de Koning Artur zit den geheelen dag met de twaalf nieuwe Ronde-Tafel-ridderen te wachten tot Aventure zich kondt en de uren van maal gaan voorbij en wij en eten niet en wij en lieven niet en wij en leven niet en dat leven is mij groote vernoye, zonder u, Lancelot, o mijn ridder!"
Aandachtig hoorde allen toe, hand aan het oor. Ysabele was opgestaan, trad een pas nader en luisterde in zoete verrukking naar de stemme van koninginne Guenever.
Maar Lancelot riep uit, smartelijk en toch bedwongen:
—Lace, mijne zoete vorstinne! Ik en kan nog niet keeren tot Camelot! Want als Gawein wederom ter queste tijgt naar dat Scaec, tijgen wij, niet waar, mijne gezellen, tijgen Sagremort, Galehot, Gwinebant en tijgt Lancelot mede naar den burcht der feloenen en der belaagde dampselen, waar die kwade ridders gevangen houden vijf ridderen van Tafel-Ronde: Bohort!
—Ywein! riep Gwinebant.
—Acglovael! riep Sagremort.
—Meleagant! riep Galehot.
—En Hestor! riepen alle vier te zamen.
De zaal daverde van sonore, Keltische naam-echo's....