← Table of contents
Het boek der Etiquette

VERLOVING EN HUWELIJK.

Reading edition

Vroeger werd er van het publiek worden eener verloving altijd een groot feest gemaakt, doch dit is van lieverlede veranderd nu ook een verloving, die verbroken wordt, niet meer zoo'n opzien baart. Het jonge paar stuurt eenvoudig hun beider visitiekaartjes samen in één couvert rond. Op dat van het meisje moet haar adres staan, opdat de kennissen weten, waarheen hunne gelukwenschen te richten; evenals de datum van den ontvangdag. Aan goede vrienden en familieleden vertelt het jonge meisjes het heugelijke nieuws mondeling of per briefje.

Op den ontvangdag, die tegenwoordig niet meer zooals vroeger op een groote receptie lijkt, doch een meer eenvoudig karakter draagt, staat het jonge paar te midden der gezonden bloemstukken; het meisje draagt een licht japonnetje en houdt de bloemen, haar door haar aanstaande gegeven, in de hand. Gewoonlijk ontvangt men op een Zondagmiddag van half 3 tot 5 uur en wel ongeveer 14 dagen nadat het engagement publiek werd.

Met het oog op de later te maken visites raden wij u aan, in de gang, vestibule of kleedkamer een lijst met pen en inkt neer te leggen, waarop de bezoekers hun naam kunnen teekenen. Het jonge paar weet dan, aan wie zij later een bezoek moeten brengen. Kaartjes met gelukwenschen heeft men niet te beantwoorden, wel echter brieven en briefkaarten. Het paartje moet er vooral aan denken allen, die hun bloemen zonden, daarvoor op den ontvangdag te bedanken of, indien de kennissen niet zelf verschijnen, hun een kort briefje te schrijven. Natuurlijk stellen het jonge meisje en haar aanstaande hunne kennissen, die de ander nog niet ontmoette, aan elkander voor.

Ongeveer een week later beginnen zij hunne engagementsvisites te maken in een net coupétje of tegenwoordig veel per auto. De jonge dame draagt een gekleed wandeltoilet, haar aanstaande de gekleede jas met gekleurde das en gekleurde handschoenen, waarvan een los in de hand wordt gehouden. Worden zij bij kennissen niet ontvangen, dan geeft de heer hun beider kaartjes af.

Daar het helaas vaak voorkomt, dat een verloving afraakt, willen wij met een enkel woord hierover spreken. Natuurlijk gaat men stil uit elkaar, zonder verder met kennissen over de reden hiervan te spreken; het jonge meisje gaat dan dikwijls voor eenigen tijd uit de stad om pijnlijke vragen en medelijdende blikken te ontloopen. De verlovingsring en alle brieven en geschenken worden teruggegeven en ook de reeds door vrienden en kennissen gegeven cadeaux aan hen teruggestuurd. Ontmoet de jonge man zijne vroegere verloofde op straat of in een gezelschap, dan groet hij haar beleefd als een gewone kennis.

In den engagementstijd is het de plicht van den jongen man, zijn meisje nu en dan een blijk zijner liefde te geven en haar een klein smaakvol geschenk aan te bieden. Jonge meisjes ontvangen altijd gaarne bloemen die elke kamer zoo feestelijk en zonnig maken en ieder met zorg gekozen bouquetje, uit haar lievelingsbloemen bestaand, zal het jonge meisje altijd welkom zijn. Vooral in het begin der verloving moet men practische, huishoudelijke gaven wat vermijden, bruikbare voorwerpen voor de huishouding zal de jonge verloofde wel van hare familieleden en vriendinnen ontvangen.

Vertoont het jonge paar zich in het publiek, of bevinden zij zich in het gezelschap van anderen, dan moet het zich vooral niet voortdurend met elkaar bezig houden, elkaar steeds aankijken, of alleen met elkaar praten. Liefkoozingen in het bijzijn van anderen zijn eenvoudig verboden; ieder weet wel, hoe vervelend zoo'n verliefd paartje zijn kan. Woont het paar in dezelfde plaats, dan teekenen zij 14 dagen van te voren, anders 3 weken voor het huwelijk aan, waarna zij bruid en bruidegom zijn. Nu ontvangt het meisje van alle kanten geschenken waarvoor zij bedanken moet. Onder hare intieme vriendinnen kiest zij hare bruidsmeisjes, op wier schouders talrijke kleine plichten rusten. Heeft de bruid vele vriendinnen en goede kennissen, en gaat zij na haar huwelijk in een andere plaats wonen, kan zij in den bruidstijd een middagthee geven, waarvoor de bruidsmeisjes de uitnoodigingen schrijven.

Den avond vóór de aanteekening worden de huwelijksannonces rondgezonden, die de wederzijdsche ouders sturen. Bij het aanteekenen op het stadhuis behoeft men geene fooien te geven.

Op den Zondag na het aanteekenen wordt er een receptie gehouden, te midden der bloemen, die de bruidsmeisjes in gangen en kamers verdeeld hebben. De bezoekers dragen gekleede jas en hoogen hoed, de dames gekleed wandeltoilet. Het verdient aanbeveling, de namen der bezoekers door den knecht, die de kamerdeur opent, luid te laten noemen. Het bruidje ontvangt of in haar trouwjapon zonder sluier of in een niet gedecolleteerd, gekleurd avondtoilet en heeft een witten bouquet van den bruidegom in de hand. Voor deze is de gekleurde jas met bloem in het knoopsgat of als militair, het groot tenue de aangewezen kleeding. De bezoekers begroeten en feliciteeren het bruidspaar het eerst, vervolgens wederzijdsche ouders, waaraan zij, zoo noodig, voorgesteld worden. Lange gesprekken mag men niet houden, doch moet dadelijk verder gaan en voor anderen plaats maken. Meestal zijn de geschenken door de bruidsmeisjes in een andere kamer op tafels gerangschikt, met de kaartjes der gevers er bij en worden door alle bezoekers bewonderd. Heeren, die de bruidsmeisjes niet kennen, laten zich aan haar voorstellen. Sommigen laten in deze kamer door de bruidsmeisjes bruidsuikers aanbieden, doch noodig is dit niet. Is het erg vol, dan verdwijnen de bezoekers ongemerkt, anders kan men het bruidspaar nog even goeden dag zeggen. De bruidegom zorgt er natuurlijk voor, dat de noodige stukken voor het huwelijk, in orde zijn.

Meestal zijn er alleen bruidsmeisjes, doch soms worden hetzelfde aantal vrienden van den bruidegom als bruidsjonkers aangesteld die dan gedurende den bruidstijd de bruidsmeisjes bij alles helpen en haar op receptie en trouwdag een bouquet aanbieden. Het bruidspaar geeft meestal op den trouwdag een aandenken aan de bruidsmeisjes.

Op den trouwdag rijdt de stoet het eerst naar het stadhuis. Als eerste rijtuig rijdt dat der bruidsmeisjes (met de bruidsjonkers als die er zijn), vervolgens het bruidsrijtuig en daarna de ouders. De bruidsmeisjes, die meestal gelijk gekleed zijn en dezelfde bouquet dragen, helpen de bruid met in en uitstappen met haar sluier en sleep. Het jonge paar werpt meestal fl 10 in de armenbus aan den uitgang van het stadhuis.

In de Kerk nemen alle familieleden plaats en dan komt het bruidspaar, gevolgd door de bruidsmeisjes binnen. Deze laatsten houden als het noodig is, bouquet en handschoen der bruid voor haar vast.

Wanneer op het te volgen dejeuner het jonge paar heengaat, is het de plicht der bruidsmeisjes en -jonkers de vroolijke stemming er in te houden, want maar al te dikwijls verflauwt die en vlot het gesprek niet meer zoo goed.

Dienzelfden avond staat de annonce van het jonge paar en die der wederzijdsche ouders in de courant, waarin allen bedanken voor de betoonde belangstelling.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings