← Table of contents
Het boek der Etiquette

ROUW.

Reading edition

Vroeger waren de vormen, die men na den dood van dierbare bloedverwanten in acht moest nemen, veel ingewikkelder en talrijker dan nu. Men zet denzelfden dag nog een advertentie in de courant.

Dikwijls wordt er onder de advertentie gemeld: „eenige en algemeene kennisgeving” en dan behoeft men verder geene annonces rond te sturen. Aan familieleden wordt het overlijden per telegram of per briefje gemeld en bij buren en intieme vrienden moet het mondeling worden aangezegd, met de volgende woorden.

„De Heer en Mevrouw N. geven kennis van het overlijden hunner zuster, Mevrouw L.-B. te Utrecht.”—

Stuurt men echter wel annonces rond, dan moet men daarvoor natuurlijk lijsten opmaken en de adressen schrijven.

Zoo spoedig mogelijk na het overlijden bestelt men den directeur der plaatselijke begrafenisvereeniging bij zich, die zich verder met de regeling voor de begrafenis belast. Het huis wordt gesloten tot na de begrafenis, slechts weinig menschen volgen de ouderwetsche vorm, die eischte, dat men zes weken achter gesloten luiken zat.

Wonen degenen, die aan de begrafenis zullen deelnemen, in dezelfde plaats, dan worden zij daarvoor mondeling uitgenoodigd; men stuurt eene schriftelijke uitnoodiging, als zij ergens anders wonen en meldt het uur der begrafenis en wanneer de heeren afgehaald zullen worden; voor buiten de stad wonenden geeft men den trein op, waarvoor een rijtuig hen aan het station opwacht.

De gasten worden door de familieleden van den ontslapene in het sterfhuis ontvangen, waarna de aanspreker in de deur de namen in volgorde voor de koetsen opnoemt, op deze wijze:

„Eerste rijtuig: de heer S., Mijnheer A., Mijnheer X., de heer R.”

In het eerste rijtuig nemen de naaste familieleden plaats, daarna de verdere familieleden en ten slotte de vrienden.

Tegenwoordig gebeurt het wel eens, dat dames aan de begrafenis deelnemen, vroeger gebeurde dat nooit.

Aan het graf dankt een der naaste familieleden voor de betoonde belangstelling aan den geliefde doode bewezen.

In dezelfde volgorde wordt daarop naar het sterfhuis teruggereden, waar men alvorens te vertrekken een kopje koffie en een broodje nuttigt.

Wanneer men een goede vriend der in rouw gedompelde familie is, dan gaat men spoedig na het overlijden naar hen toe. Anders wacht men met een kondoleantiebezoek tot na de begrafenis. Heeft de familie onder de advertentie laten zetten: „verzoeke van rouwbeklag verschoond te blijven” dan behoeft men eerst 10 of 14 dagen na de begrafenis een bezoek te brengen. Voor zulk een bezoek dragen de dames, indien zij die hebben, een zwarte japon en mantel met zwarten hoed, in ieder geval een donker, eenvoudig kleed, met gedekte handschoenen; heeren steken zich in gekleede jas met zwarte das en hoogen hoed.

Eene weduwe bedankt een jaar na den dood van haar Echtgenoot met eene advertentie in de courant; voor andere familieleden doet men dit na drie maanden of zes weken. Gewoonlijk stuurt men gedrukte kaarten van dankbetuiging aan hen, die buiten de stad wonen en blijken van deelneming gaven. Voor bloemen en kransen bedankt men met een kort briefje.

Natuurlijk volgt ieder bij het aannemen en afleggen van rouw zijne eigen gevoelens, doch gewoonlijk doet men het op de volgende wijze:

Eene weduwe draagt een jaar zware rouw, krippen japon met lange sluier op straat en klein krippen hoedje. Daarna nog een half jaar wat krip op de japon en hoed, verder doffe zijde en na twee en een half jaar lichten rouw, dat wil zeggen, wit en zwart, grijs en lila. Dikwijls legt zij dan na drie jaar den rouw geheel af en verschijnt weer in andere kleuren.

Voor ouders draagt men van een tot twee jaar rouw, waarvan een half jaar een lange sluier en een geheel jaar krip. Voor grootouders, broers en zusters draagt men geen krip en negen maanden of een jaar rouw.

Gedurende den rouwtijd mag men geene edelsteenen of andere bijouterieën dragen, alleen wél gouden ringen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings