BRIEVEN.
Reading edition
Uit onze brieven, uit ons schrift en onze stijl treedt onze beschaving minstens even duidelijk op den voorgrond, als uit onze persoon en onze manieren. Anderen kunnen ons voor een groot gedeelte uit onze brieven leeren kennen, waarin wij, vaak onbewust, veel van onze persoonlijkheid neerleggen. Geestige menschen schrijven geen nietszeggende epistels, nette geen slordige brieven.
Het is een groot compliment, een goed briefschrijver genoemd te worden en daarom moeten wij ons door oefening in die kunst bekwamen.
Het is niet noodig mooi te schrijven, als uw schrift maar regelmatig en duidelijk leesbaar is. Uw papier moet natuurlijk geheel schoon zijn en bij het couvert passen, wat kleur en formaat betreft. Slechts aan zeer goede vrienden moogt gij b. v. een velletje linnenpapier in een glad enveloppe of een rose velletje in een wit couvert sturen.
Men moet er zich aan gewennen, zonder fouten te schrijven; men ziet in brieven zelfs van ontwikkelde lieden, de wonderlijkste stijlfouten en ook het gebruik van komma's en punten wordt vaak verwaarloosd.
Vooruit moet gij eenigszins overleggen, wat gij schrijven gaat en hoe gij uwe gedachten zult inkleeden. Vooral dit laatste is zeer gewichtig, want onoverlegde brieven, in de eerste opwelling van woede en drift geschreven en vol beleedigende uitdrukkingen, hebben al heel wat verdriet en kommer veroorzaakt. Wees dus in brieven langzaam met klachten en verwijten en wees voorzichtig met mededeelingen van intiemen aard, over familieleden, geldzorgen enz. Vele menschen zijn slordig en onvoorzichtig met ontvangen brieven en hebben de gewoonte, die overal te laten slingeren.
Vergeet nooit eerst te beginnen met naar de omstandigheden van den ander te vragen en eenige punten uit zijn laatst ontvangen brief te beantwoorden. Schrijf steeds den datum bovenaan, en begin niet met „Ik”—. Voor wij tot den eigenlijken overgaan, nog eenige woorden over het adres onzer brieven.
Plak het postzegel rechts bovenaan en nooit omgekeerd, op zijn kop. Halverwege het couvert zet men duidelijk den titel en den naam. Daaronder de straat en rechts onderaan de stad.
Te weinig gefrankeerde brieven zijn onbeleefd en dus moet men den brief wegen, wanneer men niet zeker weet, of hij niet meer dan 20 gram weegt, anders, moeten er 2 zegels van 5 cts. opgeplakt. Voor het buitenland onder 20 gram 12½ cts., er boven 20 cts. Let er vooral op, dat gij de juiste titels op uwe brieven schrijft, daar vele menschen hier juist zeer op gesteld zijn. Dit zijn de voornaamste:
Voor juffrouw A: Mejuffrouw A. Voor freule: Mejonkvrouwe; voor een getrouwde vrouw: Mevrouw, Vrouwe of WelEdgeb. Vrouwe. Voor eene getrouwde adellijke dame: Hoogwelgeb. Vrouwe Voor de echtgenoote van een graaf: „Hooggeb. Vrouwe, Gravin M.” Voor eene adellijke weduwe: Douairière.
Voor een jongmensch boven de 16 jaar, die nog geen betrekking heeft: Weled. Heer. Voor kooplieden en niet gestudeerde heeren: WelEd. Geb. Heer. Voor meesters in de rechten, assistent residenten in Indië: WelEd. Gestr. Heer. Voor inspecteurs der belasting, raadsheeren, hoofdofficieren, residenten in Indië: Hoogedelgestr. Heer. Luitenant-Generaal, Generaal, Admiraal, Vice-Admiraal, Minister, Gouverneur-Generaal: Excellentie. Voor alle doctoren: Weled. Zeergel. Heer. Voor artsen: Weled. Gestr. Heer. Voor predikanten: Weleerw. Heer. Zijn zij doctor in de theologie dan: Weleerwaarde Zeergel. Heer. Voor Professoren: WelEd. Hooggel. Heer. Voor burgemeesters: WelEd. Achtb. Voor een rechter van adel: Hoogwelgeb. Hoogedelgestr. Heer Baron N. Voor een officier van adel: WelEd. Gestr. Heer Jonkheer P.
In officieele stukken kan men denzelfden titel van het adres zonder familienaam als aanhef gebruiken of men begint:
Hooggeachte Heer of Mevrouw B.
Alle requesten aan ministers, aan den gemeenteraad, enz. worden in de derde persoon gesteld.
Brieven aan onbekenden onderteekent men „hoogachtend,” of aan hooger geplaatste: „Uw dienstw. dienaar.” Heeren onderteekenen ook aan dames: „Uw dienstw.” Oudere dames schrijven aan jongere „Uwe U toegenegene M. R.” of „geloof mij vriendschappelijk M. R.” Zij zal echter niet „Mevrouw R.” onderteekenen, dat is burgerlijk en niet voornaam. Jonge meisjes onderteekenen aan oudere dames, die zij weinig kennen: „Met beleefde groeten” of „met vriendelijke groeten.”
Uitnoodigingen in de derde persoon worden op dezelfde wijze beantwoord en alleen op zeer familiare invitatie mag men met een kort briefje, mondeling of per telefoon antwoorden.
Brieven van rouwbeklag moeten kort zijn, en slechts enkele hartelijke woorden van medegevoel bevatten.
Van brieven met gelukwenschen verwacht men, dat zij iets langer zijn en duidelijk toonen, dat de schrijver zich waarlijk over ons geluk verheugt en er in deelt.
Nieuwjaarsbrieven daarentegen kunnen kort en hartelijk zijn, tegenover meerderen natuurlijk uiterst beleefd en eerbiedig gesteld.
Zorg er vooral voor, dat uwe brieven op tijd aankomen; de verjaardagsbrief, die eenige dagen te laat komt, omdat de schrijver den juisten datum vergeten had, wordt onverschillig gelezen. Hierbij is te vroeg veel beter dan te laat. Brieven van dank voor eene genoten beleefdheid of ondervonden vriendelijkheid moeten zoo spoedig mogelijk geschreven worden, evenals brieven met een verzoek of vraag, waarop de schrijver gaarne spoedig antwoord zou hebben.
Onder alle omstandigheden moet gij het schrijven van anonieme brieven vermijden. Dit is niet alleen hoogst onbeschaafd, maar getuigt van groote lafheid, daar men daardoor aan den ontvanger iedere kans ontneemt van zich te kunnen verdedigen. Ieder, die niet rondweg met zijn naam en persoon voor den dag durft komen, bekent daarmede iets kwaads te doen en met recht worden schrijvers van anonyme brieven door alle beschaafde lieden met argwaan en minachting aangezien.
Vele lieden voeren hunne correspondentie voornamelijk op briefkaarten, doch dat is een slechte gewoonte. Tegenover oudere menschen en hooger geplaatsten is het eenvoudig niet geoorloofd en onbeleefd.
Uitnoodigingen per briefkaart te beantwoorden, is onbeschaafd, evenals het aankondigen van verloving, huwelijk, geboorte of sterfgeval.
Men mag geene vertrouwelijke of persoonlijke mededeelingen, geene gevoelsuitingen aan briefkaarten toevertrouwen, die toch vaak, door anderen gelezen worden.
Tegenwoordig kunnen wij door mooie prentbriefkaarten van onze reizen en uitstapjes onzen achtergebleven familieleden en vrienden veel genoegen bereiden en zij zullen ons dankbaar zijn, als wij door een geschreven groet toonen, ook in den vreemde aan hen te denken.